Quebec verbiedt dragen van religieuze symbolen door ambtenaren

Canada In Quebec mogen hoge ambtenaren niet langer een hijab, een keppel of een ander religieus symbool dragen. Critici spreken van discriminatie en racisme.

Demonstratie in Montreal tegen de wet die het dragen van religieuze symbolen aan banden legt.
Demonstratie in Montreal tegen de wet die het dragen van religieuze symbolen aan banden legt. Foto Christinne Muschi/Reuters

De overwegend Franstalige Canadese provincie Quebec voert een verbod in op het dragen van religieuze symbolen door ambtenaren in invloedrijke posities, onder wie rechters, politie-agenten en leraren – een uiterst omstreden stap die volgens critici neerkomt op officiële discriminatie van minderheden en inperking van individuele rechten.

De regering van Quebec, die sinds vorig najaar wordt gevormd door de centrumrechtse Coalition Avenir Québec (CAQ), heeft een controversiële wet aangenomen waarin ambtenaren wordt verboden tijdens werkuren een hijab, tulband, keppel, of ander religieus symbool te dragen. Hoewel ook Christelijke symbolen wettelijk worden verboden, wordt de wet door tegenstanders beschouwd als gericht tegen minderheden.

De wet, die haastig is doorgevoerd voor het begin van het zomerreces van de Nationale Assemblee in Quebec-Stad, werd aangenomen met 73 tegen 35 stemmen. De wet heeft betrekking op nieuwe ambtenaren; bestaande werknemers die een religieus kledingstuk dragen, mogen dat blijven doen, tenzij ze van baan veranderen.

Scheiding van kerk en staat

De maatregel volgt op een jarenlang, intensief debat in Quebec over het principe van ‘la laïcité’: de scheiding van kerk en staat. Evenals Frankrijk hecht Quebec, historisch gevormd door de katholieke kerk maar sinds de jaren zestig drastisch ontkerkelijkt, sterk aan dat beginsel. De overwegend Franstalige provincie verwacht bovendien meer aanpassing van nieuwkomers dan Engelstalig Canada, waar multiculturalisme de boventoon voert.

Hoewel de maatregel wordt gesteund door een meerderheid van de bevolking van Quebec, vooral buiten de grote stad, is de wet zeer omstreden. De National Council of Canadian Muslims heeft de wet fel verworpen als „schaamteloze legalisering van discriminatie van minderheden”. De Joodse organisatie B’Nai Brith sprak van „een aanslag op de fundamentele rechten en vrijheden van alle Quebecers”.

Tegenstanders, onder wie een vakbond van leraren, hebben al aangekondigd de wet juridisch te zullen aanvechten. De regering van Quebec heeft echter een clausule van de grondwet ingeroepen die de wet immuun maakt voor uitdagingen onder het Handvest op Rechten en Vrijheden, het deel van de Canadese grondwet waarin individuele rechten zijn vastgelegd.

Ook is onzeker hoe de wet zal worden gehandhaafd. De regering introduceerde op het laatste moment een amendement om inspecteurs in het leven te roepen. Dat werd direct bekritiseerd als de vorming van een ‘seculariteitspolitie’. Engelstalige scholen in Montreal, de grootste stad van Quebec, hebben al gezegd dat ze de wet niet zullen handhaven.

Discriminatie legitimeren

De federale regering van premier Justin Trudeau staat negatief tegenover het initiatief van Quebec. „Voor mij is het ondenkbaar in een vrije samenleving dat we discriminatie legitimeren tegen burgers op basis van hun godsdienst”, aldus Trudeau. Het is echter onduidelijk wat zijn regering bereid of in staat is tegen de wet te doen.

In Engelstalig Canada heerst onbegrip over het perspectief van Quebec op het dragen van religieuze symbolen. Critici spreken van wettelijk gesanctioneerde discriminatie of zelfs racisme. Betrokkenen in Quebec, onder wie burgers die hijabs en tulbanden dragen, overwegen in sommige gevallen de provincie te verlaten – een potentiële brain drain die Quebec zich nauwelijks kan veroorloven.

Velen in Quebec beschouwen de maatregel echter als een welkome stap om normen en waarden van de seculiere maatschappij wettelijk vast te leggen en de culturele identiteit van de provincie te beschermen.