Brieven

Brieven

Foto Joris van Gennip

Columnisten Frits Abrahams en Lotfi El Hamidi komen met interessante commentaren op de uitspraken van Toine Beukering (FVD), die beweerde dat Joden tijdens de Tweede Wereldoorlog „heel weinig verzet” hebben geboden en „als makke lammetjes gewoon door de gaskamers werden gejaagd”. Maar in beide columns blijft Joods verzet in Nederland praktisch buiten beschouwing. Abrahams schrijft dat historicus Jacques Presser al in 1965 in zijn boek Ondergang op Joods verzet heeft gewezen, maar vermeldt niet Pressers bijhorende stelling dat het verzet van Joden in Nederland relatief dat van niet-Joden heeft overtroffen. Inzoomend op Amsterdam en de onderduik van Amsterdamse Joden (circa 60 procent van de Nederlandse Joden) blijkt hoezeer Pressers stelling klopt. Van de Amsterdamse Joden zijn vermoedelijk 12.000 ondergedoken, waarvan uiteindelijk ongeveer eenderde alsnog is gepakt. Door onderduik overleefden dus circa 8.000 Amsterdamse Joden. In twee prominente verzetsgroepen die zich hiermee bezighielden, speelden illegale werkers met een Joodse achtergrond een aanzienlijke rol. De groep 2000 was van christelijke signatuur. Onder de circa 140 illegale werkers van deze groep met uiteenlopende activiteiten bevonden zich ook tien medewerkers met een Joodse achtergrond. De Vrije Groepen Amsterdam (VGA), een federatie van 41 verzorgingsgroepen waarvan actieve SDAP’ers aan de basis stonden, werden in september 1944 opgericht. In de gelederen van de VGA zaten relatief veel medewerkers met een Joodse achtergrond, die tot het einde van de oorlog actief bleven. Uit mijn onderzoek bleek dat zeker 20 procent van de 350 illegale werkers van de VGA een Joodse achtergrond had. Een hoge score voor een groep die slechts anderhalf procent van de Nederlandse bevolking uitmaakte.


publiciste Amsterdam