Recensie

Recensie

Een caféleven zonder sterke verhalen

Boekrecensie Barman Piet Oomes schreef jarenlang verhalen over wat hij zag en meemaakte in Café Krom. Die stukken zijn nu gebundeld.

Illustratie Floris Tilanus
Illustratie Floris Tilanus

De bar van een oud café in het centrum van Amsterdam. Waarom zou dat niet een prima plek zijn om van daaruit te vertellen over de stad? En dan niet met sterke verhalen, benevelde levenslessen of tegelwijsheden, maar met kleine, ingetogen verslagen, geboren aan de toog. Daaruit bestaat de rijkelijk en door diverse tekenaars geïllustreerde bundel Drenkelingen van barman Piet Oomes.

Het caféleven in Drenkelingen, specifieker Café Krom in de Utrechtsestraat, is weinig spectaculair. Haast gewaagd alledaags kabbelt het voort, grotendeels zonder bombarie of bijzondere gebeurtenissen. Vanachter de bar ziet Oomes tram 4 en groepen gele huurfietsen voorbijtrekken. Op impressionistische wijze beschrijft hij de met jaargetijden en dagdelen veranderende lichtval in de straat. „Het is koud en helder, zelfs hier in de straat. De mist trekt op, de zon staat laag en zet alles in zuidelijke richting in oogverblindend tegenlicht.”

Oomes’ klanten komen en gaan of zijn, zoals Jacques en Wilson en Schorre Jaap, stamgast. Veel blijft hetzelfde: de jukebox (al komt er wel nieuwe muziek in), het bier, de jenever en de inmiddels overbodig geworden telefoon bij de toiletten.

Maar Oomes merkt ook de stille transformatie van Amsterdam. De stamgast deelt het café steeds vaker met de toerist. De geplastificeerde menukaart voldoet niet altijd meer aan de verwachtingen. En alles wordt almaar drukker: „Om me heen is het geraas van talen, van bestek, van rolkoffers die vastzitten in de mat bij de voordeur.”

Illustratie Aloys Oosterwijk

Het leven lijkt in het café van Oomes toch vaak op een veilige afstand te blijven. De verhalen beperken zich grotendeels tot wat er binnen gebeurt en wat er van binnenuit te zien is van de Amsterdamse buitenwereld. Zoals op een mooie zomeravond, een dag voor de botenparade van de Gay Pride. Oomes ziet samen met een oud-voorzitter van Ajax die op het terras zit hoe een Amsterdams tafereel zich voltrekt. Een gefrustreerde fietser rijdt in op een groepje mensen die een glanzende heliumballon bij zich hebben. „De ballon was bijna een meter groot en stelde een enorme lul voor, met pretoogjes erop geschilderd, een ongeschoren kin en een strik net boven de balzak. In de botsing ontsnapte de ballon; de lul steeg traag op.”

Heel af en toe komt de buitenwereld het café binnen. Zoals wanneer voor het café een fietser wordt aangereden door een motorrijder en verdwaasd binnenloopt. Als Oomes daarna de fiets tegen zijn café aanzet, krijgt hij de toorn van de motorrijder over zich heen. „Ik ging bij de verdwaasde man aan tafel zitten. Hij knikte bemoedigend naar me, hij leek me te verwelkomen als een lotgenoot. Want we deelden nu iets waar we niet speciaal trots op waren; we waren geïntimideerd en we hadden bij mekaar de angst gezien.”

De gasten blijven in Drenkelingen ook vooral figuranten, nooit komen ze dichtbij genoeg om als personages te worden uitgediept. Dat kan en hoeft overigens ook niet echt in de korte hoofdstukken van deze bundel. De begrafenissen, de ziektes, de tragische levenslopen en de vreugdes van het bestaan trekken voorbij, maar hebben uiteindelijk amper consequenties voor de barbiotoop. Het café blijft min of meer zoals het al decennia is.

Piet Oomes: Drenkelingen, caféverhalen. Concertobooks, 144 blz., € 24,99

●●●●