Recensie

Recensie

‘Het eerlijke verhaal is dat we ongelofelijk diep in de shit zitten’

Klimaatcrisis Werkt klimaatangst verlammend, of zet die juist aan om ons handelen te veranderen en uitstoot te verminderen? Drie schrijvers proberen ons te mobiliseren.

'Als wij doorgaan op de huidige voet, dan doen wij die +6 graden mogelijk in een eeuw – tweehonderd keer zo snel als wat een geoloog ontzettend snel noemt.'
'Als wij doorgaan op de huidige voet, dan doen wij die +6 graden mogelijk in een eeuw – tweehonderd keer zo snel als wat een geoloog ontzettend snel noemt.' Foto: Rein Janssen

De Britse krant The Guardian heeft besloten het woord klimaatverandering in de ban te doen. Klimaatcrisis of -ineenstorting geven volgens de hoofdredactie een betere beschrijving van de werkelijkheid. Er is waarschijnlijk geen krant in de wereld die zoveel over het onderwerp publiceert. Lezers worden nu dus murw gebeukt met een emergency, een noodtoestand.

Met dit gewijzigde taalgebruik wil de krant de maatschappij in beweging krijgen. Al jaren wordt er gewaarschuwd voor de risico’s van klimaatverandering, en al jaren gaan de uitstoot van broeikasgassen en de opwarming van de aarde bijna onverminderd voort. Wie niet horen wil, moet maar voelen, zullen ze bij The Guardian hebben gedacht. Maar werkt dat ook?

Iedereen die bij dit onderwerp betrokken is, staat voor die vraag. Hoe vang je de aandacht voor een traag onderwerp als klimaat? Hoe zorg je dat mensen in actie komen? Twee keuzes liggen voor de hand. De lezers de stuipen op het lijf jagen, zoals The Guardian doet. Of de opwarming beschouwen als een kansrijk fenomeen, waar we samen de schouders onder kunnen zetten.

Een jaar of tien geleden waren klimaatboeken vaak ongegeneerd apocalyptisch. In Zes graden (2008) legt de Britse schrijver Mark Lynas bijvoorbeeld graad voor graad uit wat er op een steeds warmere aarde gebeurt. Voor die zesde graad ontbreken de aanknopingspunten en grijpt Lynas terug op de literatuur, met een verwijzing naar Dante’s Inferno. Ook de Britse wetenschapsschrijver Fred Pearce schetst in De laatste generatie (2009) een somber beeld. Het broeikaseffect is de wraak van de natuur. Wij zijn de laatsten die nog leven in een min of meer stabiel klimaat.

Horrorverhaal

De onbewoonbare aarde past in die traditie. Het boek van de Amerikaanse journalist David Wallace-Wells is de uitwerking van een artikel dat hij in juli 2017 publiceerde in New York Magazine, het tijdschrift waarvan hij adjunct-hoofdredacteur is. Binnen de kortste keren was dit het best gelezen artikel ooit van het tijdschrift, met meer dan zes miljoen pageviews. Wetenschappers bogen zich over de inhoudelijke beweringen en op sociale media ontspon zich een discussie over de vraag of het wel zo’n goed idee is om lezers zo bang te maken.

Wallace-Wells vindt van wel. In het boek neemt hij niets terug van wat hij in 2017 schreef. Hij gaat juist in de overdrive. Zijn artikel begon met de zin: ‘It is, I promise, worse than you think.’ De eerste zin van het boek scherpt dat nog wat aan: ‘It is worse, much worse, than you think.’ In de uitstekende vertaling van het boek door Aad Janssen en Pon Ruiter klinkt het minder dramatisch: ‘Het is erger dan je denkt, veel erger.’

Lees ook de recensie van Lieke Marsmans boek: Waarom raakt het klimaat ons niet?

Wallace-Wells begint bewust zo gestileerd. Hij geeft de lezer het gevoel in een horrorverhaal terecht te zijn gekomen. „Ik hoop dat mensen bang worden, want ik ben ook bang”, zei hij in een interview met The Guardian. „En omdat ik gemotiveerd word door angst, hoop ik dat zij daardoor ook gemotiveerd worden.”

