CPB: koopkrachtstijging valt lager uit dan eerder geraamd

Het CPB verwacht dat de koopkrachtstijging lager uitvalt dan verwacht. Dit heeft te maken met de beperkte loonstijging en de inflatie.

Publiek aan het winkelen in de Grote Houtstraat in Haarlem.
Publiek aan het winkelen in de Grote Houtstraat in Haarlem. Foto Remko de Waal / ANP

Het Centraal Planbureau (CPB) heeft woensdag de verwachte toename van de koopkracht voor dit jaar naar beneden bijgesteld. Waar in maart nog een stijging van 1,6 procent in 2019 werd voorzien, is de raming voor dit jaar nu 1,2 procent.

Lees ook: Ministerie hield raming energierekening bewust laag

Deze afname heeft onder andere te maken met de beperkte loonstijging. Hiervoor wijst het CPB op een sterk toegenomen arbeidsaanbod en dat vakbonden de loonruimte in de loononderhandelingen inzetten voor meer vaste banen. Daarnaast speelt de toename van de inflatie in 2019 een rol bij de iets lagere groei koopkracht, wat veroorzaakt wordt hogere energiebelastingen en de verhoging van het lage btw-tarief.

Doordat de inflatie volgend jaar weer zal afnemen, verwacht het CPB dat de koopkracht in 2020 met 1,4 procent stijgt. Dat is ongeveer gelijk aan de eerdere raming. Deze cijfers staan voor de mediaan van alle huishoudens. Dit betekent dat de helft van de huishoudens hieronder valt en de andere helft hierboven.

Economische groei

De economie groeit in 2019 sterker dan het CPB had verzien, met 1,7 in plaats van 1,5 procent. Daarmee is de groei genormaliseerd. In 2017 en 2018 nam de groei toe met respectievelijk 2,9 en 2,5 procent.

Ontwikkelingen in het buitenland, zoals het Amerikaanse handelsbeleid en de Brexit, schaden het vertrouwen van bedrijven en consumenten. Een zwakker economisch klimaat in het buitenland heeft gevolgen voor de Nederlandse uitvoer, die minder groeit dan voorgaande jaren.

Salarisverhoging

Afgelopen zaterdag haalde premier Rutte op een VVD-festival hard uit naar grote bedrijven die hun personeel geen salarisverhoging geven. De premier zei dat „de winst tegen de plinten klotst” en vindt dat daarvan een te groot gedeelte naar de bedrijfstop gaat.

Rutte dreigde met het intrekken van fiscale maatregelen die gunstig zijn voor bedrijven, zoals de verlaging van de vennootschapsbelasting. De premier wil dat de bedrijven „aanzienlijk” betere cao’s gaan afsluiten omdat anders de middenklasse in Nederland in de knel raakt.