Recensie

Recensie Beeldende kunst

Halfslachtig eerherstel voor Charlotte Posenenske

Beeldende kunst Het kunstkritische werk van Charlotte Posenenske was radicaler en beter dan van de mannen die wel in de annalen van de kunstgeschiedenis zijn bijgeschreven. Kröller-Müller doet haar geen recht.

Charlotte Posenenske ‘Lexicon van oneindige beweging’
Charlotte Posenenske ‘Lexicon van oneindige beweging’ Installatiefoto Kröller-Müller Museum. Courtesy Burkhard Brunn, Estate of Charlotte Posenenske en galerie Mehdi Chouakri. Foto Marjon Gemmeke

Charlotte Posenenske is een perfect symbool van de huidige artistieke tijdgeest. Ga maar na. Om te beginnen is Posenenske (1930-1985), die vooral werkte in de jaren zestig, typisch zo’n ‘slachtoffer’ van de eeuwenlange artistieke dominantie van de westerse man – zelfs binnen een nieuwe, toen revolutionaire stroming als het minimalisme.

Posenenskes werk paste daar perfect in: kale, elementaire, industriële beelden maakte ze, die zeker niet minder zijn dan die van tijdgenoten als Carl Andre of Robert Mangold – maar toch kreeg Posenenske, er valt niks anders van te maken, te weinig erkenning.

Dat is des te opvallender omdat ze ook nog eens gedurfder en radicaler was dan haar tijdgenoten. Posenenske wilde met haar werk het kunstsysteem ondergraven: ze maakte beelden die zo veel mogelijk leken op ‘bouwelementen’ zodat ze goedkoop gereproduceerd zouden kunnen worden. Op die manier, zo redeneerde ze, kon de consument de beelden zelf aanpassen en zou de hand van de auteur verdwijnen – waarmee haar werk geen waarde meer zou vertegenwoordigen binnen het kapitalistische kunstsysteem dat is gebaseerd op uniciteit en waardevermeerdering.

Dat bracht ze ook in de praktijk: er bestaan aanstekelijke foto’s van Posenenske-performances waarop je toeschouwers haar zogenaamde ‘Square Tubes’ als grafkisten, op de schouders, door de zaal ziet dragen – een mooi symbool van de dood van het oude systeem en de geboorte van een nieuw, dat Posenenske actief ondersteunde.

Goed idee dus, van het Kröller-Müller, om onder de titel Lexicon van oneindige beweging een (klein) Posenenske-overzicht te houden. Want: dat biedt zowel eerherstel voor een relatief vergeten vrouwelijke kunstenaar – en ook het ondergraven van het kunstsysteem is op dit moment helemaal in. Posenenske is daar op haar manier ook wel degelijk in geslaagd, want hoewel haar werk de laatste jaren op tentoonstellingen over de hele wereld wordt getoond, verschijnt het nauwelijks op de markt. Op een veilingsite als Artprice bijvoorbeeld vind je geen enkel Posenenske-werk – wat bijzonder is, in deze tijd.

Toch zit er een addertje onder het gras. Want in 1968 stopte Posenenske met het maken van kunst. Radicaal en volledig. Ze ging arbeidssociologie studeren en maakte nooit meer iets – vlak voor haar dood, in 1985, beukte ze naar verluidt nog wel een groot aantal werken die ze had bewaard met een hamer in elkaar.

Over de manier waarop dat ‘stoppen’ moet worden geïnterpreteerd, wordt nog veel gediscussieerd: sommige mensen denken dat ze ‘gewoon’ gedesillusioneerd was, anderen menen dat ze de kunstwereld een spiegel wilde voorhouden, dat het kernstatement van haar oeuvre eigenlijk was dat wie doorgaat met het vervaardigen van objecten altijd onderdeel van het systeem blijft. Stoppen is dan de uiterste consequentie als je iets wilt veranderen.

Maar daar zit wel een probleem als je een Posenenske-tentoonstelling maakt zoals het Kröller-Müller nu doet: daarin is die cruciale systeemkritiek bijna volledig weggefilterd. Ze staan er gewoon, de beelden, alsof er niks is gebeurd: een klassieke, tamelijk traditionele tentoonstelling van minimalistische kunst. De enige subtiele afwijking van de museale norm is dat je sommige werken eigenhandig (een beetje) mag draaien, maar dat wordt bepaald niet aangemoedigd en als je het dan toch doet blijken die handelingen zo futiel dat je er alleen maar melancholiek van wordt – is dit nou alles?

Charlotte Posenenske Serie D Vierkantrohre 1967-2019 Courtesy Burkhard Brunn, Estate of Charlotte Posenenske & Mehdi Chouakri Gallery, photo_ Marjon Gemmeke

Dat is sowieso het allesoverheersende gevoel: deze expositie is, hoe goed bedoeld ook, een gemiste kans om Posenenskes oeuvre naar een hoger niveau van beschouwing te tillen. Waarom wordt bijvoorbeeld nergens de mogelijkheid overwogen dat Posenenske zelf haar werk als inadequaat beschouwde – en de consequenties daarvan doorberedeneerd? Waarom wordt de vraag niet gesteld die mij oprecht fascineert: als we kijken naar de manier waarop de kunst én de wereld zich sinds 1968 hebben ontwikkeld, stopte Posenenske dan misschien wel terecht? Of nog een andere: kan het zijn dat het minimalisme dat Posenenske in de jaren zestig nog als potentieel revolutionair beschouwde, zijn toenmalige idealistische betekenis is kwijtgeraakt en nu volkomen ongevaarlijk en decoratief is geworden?

Maar niets van dit alles – Posenenske wordt in het Kröller-Müller ‘gewoon’ onderdeel van het systeem waar ze zelf zoveel moeite mee had. Dat kun je ook haar echtgenoot, Burkhard Brunn, die haar nalatenschap vertegenwoordigt, verwijten.

Dat is een serieus nadeel van de recente historische rechtvaardigingsgolf: hoe terecht die ook is, ze dreigt vrouwelijke of zwarte kunstenaars óók te reduceren tot miskende trendvolgers – kijk maar, ze was echt even goed als al die witte mannen! Terwijl dat nu juist het punt is: Posenenske was radicaler en interessanter en beter – zoveel radicaler en interessanter en beter dat zo’n klassieke museumtentoonstelling haar oeuvre geen recht doet, sterker nog: die stopt haar werk juist terug in het hok waar ze zelf uit wilde.

Charlotte Posenenske maakte complexe, intrigerende kunst voor een wereld die nooit heeft bestaan en die misschien wel nooit zal komen. Over dat dilemma had ik graag iets gezien – iets heel anders vermoedelijk, dan zo’n tentoonstelling.