Al die gekapte bomen, is dat echt nodig?

Bossen Regelmatig worden in Nederland stukken bos gekapt. Dat maakt mensen vaak boos, maar het zou goed zijn voor de biodiversiteit. Is dat gekap echt nodig? Op stap met twee boomexperts.

Bomenkap op de Posbank bij Rheden.
Bomenkap op de Posbank bij Rheden. Foto Bert Spiertz/Hollandse Hoogte

De natuurliefhebber komt graag in het bos. Die zoekt tussen de bomen de stilte, het groen; bossen zijn geliefd en boswandelen is gezond. Maar niet zelden wordt de stilte verscheurd door reusachtige machines die in luttele tijd bomen kappen, van takken en twijgen ontdoen, ze als lucifershoutjes in stukken zagen en opstapelen langs het pad. Weg stilte, weg bos. En dan strekt een kaalgekapte vlakte zich uit waar eens bomen stonden, geen zieke of oude bomen, nee, gewoon gezonde bomen.

We zien bomenkap dagelijks om ons heen: op de Sallandse Heuvelrug in Overijssel en op de Veluwe, Gelderland, verdwijnen loof- en naaldbomen in hoog tempo. In de Drentse boswachterij Ruinen verzetten bezorgde burgers zich tegen de voorgenomen kap door Staatsbosbeheer van een aantal beuken van tachtig jaar oud. De gezonde bomen vormen een fraaie laan door een stuk bos heen. Allerlei met stip gemerkte bomen tellen holen voor spechten en andere dieren. „Vooral omdat het zulke mooie dikke oude beuken zijn, gaat het me aan het hart”, laat iemand op Landelijk Meldpunt Bomenkap weten. Er is toch al veel minder bos, zo blijkt uit de inventarisatie Bos en hout (Staatsbosbeheer, 2017). Ondanks aanplant van nieuw bos was er sprake van forse afname van 5.400 hectare tussen 2013 en 2017.

Bomen maken emoties los

Bomen die gekapt worden maken emoties los, of ze nu langs een provinciale weg, in de stad of in het bos zelf staan. Vooral als het gezonde bomen betreft is het onbegrip groot. Vrijwel alle natuurbeherende instanties, zoals Natuurmonumenten, Staatsbosheer, Rijkswaterstaat, Provinciale Landschappen en landgoedeigenaren kappen. Ze verdienen aan het hout, maar doen het vooral om meer biodiversiteit te krijgen. Daartoe moeten de komende jaren veel meer bomen gekapt worden en moet het landschap open worden, zo luidt de redenering. Want als er meer zandvlakten en stuifgronden zijn, in plaats van bos, dan keert een soort als de zandhagedis weer terug. Om slechts één voorbeeld te noemen. Maar wat goed is voor de ene soort, is niet per se goed voor de andere soort. Oké, zandhagedis terug maar weg is de zwarte specht.

Lees ook het opiniestuk van Maria Quist van Natuurmonumenten: Stop de moord op ons bos

Ontbreekt het onze bossen inderdaad aan biodiversiteit? Hoe herken je biodiversiteit in een bos?

Met twee boom- en bosexperts wandelen we door het bos. Natuurwandelaar Wim Huijser, auteur van De populier. Onze volksboom in nieuw perspectief, laat de biodiversiteit zien van het Wijboschbroek in de Brabantse Meierij, nabij Den Bosch. Bosbeheerder Patrick Jansen, die bosbouw studeerde en co-auteur is van Bosbeheer en biodiversiteit, kiest voor het bosgebied rondom landgoed De Keijenberg bij zijn woonplaats Wageningen.

Biodiversiteit houdt in dat er veel variatie in levensvormen aanwezig is, dus hoe meer soorten flora en fauna in een bos leven, hoe biodiverser dat bos is. Er zijn in Nederland meerdere bostypen, en tal van mengvormen en variaties. Bossen en open natuurlijke terreinen, zoals duinen en zandverstuivingen, beslaan bijna 15 procent van ons landschap; 52 procent daarvan is naaldbos, 48 procent loofbos. Naaldbossen groeien op arme zanderige gronden en loofbossen op rijke gronden.

Zowel Huijser als Jansen zijn in staat een bos te ‘lezen’. In zijn boek onderzoekt Huijser de biodiversiteit van populierenbossen en -lanen, zo kenmerkend voor het Nederlandse landschap. Het eerste wat hij doet is luisteren naar het ruisen van de populieren. Als alle bomen stil zijn, ritselt en fluistert het populierenblad.

„Mijn eerste boservaring was als tienjarige op vakantie op de Veluwe”, vertelt Huijser. „We woonden vlak onder Rotterdam. Ik rook vooral de tintelende harsgeur van naaldbossen; dat was voor mij bos.” Wat Huijser destijds niet opviel is dat aangelegde dennenbossen wel de geur bezitten, maar als bossen tamelijk monotoon kunnen zijn. Het dikke bed van afgevallen naalden verstikt de zandige bosbodem.

