Recensie

Recensie

Een maagdenaquarium met algen

bespreekt architectuurontwerpen die op elkaar lijken. Vandaag: de eerste gebouwen met vliesgevels van glas.

De door Bauhaus-oprichter Walter Gropius ontworpen Fagus-fabriek.
De door Bauhaus-oprichter Walter Gropius ontworpen Fagus-fabriek.

Net als fake news leven architectuurmythes ook na hun ontkrachting voort. Zo beweert Magdalena Droste in 100 years of Bauhaus, haar herziene geschiedenis van de beroemde Duitse kunstschool die een eeuw geleden werd opgericht en tot 1933 bestond, nog steeds dat de door Bauhaus-oprichter Walter Gropius (1883-1969) ontworpen Fagus-fabriek uit 1914 het eerste gebouw met glazen vliesgevels is.

Droste maakt niet duidelijk of Gropius’ schoenleestenfabriek in Alfeld het eerste gebouw met glazen Vorhangfassaden in Duitsland of in de hele wereld is. Maar in beide gevallen is haar bewering onjuist. Al tientallen jaren is bekend dat de nog altijd bestaande speelgoedfabriek Steiff in Giengen an der Brenz reeds in 1903 met glazen vliesgevels werd uitgerust. Bovendien zijn de vliesgevels van de Steiff-fabriek ‘glaziger’ dan die van de Fagus-fabriek: terwijl het glas in Gropius’ hal wordt onderbroken door stroken van baksteen en staal, bestaan alle vier gevels van de fabriek in Giengen bijna geheel uit glasplaten. Ook werd de Steiff-fabriekshal al gauw uitgebreid met een tweede glazen doos die met eveneens glazen luchtbruggen is verbonden met de eerste. Kortom, vergeleken met de Steiff-fabriek doen de Fagus-fabriek en zelfs het wereldberoemde, ook door Gropius ontworpen Bauhausgebouw in Dessau uit 1926 een stap terug in de ontwikkeling van de glasarchitectuur.

Margarete Steiff (1847-1909), de oprichtster van de fabriek in Giengen, gaf de opdracht tot de bouw van de nieuwe fabriekshal in 1902, toen de Bär PB 55, de Duitse teddybeer, in productie werd genomen. Steiff was op het idee van een geheel glazen fabriek gekomen, nadat ze vijf jaar eerder in Londen een bezoek had gebracht aan Crystal Palace, het immense glaspaleis dat in 1851 in zeer korte tijd was gebouwd voor de eerste Wereldtentoonstelling.

Hoewel bouwinspecteurs vreesden dat de vrouwelijke arbeiders blind zouden worden in de glazen berenfabriek, kreeg Steiff toch een bouwvergunning. ‘Jungfrauenaquarium’ werd de fabriek in Giengen al gauw na de oplevering in 1903 genoemd. Blind werden de Jungfrauen niet, maar wel hadden ze bij zonneschijn veel last van de hitte. Daarom worden de glazen gevels van de Steiff-fabriek elk voorjaar geverfd en is het maagdenaquarium tot het late najaar net zo ondoorzichtig als een vissenkom met algen.

Een van de redenen waarom architectuurhistorici als Droste blijven beweren dat de Fagus-fabriek het eerste gebouw is met vliesgevels, is dat dit perfect past in het verhaal van de modernistische architectuur: Gropius, een van de grote helden van het Nieuwe Bouwen en oprichter van het Bauhaus, is ook de uitvinder van de modernistische vliesgevel!

Wie de architect van het eerste vliesgevelgebouw in Duitsland is, is nog altijd niet helemaal zeker. De meeste fabriekshistorici houden het op Richard Steiff (1877-1939), de neef van Margarete Steiff en ook de ontwerper van de Bär PB 55, de populaire 55 centimeter grote beer van pluche (P) die kan bewegen (B).

Speelgoedfabriek Steiff, in Giengen an der Brenz.