Geen hoger loon? Ga dan verhaal halen in Den Haag

Oorzaak Werkgevers en vakbond FNV wijzen dat (ook) de politiek schuldig is aan de trage groei van lonen. „Flexibilisering is geen natuurverschijnsel.”

Vakbond weet hogere loonstijging te onderhandelen
Vakbond weet hogere loonstijging te onderhandelen

Wie is er schuldig aan de trage loonstijging in Nederland? Premier Mark Rutte wijst naar de grote bedrijven. Die boeken hoge winsten, zei hij zaterdag op een VVD-bijeenkomst, en laten hun personeel daar onvoldoende in delen.

Vakbond FNV kwam dinsdag met heel een andere verklaring. Ook de politiek heeft dit laten gebeuren. Kabinetten hebben de arbeidsmarkt te ver laten flexibiliseren, vindt de vakbond. Daardoor staan werkenden én vakbonden zwakker en wordt het lastiger om een hoger loon te eisen.

„Flexibilisering is geen natuurverschijnsel”, zei FNV-bestuurslid Zakaria Boufangacha, verantwoordelijk voor de enkele honderden collectieve arbeidsovereenkomsten (cao’s) die de vakbond jaarlijks afsluit met werkgevers. „De politiek heeft dit speelveld gecreëerd.”

Economen vragen zich al lang af waarom de lonen zo langzaam stijgen. Volgens CBS-cijfers waren de cao-lonen vorige maand 2,2 procent hoger dan een jaar eerder. In de hoogconjunctuur van 2002 was die zogenoemde cao-loonstijging fors hoger: 4 procent. En in 2008 zo’n 3,5 procent.

Dit jaar eist de FNV in alle cao-trajecten een loonstijging van 5 procent per jaar. Dinsdag maakte Boufangacha bekend in hoeverre de vakbond daarin slaagt. Zijn conclusie: „Het gaat moeizaam en langzaam.”

Moeizaam akkoord gaan

Wel ziet de FNV de loonstijging versnellen. In de recentste cao’s, die de vakbond sinds januari heeft afgesloten, was de gemiddelde afgesproken loonstijging 2,7 procent per jaar. Het gewogen gemiddelde – waarin cao’s met veel werknemers zwaarder meetellen – is zelfs 3,1 procent. „Maar we zijn er nog lang niet”, zegt Boufangacha.

De vakbond merkt in cao-onderhandelingen dat werkgevers slechts moeizaam akkoord gaan met hogere lonen. Daar komt bij dat de vakbonden meer eisen stellen in zulke cao-gesprekken.

Zo wil de FNV óók afspraken maken over vaste banen. Bijvoorbeeld dat een afgesproken aantal uitzendkrachten een vast contract krijgt. Of dat mensen met een flexcontract meer rechten krijgen. Die onderwerpen vindt de FNV nog belangrijker dan loon. Boufangacha: „Als mensen meer zekerheid hebben en een sterkere positie krijgen, kun je het volgende jaar ook meer loon afdwingen.”

Lees ook: Staken blijkt als wapen nog altijd effectief

Werkgevers relativeren de loondiscussie. „Voor schaarse functies zijn werkgevers nog steeds bereid de portemonnee te trekken”, zegt woordvoerder Jannes van der Velde van AWVN, dat als werkgeversadviseur betrokken is bij het merendeel van de cao’s. „Maar dat is op individueel niveau en zie je dus niet terug in de cao-lonen.”

Bovendien hebben werkgevers volgens hem lang niet altijd de ruimte om forse loonsverhogingen uit te delen. „De economie is grillig”, zegt Van der Velde. „Als je te veel loon geeft, gaat dat ten koste van je concurrentiekracht. Waar de grens ligt is aan cao-onderhandelaars. Die moeten een balans vinden.”

Ook volgens economen kan de toegenomen internationale concurrentie een oorzaak zijn van de trage loonstijging. De detailhandel moet bijvoorbeeld concurreren met webwinkels. En bloementelers hebben last van concurrenten die naar bijvoorbeeld Afrikaanse landen verhuizen omdat de loonkosten daar lager zijn.

Lees ook: Wie gelooft er in loonstijging van 5 procent?

„Die oorzaak zou weleens belangrijker kunnen zijn dan we vaak denken”, zegt monetair econoom Lex Hoogduin, hoogleraar aan de Rijksuniversiteit Groningen. „En als dat zo is, zou het zeer averechts werken als bedrijven nu de lonen verhogen. Want dan zou het uiteindelijk hun concurrentiepositie verslechteren.”

Werkgevers wijzen ook naar de politiek. Rutte kan hen wel oproepen om de lonen te verhogen, maar hij kan zélf de koopkracht van burgers verbeteren door de belastingen te verlagen. Volgens cijfers van het Centraal Planbureau stijgt het totaal aan belastingen, premies en heffingen van de overheid van ruim 36 procent van het bruto binnenlands product (bbp) in 2013 naar zo’n 39,5 procent dit jaar.

„Die lastenstijgingen zijn koopkrachtvreters geweest”, zegt Hoogduin. „En dat heeft het kabinet zelf gedaan. Dus het is een beetje merkwaardig dat Rutte nu opeens roept dat de cao-lonen omhoog moeten.”

Moet Rutte dan nu de belastingen verder verlagen? Dat zou wel goed zijn, vindt Hoogduin. „Maar er is niet veel ruimte om dat te financieren.”

Het kabinet heeft weliswaar een begrotingsoverschot van 11 miljard euro, maar het lijkt Hoogduin niet verstandig om dat allemaal uit te geven. „Het klinkt als veel geld, maar het is minder dan 1,5 procent van het bbp. Als de economie even wat minder gaat draaien, is het als sneeuw voor de zon verdwenen.”