Toenemende bedreiging

Critici vinden dat Wallace-Wells overdrijft. Maar de auteur laat het er niet bij zitten en voegt aan al zijn beweringen verwijzingen toe naar (wetenschappelijke) artikelen. Vast niet alle voorspellingen zullen letterlijk uitkomen, schrijft hij, want wetenschap is ‘voorlopig en constant in ontwikkeling’. Maar ‘wat volgt is een eerlijk en volledig beeld van ons collectieve begrip van de nog steeds in aantal toenemende bedreigingen door de opwarming van onze planeet voor iedereen die er nu op leeft, en die dat tot in lengte van dagen en ongestoord hoopt te blijven doen’.

De onbewoonbare aarde maakt duidelijk dat van ongestoord verder leven geen sprake meer kan zijn. De totale ondergang dreigt weliswaar alleen in ‘het extreemste geval’ maar we worden nu al geconfronteerd met de gevolgen van de opwarming – we vertellen het verhaal niet alleen, we maken het ook mee.

Dat pessimisme is lastig te bestrijden, blijkt uit de voorbeelden die Wallace-Wells noemt. De wereld heeft in 1997 het Kyoto-protocol ondertekend. Daarin werd afgesproken dat we echt iets gingen doen om klimaatverandering te voorkomen. Maar Wallace-Wells constateert dat we in de twee decennia na dat protocol meer broeikasgassen hebben uitgestoten dan in de twee decennia ervoor. En ook het Akkoord van Parijs, eind 2015, maakte nog geen einde aan toenemende CO2-emissies.

Schuldgevoel

We slagen er kennelijk nauwelijks in om de uitstoot van broeikasgassen terug te dringen. Maar dat betekent niet dat er geen positieve ontwikkelingen zijn. Recent verschenen twee boeken die juist daar de nadruk op willen leggen – al was het maar om te voorkomen dat de lezer wordt gevloerd door pessimisme.

Anabella Meijer, die zichzelf ‘visueel consultant’ noemt, schreef en tekende met drie collega’s Eerste hulp bij klimaatverandering. Ze brengt de lezer naar eigen zeggen ‘in vijf stappen naar een bloeiende toekomst voor jou én de planeet’ – en ze doet dat ‘gegarandeerd schuldgevoelvrij’. Jelmer Mommers, klimaatjournalist bij De Correspondent, schreef Hoe gaan we dit uitleggen. Ook hij vertrouwt op ‘de grote kracht van het kleine verschil’.

Meijer en Mommers beginnen beiden met een stand van zaken. Die beschrijven ze nuchterder dan Wallace-Wells, maar ook weer niet heel veel nuchterder. Meijer liet de klimatologie over aan wetenschapsjournalist Rolf Schuttenhelm, die de lezer op een knappe en luchtige manier door ingewikkelde thema’s als infraroodstraling, koolstofbalans, zuurgraad van oceanen en klimaatmodellen loodst. Maar zijn ondertoon is allesbehalve luchtig. ‘Als wij doorgaan op de huidige voet, dan doen wij die +6 graden mogelijk in een eeuw – tweehonderd keer zo snel als wat een geoloog ontzettend snel noemt’, schrijft Schuttenhelm. Een opwarming van anderhalf of twee graden, waar politici nog steeds op mikken, noemt hij ‘mooie-woorden-scenario’s’.

Minder honger

Ook Jelmer Mommers erkent meteen: ‘Het eerlijke verhaal is dat we ongelofelijk diep in de shit zitten’. En: ‘hoe langer we op de huidige voet doorgaan, hoe ontwrichtender de gevolgen’. Op sommige dagen deelt Mommers de wanhoop van een goede vriend die het liefst wegkijkt. Hij beseft dat ook hijzelf ‘onder de streep’ nog steeds een vervuiler is.

Homo sapiens, van huis uit een jager-verzamelaar, neemt geleidelijk afstand van de natuur.

Mommers begint de klimaatgeschiedenis met een beschrijving van de relatie tussen de mens en zijn omgeving. Homo sapiens, van huis uit een jager-verzamelaar, neemt geleidelijk afstand van de natuur. Hij begint grote stukken land naar zijn hand te zetten en plaatst een hek om dieren die hij als zijn bezit gaat beschouwen. Uiteindelijk is het de Franse Verlichtingsfilosoof René Decartes die in 1637 de mens ‘radicaal splitst’ van de rest van het universum.

