‘Is ze vrij, gaat ze poetsen!’ Vrouwen doen zichzelf het huishouden aan

Rolpatronen Het idee dat zij verantwoordelijk zijn voor het huishouden zit diep bij vrouwen. Mannen moeten meer in huis doen, maar dan moeten vrouwen ophouden met ‘gatekeepen’, schrijft .

Foto Getty Images, bewerking Jet Peters

Helmond, 1975. De opwinding in huis toen mijn moeder op zaterdagochtend en vrijdagmiddag zou gaan werken bij de openbare bibliotheek was bijna tastbaar. Mama! Ging! Werken! Ik was 10, mijn broertje was 8. Mijn moeder had na de mulo een bibliotheekopleiding gevolgd, en voor haar huwelijk werkte ze ook in de bibliotheek. Maar daar stopte ze mee toen ze trouwde, zoals in die tijd gebruikelijk was. Wij kenden haar alleen als ‘huisvrouw’: ze zat elke middag als we uit school kwamen klaar met ranja en koekjes. Vanaf nu zou dat anders zijn, althans op vrijdag. Dan visten we de huissleutel achter de regenton vandaan en namen zoveel speculaasjes als we wilden, terwijl mijn moeder cataloguskaartjes sorteerde.

Helaas was het baantje bij de bibliotheek geen lang leven beschoren. Hoewel mijn moeder, geboren in 1935 en de oudste dochter in een Brabants katholiek gezin met acht kinderen, ervan genoot om haar oude beroep weer uit te oefenen, vond ze het vervelend om mijn vader op zijn vrije zaterdagochtend met mij en mijn broer te moeten opschepen, en om bij thuiskomst de bedden nog te moeten opmaken en de boodschappen te doen. Ze wilde een ‘goede huisvrouw’ zijn; mijn vader mocht eens denken dat ze een kat in de zak was.

Dat ik zelf later geen huisvrouw zou worden, stond voor mij van jongsaf vast. Leren was belangrijk in onze familie, niet alleen meer voor jongens maar ook voor meisjes. In het Helmond van de jaren zeventig en tachtig maakte in mijn herinnering niemand onderscheid. Op de lagere school kregen de meisjes handwerkles terwijl de jongens voetbalden op het schoolplein, maar dat was een laatste stuiptrekking van het oude rollenpatroon; mijn twee jaar jongere broer leerde op school ook breien en haken. Nooit heb ik het gevoel gehad dat iets voor mij niet weggelegd zou zijn omdat ik een meisje was, of dat ik andere rechten en plichten zou hebben dan mijn broertje. Verbazend, gezien de oer-traditionele taakverdeling bij de generatie boven mij. Mijn moeder en haar zussen hadden anders dan hun broers niet mogen studeren, want ze zouden, net als hún moeder toch trouwen (en huisvrouw worden).

Haarlem, 1995. Ik was getrouwd en had een baby, maar huismoeder was ik nog altijd niet. Mijn leven draaide vooral om mijn werk als vertaler en journalist. Met mijn man, een twintig jaar oudere babyboomer zonder carrièreambities, maakte ik al voor ik zwanger werd de afspraak dat hij de zorg voor eventuele kinderen op zich zou nemen. Als er één vrouw was die zich niet door conventies had laten inpakken, was ik het wel.

Tot H. op een ochtend ons dochtertje aan het aankleden was op de commode in de badkamer, en ik zag hoe hij twee babysokjes uit de mand met vuile was viste. Geërgerd beende ik naar de kinderkamer en reikte hem een stel schone aan. H. las mij op niet mis te verstane wijze de les: hoezo waren deze sokjes ‘vuil’? Baby’s hebben echt nog geen zweetvoeten, hoor! En trouwens, wat dan nog? Als ik het telkens beter dacht te weten, zou ik mezelf alsnog het fulltime-moederschap in lokken. Wilde ik dat?!

Er waren inderdaad al eerder zulke incidenten geweest, maar dit keer drong het echt tot me door: hoe zelfbewust, ambitieus en non-conformistisch je ook denkt te zijn als vrouw, voor je het in de gaten hebt, schiet je in de rol van huismoeder. Ik zei sorry en morrelde niet meer aan onze rolverdeling: hij thuisblijfvader, ik kostwinner.