Populierenbos Horsterwold bij Zeewolde. Foto Henk de Jong/De Jong Luchtfotografie

Een naaldbos lezen is tamelijk eenvoudig, een populierenbos met weelderige ondergroei vereist een geoefende blik. Huijser: „Die bossen zijn aangelegd in de jaren vijftig en nu dus zo’n zeventig jaar oud. Ooit was dit nat en vochtig gebied, waarin mensen op hogere stroken populieren hebben geplant. In de architectuur van het bos zijn die stammen als zuilen, soms vormen ze een wand, vanuit ander perspectief gezien staan ze daar prachtig individueel. En kijk eens omhoog, zodra in het kronendak openingen zijn, komt zonlicht binnen en dan ontstaat er ondergroei. Die openingen zijn op natuurlijke wijze ontstaan, bijvoorbeeld als door een storm bomen omwaaien”.

Storm is goed

Een storm is voor een bos zo rampzalig nog niet. In zijn val neemt een boom andere bomen mee, en dan komt er licht in het bos, tot op de bodem. Huijser: „Daar groeit dan weer van alles. Je kijkt dus als het ware van beneden naar boven, en weer terug: wat boven gebeurt, heeft gevolgen voor beneden”.

Het mooiste aan bossen zijn de verschillende etages, van de grond tot aan de kruinen. Eerst de bloeiende planten en lagere struiken, dan op ooghoogte de grotere struiken, zoals als braambos, lijsterbes, vlier en het opkomende groen van berk of els, en hoog daarbovenuit de bomen zelf. Een populierenbos creëert zijn eigen overvloedigheid, en dus biodiversititeit. In de ondergroei leven vogels en zoogdieren. In een rijk bos kun je de gehele kringloop aflezen, van jong en teer tot volwassen en monumentaal.

Maar we vergeten nu nog wel iets belangrijks in het biodiverse bos, namelijk dood hout. Bosmeester Jansen neemt ons mee naar een afwisselend loofbosgebied. „Een bos heeft ons niet nodig om te bestaan”, zegt hij, „bossen kunnen heel goed voor zichzelf zorgen en zichzelf in stand houden, vooral het soortenrijke bos.

Een bos is een mozaïek

„Ik zie een bos als een mozaïek of schilderspalet, waarin verschillende boomsoorten zich in verschillende leeftijden bevinden. Mensen hebben een esthetische blik op bossen en hebben moeite met dood hout en kaalkap. Maar dood hout is van groot belang voor de biodiversiteit: meer dan 40 procent van de fauna in een bos leeft van dood hout, van insecten tot vogels en zoogdieren. Op dood hout groeien mossen, schimmels, varens, paddestoelen. Ik heb geleerd dat bosbouw zowel een kunst als een wetenschap is. De kunst is om te spelen met licht door afwisseling aan te brengen in open en dichte plekken, van jonge bomen en afgetakelde oude bomen. Dus soms het bos zijn gang laten gaan, soms kleinschalig in te grijpen, dan niet in vierkante vakken maar door natuurlijke vormen te gebruiken. Hierdoor creëer je voor telkens andere boomsoorten goede leefomstandigheden. Dat verrijkt ook de biodiversiteit, en draagt bij aan de beleving”.

Opeens buigt Jansen zich naar de grond, wijst de roze bloemen aan van de dagkoekoeksbloem en kijkt omhoog: „Kijk, daar is een opening in het kronendak. Daardoor valt licht op de grond en je ziet meteen het resultaat: bloeiende bloemen op de bosbodem. Vanaf de jaren tachtig hebben we dit nagestreefd, was dat onze wens. De bossen zijn veel gemengder en gevarieerder geworden”.

Lees ook: Is natuurlijk beheer mogelijk in drukbevolkt Nederland?

We bereiken een open plek waar zowel de natuur als de mens hun werk hebben gedaan: er liggen omgevallen bomen die dood hout bieden, afgezaagde bomen en een enkele heel oude boom die weliswaar is afgestorven maar nog overeind staat, ‘dood hout op stam’. Jansen spreekt over ‘toekomstbomen’ in een bos, jonge bomen die je ongemoeid laat totdat die van ouderdom doodgaan. En vervolgens voedsel en schuilplekken bieden aan vogels, insecten. Spechten hakken er hun nesten in. Naast de toekomstboom is er ook het ‘bosboeket’: drie bomen die welbewust op een plek zijn geplant en samen opgroeien tot een boom.

Een rijk bos biedt elke stap een ander beeld, nu eens is het dicht en besloten, dan weer waaiert het open en dringt zonlicht door. Elke wandelaar kan zo naar een bos kijken, en de rijkdom aan flora en fauna zien. Hoog in de kronen en laag aan de grond. Dit alles maakt bezorgdheid om bomen zo begrijpelijk.