Daar tegenover plaatst Mommers de holistische visie van de Pruisische denker Alexander von Humboldt. Anderhalve eeuw na Descartes, beschouwt hij de natuur als een ‘web van leven’, waarvan de mens een onlosmakelijk onderdeel vormt. Dat Humboldt ‘ondanks het grote gelijk’ het onderspit delft, komt door het succes van het Verlichtingsdenken, geholpen door ‘de tomeloze kracht van de fossiele brandstoffen’. Steenkool, olie en gas verbeterden ons welzijn – minder kindersterfte, minder conflicten, minder honger – en gaven ons een comfortabeler leven.

Radicaal

Maar achter die welvaart speelt zich een gigantisch drama af, schrijft Mommers, want de kosten zijn afgewenteld op onze leefomgeving. Daarom staan we voor een keuze. In de wereld van Descartes gaan we door op de huidige weg en trekken we ons weinig aan van de klimaatontwrichting. In die van Humboldt proberen we ons, met vallen en opstaan, te verzoenen met de natuur.

Mommers vindt het hoopgevend dat we voor dat laatste scenario alleen ‘dat ene waanidee’ over de scheiding van mens en natuur achter ons hoeven te laten. Maar in zijn zoektocht naar een optimistisch perspectief verliest hij zijn eigen verhaal uit het oog. De scheiding van mens en natuur is geen ‘betrekkelijk recente uitvinding’, maar begon al toen de homo sapiens zijn eerste schreden in de landbouw zette. Niet voor niets is Mommers pessimistisch over de haalbaarheid van Humboldts scenario. ‘Het is radicaal om de uitstoot van almaar meer broeikasgassen toe te staan’, schrijft hij. ‘Toch blijven veel machthebbers doen alsof het radicaal is om veel sneller van koers te willen veranderen.’

Terwijl orkaan Irma nog haar verwoestende pad achterlaat, beschouwt de Indiër Amitav Ghosh hét probleem van onze tijd: de klimaatverandering. Waarom verschijnen daar zo weinig romans over? Lees ook: Klimaatverandering is een zaak van politici, kunstenaars en schrijvers

De verandering zal volgens hem komen van bezorgde burgers die zich verenigen in een gevecht voor een leefbare toekomst. Ze eisen van de rechter een uitspraak over klimaatbeleid, proberen aandeelhouders ervan te overtuigen zich af te keren van oliemaatschappijen en gaan de straat op om de politiek ter verantwoording te roepen. En ze maken individuele keuzes, waarvan Mommers de meest voor de hand liggende opsomt.

Levensgenieters

Anabella Meijer begint meteen bij het individu. Ze nodigt de lezer uit naar zichzelf te kijken en te ontdekken wie hij is of zou willen zijn. Dat doet ze met humor en relativeringsvermogen. Ze noemt het met enige valse bescheidenheid ‘een potpourri van artikelen over communicatie, psychologie en marketing, aan elkaar gevlochten met mijn ongefundeerde meningen’. Dat laatste valt overigens wel mee, want er komen heel wat psychologische onderzoeken voorbij.

Meijer verdeelt mensen in een aantal herkenbare types, van voorlopers en somberaars tot levensgenieters en vooruitgangsgelovigen. De meesten van ons zijn waarschijnlijk een combinatie daarvan. Vervolgens legt ze uit wat mensen er zoal van kan weerhouden om klimaatverandering aan te pakken, en wat ze kunnen doen om dat te veranderen. In interviews vertellen echte ‘types’ hoe klimaatverandering hun (beroeps)leven heeft beïnvloed.

De belofte om in vijf stappen te komen tot een bloeiende toekomst, was volgens Meijer een leugentje om bestwil. Er is helaas geen vijfstappenplan, geeft ze toe, alleen een rommelig proces: ‘Maar ja, als ik dat op de kaft had gezet, had je dit boek niet gekocht’. Want we houden nou eenmaal van roadmaps en checklists.

Ondanks de grote verschillen, hebben de drie boeken één ding gemeen. Ze willen de lezer in beweging krijgen. Want, schrijft Wallace-Wells droogjes, de gruwelen staan nog niet vast. ‘We maken ze mogelijk door niets te doen en we kunnen ze voorkomen door in te grijpen.’