Ministerie hield raming energierekening bewust laag

Energieprijzen Staatssecretaris Keijzer (CDA) negeerde berichten over een drastische stijging van de energierekening voor huishoudens. Minister Wiebes (VVD) vreesde al „hopeloos achter de feiten” aan te lopen.

De energierekening bleek begin dit jaar sterk te zijn gestegen.
De energierekening bleek begin dit jaar sterk te zijn gestegen. Foto Ra-photos

Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat (EZK) heeft bewust geen rekening gehouden met voorspellingen dat hogere elektriciteits- en gasprijzen de energierekening begin 2019 zouden opdrijven. Dat blijkt uit informatie van het ministerie die NRC verkreeg met een beroep op de Wet openbaarheid van bestuur.

In februari ontstond politiek rumoer over de stijging van de energierekening voor burgers. Uit CBS-cijfers bleek toen dat die rekening voor een gemiddeld huishouden op jaarbasis 334 euro hoger zou uitvallen. Het kabinet had in december tijdens een vragenuur in de Tweede Kamer nog volgehouden dat de stijging beperkt zou blijven tot 108 euro. Staatssecretaris Mona Keijzer (Economische Zaken, CDA) riep ertoe op „dat we mensen niet bang moeten maken” met berichten over veel hogere rekeningen.

Een stijging van de energierekening van burgers ligt politiek gevoelig. De rekening is een symbool geworden voor de kosten van klimaatbeleid en de mate waarin huishoudens daaraan bijdragen.

Bovendien was de discussie aanleiding voor met name de Tweede Kamerfractie van het CDA om twijfel te zaaien over berekeningen van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL). „Dit gaat over het vertrouwen in die cijfers en die modellen”, zei toenmalig CDA-fractievoorzitter Sybrand Buma direct na het debat. De kritiek op het PBL was onterecht, bevestigen de stukken: de ministeries van Financiën en EZK betrokken het PBL helemaal niet bij hun berekeningen over de energierekening.

Kamervragen

De basis voor alle onvrede werd in december vorig jaar gelegd. Het ministerie van EZK moest Kamervragen beantwoorden nadat De Telegraaf in een commerciële prijsvergelijker een stijging van de energierekening voorspelde met driehonderd euro. Dat kwam door verhoogde energiebelastingen en door hogere gas- en stroomprijzen op de internationale energiemarkt.

In het vragenuur, waarin staatssecretaris Mona Keijzer verantwoordelijk minister Eric Wiebes (VVD) verving omdat die in het buitenland was, hield zij vol dat de stijging van de energierekening beperkt zou blijven tot 108 euro voor een gemiddeld huishouden. Twee maanden later bleek dat het ministerie fout zat, toen het Centraal Bureau voor de Statistiek de veel hogere stijging bevestigde.

Uit de nu openbaar gemaakte stukken blijkt dat Economische Zaken in het najaar geen enkele behoefte voelde de prijsstijging serieus te nemen die prijsvergelijker Gaslicht.com voorzag. Het ministerie noemde de door het bedrijf voorziene toename van de marktprijzen voor gas en stroom „niet realistisch”, maar deed geen enkele poging zelf greep te krijgen op de actuele gas- en elektriciteitsprijzen.

Marktprijzen

Die actuele prijzen lagen op de internationale markten medio 2018 hoog. In plaats daarvan besloot het ministerie toch zelf te gaan rekenen met het oude, veel lagere prijspeil van het PBL uit 2017. Destijds voorzag het Planbureau ongeveer gelijkblijvende prijzen tot 2020. Die cijfers waren echter niet bedoeld om ieder jaar de energierekening mee te voorspellen. Dat is ook ondoenlijk, omdat marktprijzen sterk fluctueren. Komend half jaar daalt de prijs naar verwachting weer licht.

Commerciële aanbieders van energiecontracten houden zulke prijsontwikkelingen, die algemeen bekend zijn, nauwgezet in de gaten. Financiën en EZK negeerden die informatie, blijkt uit de stukken. Of dat een politieke beslissing was, wordt niet duidelijk. Een woordvoerder van het ministerie van EZK zegt desgevraagd dat men niet anders kon dan de verouderde PBL-cijfers gebruiken. „Je wilt toch dat iemand hier met enige distantie naar kijkt. In hoeverre heb je het PBL anders nog nodig?”

Pas begin februari, ruim een week voordat het CBS met zijn raming kwam, vroeg minister Eric Wiebes zijn ambtenaren of hij niet „hopeloos achter de feiten” aanliep omdat het ministerie nog steeds vasthield aan een stijging van 108 euro. Wiebes vroeg toen alsnog of het PBL binnen een week actuele cijfers kon leveren, maar het planbureau had er vanwege zijn werk voor het klimaatakkoord geen tijd voor.

Uit de stukken blijkt dat de berekening van EZK op meer punten onzeker was. Al maanden vlogen in e-mails tussen Financiën en Economische Zaken uiteenlopende bedragen heen en weer, vooral omdat men het niet eens werd over het gas- en stroomverbruik van een gemiddeld huishouden. Dat heeft grote effecten op de berekening. Al op 13 september schreef een ambtenaar: „Op medewerkersniveau komen we er niet uit. De discussie gaat over wat nu het goede bedrag is om te presenteren als stijging van de Energierekening van volgend jaar.”

Raming

In een vragenuur op 19 februari over de verkeerde raming zei Wiebes dat de stelligheid van het ministerie over de energierekening „onterecht” was geweest, omdat het ministerie zich op oude PBL-cijfers had gebaseerd.

De minister verweet het Planbureau niets, maar de politieke werkelijkheid werd anders. De heisa over de energierekening kwam op een gevoelig moment: het PBL en het Centraal Planbureau legden net de laatste hand aan hun belangrijke analyse van het klimaatakkoord. Buma was zich daar zeer van bewust. „Vergeet niet”, zei hij, „dan moeten we de hele doorrekening van het klimaatakkoord nog. En dan is weer de vraag: op welke cijfers baseer je je?”

Lees ook ons vragenstuk uit februari: Waarom het ministerie blunderde over de gasprijs