Wat je moet luisteren van Bernard Haitink

Klassiek Wie dirigent Bernard Haitink (90) nog live wil horen, moet opschieten: zijn laatste concerten in Luzern, Salzburg en Londen raken snel uitverkocht. Thuis luisteren naar de ‘Haitink Legacy’ kan gelukkig ook. Een portret in kijk- en luistertips.

Bernard Haitink dirigeert het London Symphony Orchestra in The Barbican, maart 2019.
Bernard Haitink dirigeert het London Symphony Orchestra in The Barbican, maart 2019. Foto Tolga Akmen/AFP

Vroege roeping

Wat bepaalt het verschil tussen een goed en een groot dirigent? Is het een kwestie van talent en ‘vlieguren maken’? Of zijn er geheime ingrediënten? Musiceren met honderd individuen op één podium eist beide: zonder ervaring kom je er niet, maar een dirigent zonder X-factor is een kapelmeester, geen klankmagiër.

De levensloop van Bernard Haitink bewijst hoe dat werkt.

Als zoon van onmuzikale ouders was er al vroeg ‘iets’ anders aan de jonge Haitink; een weerbarstige hypergevoeligheid die hem later in zijn leven nog vaak in lastige situaties deed belanden. Hij was een jongen die het isolement opzocht, vertelde hij zelf eens; een kind dat Mahlers Lied von der Erde grijs draaide, al werd hij doodangstig van de eenzaamheid die eruit klonk.

„Er ging iets door mijn maag heen wat moeilijk te beschrijven was”, zei hij over zijn tweede concertervaring als kind van negen: Bachs Matthäus Passion onder leiding van Willem Mengelberg, in het Concertgebouw.

„Maar waarom ik deze weg ben gegaan? Het is me nog steeds een raadsel.”

Haitink begon als (matig) violist. Zijn overstap naar het dirigeren is een „raar verhaal”: concurrentie was destijds relatief schaars, Haitink toonde belangstelling en kreeg al snel zijn kans. Via de dirigentencursus van de Nederlandse radio rolde hij soepel door naar een functie als „dirigent in algemene dienst” (1954), gevolgd door een chefschap bij het Radio Filharmonisch Orkest en, vanaf 1961, de leiding over het Concertgebouworkest, zie ook de documentaire uit 1999.

Jonge driftkop

Was dat behalve een risicovolle ook een wijze benoeming? De jonge Haitink maakte fouten, vond hij later zelf, was onmachtig opvliegend. „Hoe kan een jongen van dertig een leider zijn?”, vat hij zelf samen in het fraaie interviewboek Als je het een beroep kunt noemen (Thoth, 2014). Een legendarisch voorbeeld is te zien op een registratie van een orkestrepetitie onder Haitinks leiding (1965):

„Nee, verdíkkeme”, zegt Haitink, gefrustreerd in zijn vingers knippend („Let u op, wilt u.”).

Maar dat hij charisma had, was ook meteen kraakhelder – bijvoorbeeld in een reportage van de Wereldomroep uit 1964, waarin Haitink met gesperde ogen en woeste haarlok de vervoering uit het orkest perst.

Dol op Da Ponte

Haitink bleef 27 jaar bij het Concertgebouworkest – tot 1988, toen een conflict met de orkestdirectie escaleerde. Splijtzwam: zijn (tweede) betrekking aan de Royal Opera House aan Covent Garden in Londen. Daar vierde Haitink die andere liefde: opera. Zijn lievelingswerken – hoe kan het anders bij een dirigent die zielsveel van muziek én literatuur houdt – zijn Mozarts drie opera’s op libretti van Lorenzo Da Ponte: Le nozze di Figaro, Così fan tutte en Don Giovanni. Zie de registratie van Le nozze di Figaro met Haitink uit 1994.

De zee

Het symfonisch gedicht La mer van Debussy is een van Haitinks jeugdliefdes. Het doet de breedte van zijn repertoire onrecht hem als specialist in Franse muziek weg te zetten: zijn repertoire was zeer breed (al was de eigentijdse naoorlogse muziek niet zijn primaire kracht). Maar La mer bleef een lievelingsstuk, dat hij schuimig, subtiel en kleurrijk als weinig anderen tot leven wekte.

