De worst wordt de helft duurder door de ‘werkelijke kosten’

Wat eten we? Voeding moet duurder worden, zei landbouwminister Schouten op de dag dat het CBS naar buiten bracht dat eten nu al in prijs stijgt. Slechte timing of een mooi opvoedmoment?

Foto Istock

Een ongelukkige samenloop van omstandigheden, heette het, dat het CBS meldde dat eten dit jaar 3,8 procent in prijs is gestegen, uitgerekend op de dag dat minister Carola Schouten (CU) haar ideeën voor kringlooplandbouw presenteerde en zei dat voedsel (nog) duurder moet worden. Je kunt het slechte timing noemen. Je kunt ook zeggen, goed moment voor een nieuw frame: de prijzen stijgen te traag.

Schouten zei het al, we geven 10 procent uit aan voedsel. In 1970 was dat nog 20 procent, in 1960 zelfs 30. We schrikken nu van een paar procent prijsstijging, maar hoe hard raakt dat de gemiddelde Nederlander – voor arme gezinnen telt natuurlijk elke euro – als je ziet dat we al decennia ongeveer hetzelfde deel van ons budget aan voeding besteden. In Nederland kun je je kar bovendien voor minder geld volgooien dan in andere rijke Europese landen. „Voedsel is ongelooflijk goedkoop geworden”, zei Schouten. Wat ze niet zei: de Nederlandse consument is gewoon vreselijk verwend.

Sinds 1960 is ons voedingspatroon ook nog een stuk luxer geworden. Kijk in de supermarkt. Uit Italië geïmporteerde burrata, eindeloos veel soorten voorgewassen en verpakte sla, 28 dagen gerijpte ribeye. Niet alleen voor speciale gelegenheden, maar ook voor de barbecue van vanavond (waarbij 13 procent in de afvalbak belandt). En dan eten en bestellen we ook nog eens steeds vaker buiten de deur. Hoe bestaat het, vraag je je af, zoveel luxe en overdaad en dat voor zo’n klein deel van ons huishoudgeld.

Alles draait om de kostprijs, zegt ook Schouten. De werkelijke prijs – uitputting van de bodem, het verdwijnen van vlinders en vogels, klimaatverandering, watervervuiling, het opraken van fossiele brandstoffen, onderbetaalde boeren, gezondheidskosten… nee, dit lijstje kent geen einde – beginnen nu pas in zicht te komen maar worden nog niet doorberekend. Je moet er niet aan denken wat die burrata of ribeye gaat kosten als je dat wél doet.

‘Werkelijke kosten’

Toch moet het. Schouten gebruikt de term ‘true cost’ of ‘true pricing’ drie keer. Nog steeds in vrijblijvende, experimentele context, maar duidelijk is: „er is een omschakeling nodig waarin niet druk op de kostprijs van producten leidend is, maar het streven naar voortdurende verlaging van het verbruik van grondstoffen en vermindering van de druk op de leefomgeving.”

Wie dit leest is het hier vast hartgrondig mee eens. Tot 17:30 uur. Dan staan we voor het schap en hebben we zin in worst – die de helft duurder wordt als de ‘werkelijke kosten’ van varkensvlees worden doorberekend, zoals duurzaamheidsbureau CE Delft in 2018 deed. Klimaat: 1,06 euro per kilo. Milieu: 2,81 euro. Biodiversiteit: een dubbeltje. Een beter inkomen voor de boer zit er nog niet eens bij. Doet u dan nog mee?

Lees ook: Een suikertaks? Nederland is nog niet zover

De stijgende prijzen voor ons eten nu – dit jaar nota bene gewoon een gevolg van de btw-verhoging – zijn een zegen. Zoals ook de varkenspest (vreselijk voor China) kan helpen om voorzichtig aan hogere vleesprijzen te wennen. Van ons, consumenten, valt weinig te verwachten. Misschien is dit een goed moment om de vacature te openen voor een strenge nationale true cost accountant.