Het idee dat zij de hoofdverantwoordelijke zijn voor huis en haard is bij vrouwen nog altijd diep verankerd. Minder dan eenderde van de werkende vrouwen in Nederland heeft een fulltimebaan; in geen enkel andere Europees land werken vrouwen zo vaak in deeltijd. Volgens de laatste cijfers van het Sociaal en Cultureel Planbureau (SCP) is het aandeel van vrouwen in het huishoudelijk werk de afgelopen kwart eeuw met een schamele vijf procentpunt gedaald, van 65 naar 60 procent. (Het aandeel van vrouwen in de zorg voor kinderen ging van 73 naar 66 procent.) Mijn generatie, opgegroeid tijdens de tweede feministische golf, is het dus niet gelukt de taken gelijkwaardig tussen de seksen te verdelen, ondanks de gunstige voortekenen dertig, veertig jaar geleden. Schokkender nog vind ik dat tweederde van de jonge vrouwen van nu, de 25-minners, meestal nog zonder kinderen, in deeltijd gaat werken zodra ze hun opleiding hebben voltooid. Het SCP-rapport Werken aan de start uit 2018 heeft hiervoor een simpele verklaring: jonge vrouwen hebben „minder hoge ambities” dan hun mannelijke leeftijdgenoten en willen tijd hebben voor „huishoudelijke en zorgtaken”. Uit eerder onderzoek kwam al naar voren, zo vermeldt het rapport, dat jonge, in deeltijd werkende vrouwen zonder kinderen hun vrije doordeweekse dag besteden aan boodschappen en het huishouden.

De kapitalistische samenleving

Historica Els Kloek geeft in haar boek De vrouw des huizes, een cultuurgeschiedenis van de Hollandse huisvrouw uit 2009 een interessante verklaring voor het feit dat Nederlandse vrouwen zo weinig carrièregericht zijn en tot op de dag van vandaag vasthouden aan het idee dat zij thuis de lakens horen uit te delen: de ‘Hollandse huisvrouw’ was eeuwenlang een zelfbewust en trots archetype, vermaard tot over de landsgrenzen. Een toonbeeld van properheid, spaarzaamheid en nuchterheid, vrijheidslievend, iemand die zich de kaas niet van het brood liet eten en zich al helemaal niet liet koeioneren door haar echtgenoot. Een vrouw bovendien die in de luxepositie verkeerde dat ze geen betaalde arbeid hóéfde te verrichten omdat haar man genoeg verdiende om haar te onderhouden. De verklaring waarom ‘de huisvrouw’ juist in Nederland zo sterk ontwikkeld is, ligt volgens Kloek in het historische gegeven dat hier al vroeg een primitief soort kapitalistische samenleving ontstond, waarin boerengezinnen niet langer zelfvoorzienend waren maar zich specialiseerden in bepaalde producten. In plaats van met zijn allen op de boerderij bezig te zijn, ging de man werken voor de markt terwijl de vrouw thuis de boel bestierde. En dat is altijd, min of meer, zo gebleven.

Lees ook: Betere relatie als de man kostwinner is

Bij het beeld van die trotse, onafhankelijke huisvrouw dat Els Kloek schetst, kan ik me wel iets voorstellen. Mijn oma bijvoorbeeld, met haar zelfgemaakte zure zult en haar eigengebakken witbrood, dat wij kleinkinderen – met roomboter besmeerd – als exclusieve lekkernij beschouwden. Ze was intelligent en geïnteresseerd in de wereld om haar heen; ik zie haar nog met rode konen voor de televisie zitten ten tijde van de IRT-affaire, die ze op de voet volgde. Toen was ze al negentig. Maar mijn oma is geboren in 1905, en ze is al meer dan twintig jaar dood. Daarbij heb ik het sterke vermoeden dat ze helemaal niet voor een voltijds huisvrouwenbestaan zou hebben gekozen als er een andere mogelijkheid was geweest. Dus de vraag blijft waarom ook in deze tijd nog steeds zoveel vrouwen hun leven – in elk geval voor een deel – laten bepalen door dat stomme huishouden, terwijl mannen dat niet doen.

Foto Getty Images, bewerking Jet Peters

Volgens Tanja van der Lippe, hoogleraar sociologie van huishoudens en arbeidsrelaties aan de Universiteit Utrecht, is er een aantal gangbare wetenschappelijke verklaringen. Zo is het binnen een man-vrouwrelatie meestal de man die het meeste verdient – al was het maar omdat hij gemiddeld een paar jaar ouder is, en dus verder in zijn carrière – en economisch gezien is het voor beide partners dan een logische en rationele keuze wanneer hij meer uren buitenshuis werkt en de vrouw het grootste deel van de taken binnenshuis op zich neemt. Volgens sommige sociologen speelt ook macht een rol: degene die het meest verdient – man of vrouw, maar in de praktijk meestal de man – kan de ander dwingen om het minst aantrekkelijke werk op zich te nemen. Ten slotte is er de sociaal-culturele verklaring, die ervan uitgaat dat we van vrouwen en mannen verschillende maatschappelijke verwachtingen hebben en, onder meer door onze opvoeding, dat we zélf graag aan die sekse-specifieke verwachtingen willen voldoen. ‘Doing gender’ noemen sociologen dat: je gedragen naar wat je denkt dat van jou als vrouw of man verwacht wordt.

