Waarom zijn mensen sceptisch over het nut van vaccins?

Wereldwijd onderzoek Desinformatie via sociale media zaait in allerlei landen twijfel over nut en effectiviteit van vaccinatie.

De 21-jarige Vika Mishinka wordt behandeld voor mazelen in een medische kliniek in Kiev.
De 21-jarige Vika Mishinka wordt behandeld voor mazelen in een medische kliniek in Kiev. Brendan Hoffman/Getty Images

In veel Europese landen hebben zo veel mensen twijfels over de veiligheid en effectiviteit van vaccins tegen kinderziektes dat dit een gevaar voor de volksgezondheid begint te worden.

Dit is de conclusie van een wereldwijd onderzoek naar de opvattingen over vaccinatie dat is uitgevoerd in opdracht van de onafhankelijke Britse stichting Wellcome. De resultaten ervan zijn woensdag gepubliceerd in de Wellcome Global Monitor 2018.

In Oost-Europa en in iets mindere mate West-Europa bestaan wereldwijd gezien de meeste twijfels over de veiligheid en effectiviteit van vaccins. In Oost-Europa is maar 50 procent van de ondervraagden het geheel of gedeeltelijk eens met de uitspraak dat vaccins veilig zijn; 65 procent vindt dat ze effectief zijn, en 80 procent vindt dat kinderen ingeënt moeten worden. Voor West-Europa is dat respectievelijk 59 , 77 en 83 procent.

Dat staat in contrast met de opvattingen in bijvoorbeeld Oost-Afrika (90 procent vindt vaccins effectief) of Noord-Amerika (83 procent effectief). Voor individuele landen als Rwanda of Bangladesh, die recentelijk ervaringen hebben opgedaan met vaccinatiecampagnes, liggen deze percentages nog hoger.

Niet alleen persoonlijk bescherming

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) heeft de aarzelingen over het nut van vaccins, terwijl die wel makkelijk beschikbaar zijn, opgenomen in de lijst van de tien grootste bedreigingen voor de volksgezondheid in 2019 – bovenaan staat ‘luchtvervuiling en klimaatverandering’.

Sommige onderzoekers verklaren de scepsis over het nut van vaccinatie uit het feit dat bepaalde ziektes minder vaak voorkomen in rijkere landen. „In ontwikkelingslanden, waar dodelijke ziektes als difterie, mazelen of kinkhoest vaker voorkomen, heb ik moeders uren in de rij zien staan om er zeker van te zijn dat hun kind wordt gevaccineerd”, zei Seth Berkley, president van de hulporganisatie Vaccine Alliance in de Britse krant The Guardian. „In rijkere landen, waar we niet langer de vreselijke effecten zien die deze voorkoombare ziektes kunnen hebben, zijn mensen terughoudender. Die terughoudendheid is een luxe die we ons slecht kunnen veroorloven.”

Lees ook: Niet-vaccineren moet gevolgen hebben, vindt staatssecretaris

Het gaat bij vaccinatie niet alleen om persoonlijke bescherming, onderstreept het Wellcome-rapport. Als er genoeg mensen zijn ingeënt, biedt dit bescherming voor de hele groep, inclusief mensen die om medische redenen geen vaccin kunnen verdragen. Wetenschappers noemen dit kudde-immuniteit. Voor mazelen, zeer besmettelijk, is hiervoor een vaccinatiepercentage van 90 tot 95 procent nodig, aldus het rapport. Voor polio ligt dat iets lager, op 80 à 85 procent.

„Als genoeg mensen besluiten om niet te vaccineren en op de kudde-immuniteit te vertrouwen voor bescherming, komen uitbarstingen van voorkoombare ziektes vaker voor, zoals we gezien hebben met de recente uitbarstingen van mazelen in verschillende landen, waaronder de VS, India, Brazilië en Oekraïne.”

Waardoor zijn mensen sceptisch over het nut van vaccins? De redenen kunnen per land verschillen. In de Sahellanden speelt bijvoorbeeld een rol dat het nog niet is gelukt vaccinatieprogramma’s op te zetten die groot genoeg zijn om het kudde-effect te bereiken. In Oostenrijk is wantrouwen tegen de farmaceutische industrie belangrijk.

‘Infectie van misinformatie’

Er is één factor die overal een rol speelt. „De opkomst van sociale media heeft de verspreiding mogelijk gemaakt van wat UNICEF noemt ‘de echte infectie van misinformatie’,” concludeert het rapport. Daarbij wordt verwezen naar de wijdverbreide scepsis in Oost-Europese landen. „Sommige onderzoekers claimen dat vaccin-scepsis versterkt kan zijn door Russische desinformatiecampagnes die het vaccindebat op sociale media hebben versterkt.”