La mer is ook het werk dat hij met het Concertgebouworkest het vaakst uitvoerde: 57 keer, telt het archief.

Beethoven als spiegel

Elke grote dirigent heeft een band met Beethoven. Ook in Haitinks zeer lange dirigentenleven was Beethoven een steeds terugkerende constante. Opmerkelijk wapenfeit: de ouder wordende dirigent klonk in veel repertoire (waaronder Beethoven) eerder steeds gewaagder dan steeds bedaagder.

Daarmee hing samen dat Haitink als 80-plusser een late maar gelukkige match vond in het Chamber Orchestra of Europe. Hun kamermuzikale benadering gaf zijn gerijpte inzichten vleugels. Het waren Beethovens die grossierden „in felheid, levenslust en revolutionaire weerhaakjes”, aldus NRC.

Seniorenbravoure? Nee, het intelligent en genotvol benutten van dit orkest, voor Haitink als spelen op een ander, óók interessant en prachtig instrument. „Het Chamber Orchestra of Europe is als een slang: slank, wendbaar, het glipt door alle barrières heen”, zei hij daarover. „Met het Concertgebouworkest zou mijn Beethoven nu weer heel anders klinken.”

Waarmee ook meteen een van zijn hoofdkwaliteiten is verduidelijkt: niks lag ooit vast. Elke uitvoering was een brandschone lei, een nieuwe poging tot excellentie onder de voorwaarden van dát moment.

Mahler

Voor het Concertgebouworkest zijn de symfonieën van Mahler kernrepertoire, al sinds Willem Mengelberg zich voor Mahlers oeuvre inzette en Gustav Mahler zijn werken hier ook eigenhandig kwam dirigeren (en dan gezellig bij Mengelberg logeerde).

Bernard Haitink heeft een complexe relatie met Mahler: niet al diens symfonische hartenkreten lagen hem even na. Maar als geen ander kon hij diens intense, emotioneel gespannen muziek vervullen van tederheid en tastende openheid. Zijn Mahler-uitvoeringen met het Concertgebouworkest in de matinees op Kerst zijn legendarisch. Ook zijn laatste concert als KCO-chef was een Mahlermatinee.

Een recente uitvoering van Mahlers Negende verenigde de zaal én verzamelde muziekpers in diepe ontroering. Het geheim? De spanning van een zeer lange adem, het niet opleggen maar laten ontstaan van frases. Voor wie in muziek gelooft: dit is klank geworden menselijke kwetsbaarheid. Er wordt met zand in open wonden gewreven, er wordt getroost, gelachen en weer gehuild. Luister op nporadio4.nl naar ‘Het Zondagmiddagconcert van 18 november 2018’.

Leermeester

Hij deed het jarenlang met de grootst mogelijke liefde en veel plezier: lesgeven aan jonge dirigenten. Wie Haitink echt wil leren kennen en zijn kunst wil snappen, kan niks beters doen dan zich verliezen in de vele masterclasses die op Youtube te vinden zijn. Memorabele bon mots flitsen als hagel langs je horen.

Zoals deze: „Niet van slag raken als er iets mis gaat is een belangrijke eigenschap voor een dirigent. Je bent er niet om de musici te bekritiseren, maar om ze zelfvertrouwen te geven. Als iets niet perfect gaat, dan mag je er best wat van zeggen. Maar toon eerst dat je het paard kunt berijden. Want het orkest is een paard.”

Fluisterkoning

Een van Haitinks grote troeven: zijn pianissimi. Weinig dirigenten kunnen een orkest zo zinderend zacht laten spelen. En gefluisterde bekentenissen zijn nou eenmaal vaak de spannendste. Zijn allerlaatste concert in Amsterdam bood daar vorig weekend tal van voorbeelden van. De Strauss-liederen zijn al zeldzaam prachtig, maar ook Bruckners Zevende symfonie is een wonder van langlijnigheid, controle en subtiliteit. Zo afscheid nemen – dat is levenskunst.