Recensie

Recensie Film

Quasimodo in een Hamburgse hel

Horror ‘Der Goldene Handschuh’ is een achteloze exercitie in zwarte humor en sadisme. Of slachtoffers van een moordenaar leven of sterven doet er weinig toe.

Fritz Honka (Jonas Dassler) is als hij dronken is een afgrond van kleinburgerlijke rancune, heerszucht, lust, zelfhaat, razernij in ‘Der Goldene Handschuh’.
Fritz Honka (Jonas Dassler) is als hij dronken is een afgrond van kleinburgerlijke rancune, heerszucht, lust, zelfhaat, razernij in ‘Der Goldene Handschuh’.

Voor getto-toerisme is Hamburg van oudsher de ideale stad. En zoek je daar het zinkputje, dan is Hamburger Berg, een zijstraat van de Reeperbahn, je plek. Kroegen als Zum Goldenen Handschuh zijn 24/7 een troosteloze huiskamer voor de droesem van de stad. Anderen komen aapje kijken.

Zum Goldenen Handschuh etaleert zich op zijn website als het kleine café aan de haven – „jong of oud, arm of rijk, allen zijn hier gelijk” – en maakt tevens reclame voor Heinz Strunks bekroonde biografie van stamgast Fritz Honka (1935-1998), een seriemoordenaar die er tussen 1971 en 1974 vier oudere, stomdronken prostituees oppikte. Hun in plastic gewikkelde lichaamsresten doken in juli 1975 na een brand op in zijn zolderkamer. De lijkengeur? Dat was men in de portiek zo gewend.

Regisseur Fatih Akin groeide op in Hamburg, waar Honka een Jack the Ripper is, maar ook een cynische grap. Een beschonken, mismaakt manneke met scheel rollende ogen die niet tot de kroegelite van Zum Goldenen Handschuh behoorde. Die hadden dubbele namen – Glatzen-Dieter, Nasen-Erni, Bulgaren-Harry – en Honka maar één: ‘Fiete’. Een schlemiel die geen vlieg kwaad deed, dachten de andere stamgasten. Maar ja, zij bleven ook twee etmalen lang een overleden vriend drankjes aanbieden.

Fritz Honka wordt in Der Goldene Handschuh vertolkt door de jonge acteur Jonas Dassler. Hij zet een schokkerige Quasimodo neer in wat bijna een Fassbinder-parodie lijkt. Een Duitse schemerwereld in vijftig tinten bruin die je haast ruikt, onverschillig en schmutzig zoals alleen de jaren zeventig zijn. We ontmoeten Honka terwijl hij een slachtoffer in stukken zaagt, zien hem in witte onderbroek de lodderige prostituee Gerda terroriseren. Zijn geweld is afstotelijk en chaotisch, maar anders dan klassieker Henry: Portrait of a Serial Killer (1986) probeert regisseur Fatih Akin niet echt onder Honka’s huid te kruipen. Daar tref je slechts leegte. Nuchter is Honka best inschikkelijk, dronken een afgrond van kleinburgerlijke rancune, heerszucht, lust, zelfhaat, razernij.

Lees ook een interview met regisseur Fatih Akin: ‘De vrouwen gaan me meer aan het hart dan Honka’

Wat je mist is een raison d’être en empathie. Fritz Honka is grotesk, zijn slachtoffers zijn treurige wegwerpmensen. Of ze leven of sterven doet er weinig toe. Dus ervaar je Der Goldene Handschuh als een wat achteloze exercitie in zwarte humor en sadisme, vergelijkbaar met het nummer Gern hab ich die Frau’n gesägt dat na Honka’s arrestatie een hitje was op de Reeperbahn: „Boom boom boom, mit dem Hammer auf den Kopf.” Die hardvochtigheid onderstreept regisseur Akin door het in de finale opeens wél spannend te maken: dan richt Honka zijn beschonken vizier namelijk op een onschuldige scholiere. De impliciete boodschap: haar leven doet er wel toe. De rest is knutselvlees.

Moreel is Der Goldene Handschuh net zo troebel als Akins recente wraakthriller Aus dem Nichts. Toch is de film ook een ervaring die je lastig van je afzet: een macaber milieu van verloren zielen die in hun eigen mist zijn verdwaald. De hel is dichterbij dan je denkt.