Ik kende al de term ‘gatekeeping’: de neiging van vrouwen om als een soort poortwachter allerlei huiselijke taken op te eisen, omdat mannen daarin in hun ogen minder goed zouden zijn. Het mag duidelijk zijn dat ze zich daarmee in de vingers snijden, zoals veel mannen lijden onder het idee dat zij kostwinner horen te zijn. In de woorden van Warren Farrell, leider van de Amerikaans mannenbeweging, vorig jaar in een interview in de Volkskrant: „De man leeft met de verwachting dat hij zal worden bemind en bewonderd zolang hij geld verdient.” Farrell pleit voor ‘genderbevrijding’: „Het zou goed zijn als vrouwen én mannen zich zouden kunnen bevrijden uit hun rigide rollen uit het verleden en zich meer flexibele rollen kunnen aanmeten.”

In ieder van ons schuilt nog iets van de huisvrouw die haar identiteit ontleent aan een glimmend gepoetste deurknop

Ja, dûh! En het zou eens tijd worden ook, bijna vijftig jaar na de oprichting van Dolle Mina, de feministische actiegroep die streed voor gelijke ontplooiingskansen voor vrouwen, onder meer door vrouwen op te roepen tot een kookstaking. Maar, zegt Tanja van der Lippe, dat is makkelijker gezegd dan gedaan. Die traditionele rolpatronen zijn echt heel hardnekkig. „Met een collega heb ik een paar jaar geleden onderzoek gedaan naar de individuele voorkeuren van mannen en vrouwen waar het gaat om huishoudelijke en zorgtaken. Daaruit bleek dat vrouwen zich niet alleen verantwoordelijker voelen voor het huishouden dan mannen, maar ook hogere standaarden hebben. Dat gold vooral voor schoonmaken, voor koken waren de verschillen veel minder groot.”

Uit een ander onderzoek van Van der Lippe, dat ze samen met een Amerikaanse collega deed en dat in 2011 gepubliceerd werd onder de titel The Happy Homemaker, bleek dat fulltimehuisvrouwen gelukkiger zijn dan vrouwen die fulltime werken. „Het was een internationaal onderzoek in 28 landen, verspreid over de wereld. Toen we ze presenteerden op een groot Amerikaans congres, viel iedereen over ons heen. Het is ook moeilijk te geloven, maar de analyses logen niet.”

‘Zonde voor jezelf, en Nederland’

Maar wat dóén we er nu aan? Vanzelfsprekend zouden jonge vrouwen hun talenten ten volle moeten benutten op de arbeidsmarkt, vindt ook Van der Lippe. „Als je een prachtige opleiding hebt en je werkt maar twintig uur per week, is dat niet alleen zonde voor jezelf maar ook voor je partner, en voor Nederland.” En het is vooral de verantwoordelijkheid van overheid en bedrijfsleven, meent ze, om de arbeidsdeelname van vrouwen en het aandeel van vaders aan de zorg omhoog te krijgen. „Met name op het gebied van kinderopvang en ouderschapsverlof kunnen de voorwaarden en omstandigheden in Nederland nog een stuk beter. Gelukkig is de huidige economische situatie zo goed dat vrouwen hard nodig zijn op de arbeidsmarkt. Ik verwacht dat dat een gunstig effect zal hebben op de emancipatie.”

Foto Getty Images, bewerking Jet Peters

Moeten vrouwen zelf niet óók in beweging komen, bijvoorbeeld door minder hoge standaarden aan te leggen – met andere woorden: het huishouden minder belangrijk te gaan vinden? Van der Lippe: „Dat vind ik lastig te zeggen. Ik zie wel dat er moed voor nodig is om bestaande rolpatronen te doorbreken, in te gaan tegen de heersende normen en te onderhandelen met je partner.”

Lees ook: Je bent vader, doe er dan ook wat mee

Natuurlijk moeten mannen meer in huis gaan doen. Maar dan moeten wij vrouwen ophouden met ‘gatekeepen’. In ieder van ons schuilt diep van binnen nog iets van de trotse Hollandse huisvrouw die haar identiteit ontleent aan een glimmend gepoetste deurknop of een geurende schotel.

Met mijn moeder is het goed gekomen. Niet lang nadat ze haar baantje bij de stadsbibliotheek had opgegeven omdat ze dacht het niet met het huishouden te kunnen combineren, heeft ze toch weer gesolliciteerd, bij de bibliotheek van een lerarenopleiding, en daar heeft ze vele jaren met voldoening gewerkt.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.