‘Onrust in Hongkong is een ramp voor het zakenleven’

Protesten Hoe aantrekkelijk is het nog voor bedrijven om zich te vestigen in Hongkong, nu de sociale spanningen er zo hoog zijn opgelopen? „Je moet bedenken dat deze wet iedereen die zaken doet met China kwetsbaar maakt.”

Foto Reuters/Bobby Yip

Een ramp voor het zakenleven, zo omschrijft de Britse zakenman en consultant Michael Rowse het wetsvoorstel dat de uitlevering van gevangenen uit Hongkong aan China mogelijk moet maken. De wet, waartegen afgelopen zondag mogelijk zo’n twee miljoen mensen demonstreerden, is inmiddels voor onbepaalde tijd uitgesteld. Terecht, vindt Rowse, want de wet is niet alleen een gevaar voor politieke dissidenten, maar ook voor het zakenleven.

Hongkong, een voormalig Britse kolonie, is in 1997 teruggegeven aan China en heeft sindsdien een status aparte. „We schrokken ons wild toen we hoorden dat iedereen die in Hongkong woont, dus ook buitenlanders, door die nieuwe wetswijziging uitgeleverd zouden kunnen worden aan China”, zegt de 70-jarige Rowse, vroeger de baas van de overheidsorganisatie die buitenlandse bedrijven naar Hongkong moest lokken. Vanuit zijn kantoor in hartje Hongkong kijk je uit op een rode Chinese vlag die wappert in de wind. De vlag hangt niet ver van de Hongkongse regeringsgebouwen in het centrum van de stad.

„Je moet bedenken dat deze wet iedereen die zaken doet met China kwetsbaar maakt”, zegt hij. Want om met China zaken te doen, moet je wel vuile handen maken. „Ik durf te zeggen dat niemand zich in China honderd procent aan de wet heeft gehouden”, zegt hij. „Wie heeft er bijvoorbeeld alle belasting betaald die hij daar zou moeten betalen?”, zegt Rowse lachend.

„Onderhandse betalingen aan Chinese partijen om daar dingen voor elkaar te krijgen waren zeker vroeger ook geen uitzondering.” Door de wet zouden deze zakenmensen, Hongkongs of buitenlands, kunnen worden uitgeleverd aan China. „En zelfs als je zelf schone handen hebt, dan nog is de kans groot dat je Chinese partners die niet hebben”, voegt Rowse toe.

Hoofdkwartier verplaatsen

Zakenman en consultant Michael Rowse.

Maar de dreiging is breder. Hoe aantrekkelijk is het nog voor bedrijven om zich te vestigen in Hongkong, nu de sociale spanningen er zo hoog zijn opgelopen? En, belangrijker nog: als China de onafhankelijkheid van het rechtssysteem in Hongkong stukje bij beetje ondergraaft, is het dan niet veiliger om je geld er weg te halen? En wordt het voor multinationals niet eens tijd om het regionale hoofdkwartier dan ook maar naar Singapore te verhuizen?

Superrijke zakentycoons, waarvan Hongkong er veel telt, zouden nu al geld naar het buitenland sluizen. Zo meldde persbureau Reuters een paar dagen geleden dat een van hen ruim 100 miljoen dollar aan het verplaatsen is naar zijn bankrekening in Singapore.

Of bedrijven erover denken hun regionale hoofdkwartier te verplaatsen, is moeilijker te zeggen. Ze laten daar op voorhand niet makkelijk iets over los. Wel is het nu al zo dat multinationals Singapore als een aantrekkelijkere vestigingslocatie zien dan Hongkong.

Toch denkt Rowse dat Hongkong zijn internationale aantrekkingskracht wel zal behouden. „We liggen nu eenmaal dichtbij China, en dat is een voordeel dat geen enkele andere stad in de regio kan bieden”, aldus Rowse. „Bedrijven kijken bovendien naar harde infrastructuur als havens, vliegvelden, telecommunicatie. Dat is hier allemaal prima in orde”, zegt Rowse. „En ze kijken of de regering pro-zakenleven is, of de munt vrij inwisselbaar is, of je er gemakkelijk geld binnen kunt brengen en weg kunt halen en of er informatievrijheid is. Dat hebben we allemaal, dus die bedrijven blijven heus wel komen.”

China zelf kan de rol van Hongkong voorlopig ook nog niet overnemen. Kapitaalstromen zijn er aan allerlei regels gebonden en, niet onbelangrijk: de Chinese munt heeft een door de overheid vastgestelde koers – hij is niet vrij verhandelbaar op de internationale valutamarkt.

„Je moet ook kijken naar de banken”, zegt Rowse. „Hongkong is een belangrijk financieel centrum. Shanghai is dat ook, Beijing ook, maar dat geldt wel alleen voor de interne Chinese markt.” Alle banken zijn er staatsbezit, en dan is de staat ook nog eens de controlerende instantie. Zo keurt de slager zijn eigen vlees. „Internationaal gaat dat nooit werken”, weet Rowse. In Hongkong zijn alle banken juist privébezit, en volgens Rowse houden onafhankelijke instanties bijzonder streng toezicht op hun doen en laten.

Lees ook: Dit is het jonge gezicht van de protesten in Hongkong.

‘De wet is dood’

China heeft Hongkong daarbij hard nodig als internationaal financieel centrum. Chinese bedrijven gaan in Hongkong naar de beurs als ze internationale investeerders zoeken, niet in Shanghai. Volgens Rowse heeft Beijing Hongkong als uitzonderlijke Chinese stad met zijn uitzonderlijke economische systeem nog veel te hard nodig om de eigen, in toenemende mate op het buitenland gerichte economie verder te kunnen ontwikkelen. „China zit absoluut niet op onrust in Hongkong te wachten. Beijing wil dat Carrie Lam [de hoogste leider van Hongkong, red.] hier de boel rustig houdt, meer niet.”

Volgens Rowse is de president van China, Xi Jinping, ook daarom bijzonder verbolgen over het gedrag van Lam. Die heeft, volgens Rowse op eigen initiatief, geprobeerd om er in een noodvaart een wet doorheen te krijgen die wel weerstand moest oproepen. Volgens de wet kun je voor heel veel vergrijpen worden uitgeleverd aan China, niet alleen voor zware zaken als moord.

Toch zijn er ook veel voorbeelden te vinden waarin Beijing, vooral onder de huidige president Xi Jinping, dingen doet die niet in het economisch belang zijn van het land, maar wel in het politieke belang van hemzelf als leider. Zo is de toegenomen rol van staatsbedrijven in China aantoonbaar niet goed voor de economie, maar ze vormen wel belangrijke steunpilaren van zijn politieke macht.

„Maar de wet is dood”, zegt Rowse stellig, terwijl hij een gebaar langs zijn hals maakt. Lam zal het wetsvoorstel zeker niet meer voorleggen voor bespreking in het parlement tijdens de drie jaar die haar regeringsperiode nog maximaal duurt, stelt Rowse. „Dat ze de wet niet helemaal van tafel veegt, is alleen maar omdat ze dan te veel gezichtsverlies lijdt”, zegt hij. „Maar ook een opvolger van Lam zal zijn handen niet aan de wet willen branden.”