Het is voor het eerst dat zo’n grootschalig onderzoek, waarvoor 140.000 mensen zijn ondervraagd, is uitgevoerd. Het rapport stelt ook vast dat veel ouders, ondanks scepsis in de samenleving, hun kinderen laten inenten. „Zelfs in landen als Frankrijk [zie inzet] lijkt het erop dat veel mensen die twijfelen aan de veiligheid of effectiviteit van vaccins, nog altijd hun kinderen laten inenten.” Wereldwijd zei 92 procent van de ondervraagde ouders dat ze hun kinderen hadden laten inenten tegen een kinderziekte als difterie, polio of tetanus.

Landen met veel wantrouwen tegen inentingen

Frankrijk: Nergens zo veel scepsis

Nergens ter wereld wantrouwen zo veel mensen vaccins als in Frankrijk. Een op de drie mensen is het niet eens met de uitspraak dat vaccins veilig zijn. Dat betekent overigens niet dat al deze mensen per se tegen vaccinatie zijn. Een op de vijf Fransen denkt dat vaccins niet effectief zijn, en het aantal dat het niet belangrijk vindt dat kinderen worden gevaccineerd, daalt verder naar 10 procent. Frankrijk heeft mede hierdoor te maken met toename van mazelen en meningokokken. De Franse scepsis is door onderzoekers in verband gebracht met discussies in 2009 toen de overheid, na een uitbraak van ook voor mensen gevaarlijke varkensgriep, het verwijt kreeg onder druk van de farmaceutische industrie onnodig veel vaccins te hebben gekocht.

Oekraïne: Uitbraak van mazelen

Verschillende landen kampen met een uitbraak van mazelen: Madagaskar, de Filippijnen, Brazilië, Jemen, Venezuela, Servië, Soedan, Thailand en Frankijk. Maar nergens ter wereld hebben in 2018 zo veel kinderen de mazelen gekregen als in Oekraïne: meer dan 53.200. Het jaar daarvoor was het absolute aantal in Oekraïne ook al het hoogste ter wereld, met bijna 4.800. Volgens immunologen is het land daarmee ook een probleem voor omringende landen. Zoals in veel andere Oost-Europese landen bestaat in Oekraïne veel twijfel over het nut van vaccinaties. Slechts 50 procent van de ondervraagden denkt dat vaccins effectief zijn, al laat naar schatting driekwart zijn kinderen inenten. Sommige ouders vervalsen de inentingscertificaten.

Japan: Effect hpv-discussie

Ondanks scepsis zegt wereldwijd 92 procent van de ondervraagden dat hun kinderen een vaccin tegen een kinderziekte als difterie, polio of tetanus hebben gekregen. Deze percentages zijn lager in landen met slechte medische voorzieningen, zoals Honduras, Benin en Niger – en opvallend genoeg ook in Japan. Een belangrijke rol speelt daar de discussie over het vaccin tegen het hpv-virus. In 2013 was dit opgenomen in het rijtje aanbevolen inentingen, maar na klachten van een aantal meisjes over bijwerkingen trok de regering deze aanbeveling een paar maanden later in. De vraagtekens die hierdoor in het algemeen bij vaccins geplaatst werden, worden in verband gebracht met stijging van het aantal gevallen van mazelen en rode hond.

Landen met groot vertrouwen in vaccins

Bangladesh: Kindersterfte spectaculair gedaald

Bangladesh is een succesverhaal als het om vaccinaties gaat. De regering heeft daar veel nadruk gelegd op het inenten van kinderen. Het is een van de redenen, naast maatregelen tegen ondervoeding en voor verbetering van kraamzorg en hygiëne, dat het aantal kinderen dat vóór het vijfde levensjaar sterft, aanzienlijk is gedaald – vorig jaar 32 op de 1000, tegen 56 tien jaar geleden en 144 in 1990. Bijna nergens ter wereld hebben mensen zo veel vertrouwen in de veiligheid en effectiviteit van vaccins.

Hoewel het in de praktijk vaak moeilijk was om ook in afgelegen gebieden een vaccinatieprogramma aan te bieden, behoort de inentingsgraad in Bangladesh tot de hoogste ter wereld.

Rwanda: Groot vertrouwen in de zorg

Net als in Bangladesh wordt in Rwanda bijna uitsluitend positief gedacht over vaccinaties. Dat komt door de enorme stappen vooruit. In 1995 was nog geen 30 procent van de kinderen ingeënt en overleden veel kinderen aan wat eigenljjk voorkoombare ziektes zijn. De immunisatiegraad staat nu op 95 procent, met een goede landelijke spreiding. Rwanda is ook het eerst laaginkomensland dat voor meisjes een vaccin beschikbaar heeft gesteld tegen het hpv-virus, dat baarmoederhalskanker kan veroorzaken. Mede door deze en andere programma’s ter verbetering van de medische zorg, vaak opgesteld en uitgevoerd met internationale partners, bestaat nergens zo’n groot vertrouwen in de zorg als in Rwanda: 97 procent.