Daklozen door tekorten voor een dichte deur: ‘We moeten ze helpen’

Talk of the Town Voor nieuwe daklozen en andere kwetsbaren is geen plek meer bij opvangadressen. Er is te weinig geld. Een leven op straat dreigt.

Foto Remko de Waal/ANP

Harry Doef, directeur zorg van de Amsterdamse tak van het Leger des Heils, is bijna klaar met zijn rondleiding door de biologische groentetuin in Amsterdam-Noord als een cliënt van het Leger hem plots een prangende vraag stelt. „Mijn begeleider belde me gisteren”, zegt Michael (52), forse baard, 16 maanden thuisloos, „en vertelde me dat ik even ‘on hold’ ga. Ik moet wachten op begeleiding. Klopt dit?” Voor cliënten die bij ons al in behandeling zijn gaat hun begeleiding gewoon door, zegt Doef, maar mensen die nieuw zijn, kunnen we nu helaas niet helpen. „We werken hard aan het vinden van een oplossing.”

Vorige week kopte de voorpagina van Het Parool: „Geen plek meer voor daklozen.” De kern: Amsterdamse hulporganisaties kunnen door geldgebrek niet langer alle daklozen en kwetsbare Amsterdammers (mensen met psychische problemen, een verslaving of verstandelijke beperking) opvang en begeleiding bieden.

Situatie is nijpend

Bij het Amsterdamse Leger, 45 opvangvoorzieningen in de stad, is de situatie nijpend. De organisatie stopte 22 april met het opnemen van nieuwe klanten, omdat ze anders aan het eind van het jaar een financieel tekort van 4,5 miljoen euro zouden hebben. „Verschrikkelijk”, zegt Doef, „sommige mensen weigeren we zorg en die zijn gedwongen een nacht op straat door te brengen.” Dit gebeurt, zegt hij, eerder tien dan vijf keer per dag.

Er zijn verschillende redenen voor de geldzorgen, legt Doef uit. De zorg werd de afgelopen jaren vanuit het Rijk naar de gemeentes overgeheveld en die betalen de zorgorganisaties minder geld voor hun opvang en begeleiding. Bovendien is het aantal bedden in de psychiatrische zorg afgebouwd en wonen patiënten weer meer in de wijken. Deze mensen worden ook begeleid door Het Leger, zegt Doef. „We begeleiden meer mensen, maar krijgen minder geld.”

Bij zorginstelling HVO-Querido is er „vooral een wachtlijst-probleem”, zegt directeur Paul Asberg. HVO begeleidt „psychisch en sociaal kwetsbaren” die vanuit de zorg doorstromen naar ‘zelfstandig wonen’. Gedurende twee tot drie jaar bezoekt een begeleider ze wekelijks. Het animo voor begeleid wonen is enorm, zegt Asberg: de afgelopen paar jaar hielpen ze 600 cliënten. „Maar we moeten het ook kunnen betalen.” Voor 2020 en daarna zijn er nog geen afspraken met de gemeente over de vergoeding van de begeleiding, zegt hij, „daarom starten we geen nieuwe trajecten op voor cliënten waarin zij een zelfstandige woning en begeleiding krijgen”.

Lees ook: Na een leven op straat terug de schoolbanken in

In het weigeren van „kwetsbare mensen” schuilt een groot gevaar, zegt Marlon Zurburg van de cliëntenraad van Het Leger. Het leven op straat is een neerwaartse spiraal, zegt hij, de kans om in de problemen te raken groot. Criminaliteit, onveiligheid, boetes voor wildplassen. „Je wordt er nooit beter van.”

Neerwaartse spiraal

Michael raakte in 2016 overspannen en kon daardoor niet werken. Hij verloor zijn huis en sliep de afgelopen 18 maanden bij „maatjes” op de bank. Daar komt op den duur een eind aan, zegt hij. „Je bent nou eenmaal niet de gezelligste: ik heb constant huilbuien.” De afgelopen maanden pakte hij zijn leven weer op. Het werk in de groentetuin doet hem goed. Een woning leek bovendien binnen handbereik, maar gaat nu niet door, vertelde zijn begeleider hem deze week.

Het risico: mensen gaan zwerven, zegt Rina Beers van de Federatie Opvang (landelijke brancheorganisatie van instellingen voor maatschappelijke en vrouwenopvang), en trekken van stad naar stad. In Hilversum en Den Haag hebben zich al Amsterdamse daklozen gemeld, weet Beers.

Maar de meeste wanhopige mensen doen expres iets doms, zegt Michael, om maar „binnen te zitten” – in de gevangenis. Zelf ziet hij dat niet als een oplossing. Met een strafblad komt hij nog moeilijker aan de bak.

Het Leger en HVO zijn in gesprek met de gemeente over de financiering van de opvang en begeleiding. Directeur Doef heeft goede hoop dat het financiële gat gedicht wordt. 4,5 miljoen euro is een zorgelijk bedrag, zegt hij, maar „het gaat om mensen van vlees en bloed, die moeten we helpen.”