Recensie

Recensie Film

Bij ‘Men in Black: International’ gaat actie boven humor

Actiekomedie Net als in het 22 jaar oude origineel overtuigt de wisselwerking tussen twee totaal verschillende agenten nog het meest in ‘Men in Black: International’: de film heeft de dynamiek van een moderne romkom.

Agenten M. (Tessa Thompson) en H. (Chris Hemsworth) op missie in ‘Men in Black: International’.
Agenten M. (Tessa Thompson) en H. (Chris Hemsworth) op missie in ‘Men in Black: International’. Foto Giles Keyte

‘Moet het niet mannen én vrouwen in zwart heten’ vraagt de net gerekruteerde Molly aan agent O. (Emma Thompson), directrice van de geheime overheidsorganisatie Men in Black (MiB). De populaire filmreeks is met Men in Black: International aan deel vier toe. De eerste zonder vertrouwde krachten Tommy Lee Jones en Will Smith als de in onberispelijk zwart pak gestoken agenten K. en J. Een riskant moment, want al zijn alle ingrediënten bekend – aliens versus mannen in het zwart, sciencefiction met actiekomedie – werken die ook met nieuwe hoofdrolspelers? Deugt hun dynamiek?

Het is de eerste film met een ‘Woman in Black’. Al eindigde deel één ermee dat agent J.’s vriendin zijn partner werd, in deel twee bleek zij spoorloos verdwenen. Nu is Tessa Thompson als agent M. vrijwel de hele film actief als partner van Chris Hemsworth, alias agent H. Was de oude psychodynamiek die tussen het assertieve jonge talent Smith en de stoïcijnse mentor Jones, ditmaal is het eerder die van de moderne romkom. Hemsworth is een losbol, een kindman die zijn instinct volgt. Thompson de plichtsgetrouwe, cerebrale en serieuze streber. Hemsworth is eerder haar object van verlangen dan andersom.

De eerste Men in Black-film was in 1997 een enorme hit dankzij een intelligent en humoristisch scenario, de wisselwerking tussen Smith en Jones en een wervelende vormgeving. De trucages en gadgets waren fantasievol: buitenissig wapentuig als ‘de-atomizers’ en de ‘neuralyzer’, die het geheugen wist van mensen die per ongeluk getuige zijn van incidenten met aliens. Want die leven namelijk al lang onder ons, al mogen we dat niet weten. MiB leiden hun verblijf op aarde in goede banen.

Een sequel in 2002 was vooral een herhalingsoefening, tien jaar later bleek deel drie beter, met een ontroerende finale rond de lancering van Apollo 11 in 1969. Volgens de logica dat de oneven films goed zijn – een en drie – kan deel vier dus niet deugen. De koele ontvangst en de tegenvallende opbrengst doet inderdaad het ergste vrezen, toch is Men in Black: International niet echt slecht, eerder middelmatig.

In Men in Black: International verlaten we voor het eerst Amerika voor stedentripjes naar Marrakesh, Parijs en Napels. Het grootste probleem daarbij is de ongeïnspireerde verhaallijn over de strijd met twee kwaadaardige aliens alsmede een mol in eigen organisatie. Is het High T. (Liam Neeson), baas van de Britse MiB-afdeling, of pennenlikker C. (Rafe Spall), die afgunstig is op het succes van agent H.? De nadruk ligt op actie ten koste van de humor; die komt vrijwel geheel voor rekening van het door Kumail Nanjiani grappig ingesproken wezentje Pawny. Net als in het 22 jaar oude origineel overtuigt de wisselwerking tussen twee totaal verschillende agenten nog het meest: de gedreven Thompson versus de laconieke Hemsworth. Maar of dat genoeg is? Men in Black: International lijkt af te stevenen op een financieel fiasco, en doorgaans gaat zo’n serie dan terug naar de tekentafel: nieuwe acteurs, nieuwe opzet. Wie weet wordt dat Women in Black.