Ze werd wel geloofd, maar niet erkend

Jeugdzorg Een slachtoffer van geweld en misbruik in de jeugdzorg begint een civiele procedure tegen de Staat en Jeugdbescherming.

De commissie-Samson stelde in 2012 misbruik in de jeugdzorg vast. Jeannette de Geus is een van de slachtoffers.
De commissie-Samson stelde in 2012 misbruik in de jeugdzorg vast. Jeannette de Geus is een van de slachtoffers. Foto Wiebe Kiestra/HH

„Mevrouw, ik geloof alles wat u verteld heeft”, was op de hoorzitting nog gezegd. De 68-jarige Jeannette de Geus had in 2017 tegenover de commissie van het Schadefonds Geweldsmisdrijven gezeten, in het leven geroepen voor erkenning van en financiële genoegdoening voor slachtoffers van seksueel geweld in de jeugdzorg. Ze vertelde over het misbruik als kind in haar pleeggezin, had bewijsstukken meegenomen, en de commissie vond haar verklaring „authentiek en gedetailleerd”.

Maar compensatie? Die bleef uit. Want, zei de commissie, er was geen „schriftelijk steunbewijs uit die tijd”.

In beroep gaan was niet mogelijk, en dus stapte De Geus naar de Nationale Ombudsman. Die gaf haar gelijk. „Onnavolgbaar”, noemde hij de uitspraak. Want als over de verklaring geen enkele twijfel bestaat, waarom dan geen financiële erkenning? En hoe haalbaar, zei hij, is de eis van schriftelijk steunbewijs uit die tijd? „Hoe kun je van een kind verwachten dat het vertelt over seksueel misbruik?” Aangifte zal niet snel worden gedaan. En zelfs dan, „na zoveel jaar zijn veel dossiers vernietigd”.

Met de uitspraak van de Ombudsman in de hand begint De Geus nu een civiele procedure tegen de staat en Jeugdbescherming. Haar advocaat, Bert Oude Middendorp, zal beide verwijten dat ze onrechtmatig hebben gehandeld door haar niet te beschermen tegen jarenlang seksueel misbruik. Daarnaast zal hij de staat ook onrechtmatig handelen verwijten omdat die het verzoek tot tegemoetkoming heeft afgewezen.

Tientallen slachtoffers

Mogelijk tientallen slachtoffers zullen de rechtsgang met interesse volgen. Want in een gesprek dat de Ombudsman in december 2018 voerde met het Schadefonds had de commissie gezegd: „Er waren meerdere zaken zoals deze, en in alle gevallen is de regeling op deze manier toegepast.”

De regeling was gestart in 2012 nadat de commissie-Samson vaststelde dat tussen 1945 en 2012 seksueel misbruik plaatsvond van door de overheid uit huis geplaatste kinderen in een tehuis of pleeggezin, en verliep in 2017. De regeling was in twee procedures opgedeeld: een lichtere procedure waarvoor minder bewijslast nodig was en waarbij de uitkering opliep tot 35.000 euro, en een zwaardere procedure, met compensatie tot 100.000 euro, waar een hogere bewijslast voor gold. Hiervoor werden 238 aanvragen ingediend, waaronder die van De Geus.

In de zwaardere procedure werd iets meer dan de helft van de aanvragen toegewezen. Er was steunbewijs nodig en het slachtoffer moest in een hoorzitting aannemelijk maken dat sprake is geweest van misbruik én dat de verantwoordelijke instelling hiervan destijds op de hoogte was. Omdat de betreffende instelling direct aansprakelijk kon worden gesteld, moest er ook een bestuurder van de instelling aanwezig zijn voor wederhoor.

„Onvoldoende steunbewijs” was een veelvoorkomende reden voor afwijzing en er waren meerdere slachtoffers die graag in beroep waren gegaan, schreef het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) eerder in een evaluatie.

De Geus had als kind haar voogd over het misbruik verteld, maar die deed daar niets mee. Juist dat heeft haar trauma vergroot. Ze kon in haar zaak ondersteunende verklaringen overleggen van haar therapeut en twee instellingsgenoten. En ook de bestuurder van de instelling had gezegd haar te geloven. Volgens de Ombudsman was er daarmee „voldoende ruimte om anders te beslissen”.