Allen akkoord, maar venijn zit in de uitwerking

Onderhandelingen In het pensioenakkoord staan slechts hoofdlijnen. De gesprekken over de details kunnen moeilijk worden.

Minister Wouter Koolmees (rechts) viert het pensioenakkoord met de Tweede-Kamerfractie van zijn partij, D66. In het midden fractievoorzitter Rob Jetten, links Kamerlid Steven van Weyenberg.
Minister Wouter Koolmees (rechts) viert het pensioenakkoord met de Tweede-Kamerfractie van zijn partij, D66. In het midden fractievoorzitter Rob Jetten, links Kamerlid Steven van Weyenberg. Foto Lex van Lieshout/ANP

Het pensioenakkoord is vastgesteld, maar de onderhandelingen zijn nog lang niet klaar.

Dinsdag stemde vakcentrale VCP als laatste in met de afspraken rond de pensioenen, waardoor nu een nieuwe fase begint: de uitwerking. In het pensioenakkoord staan slechts de hoofdlijnen van de nieuwe regels rond het aanvullende pensioen, waar werknemers voor sparen bovenop hun AOW-uitkering.

Komende maanden zullen het kabinet, werkgevers en vakbonden in een ‘stuurgroep’ gaan onderhandelen over cruciale details. Die gesprekken zouden weleens moeilijk kunnen worden.

Wat al duidelijk is: in het nieuwe stelsel verdwijnt de subsidie van jong naar oud. Jongeren krijgen straks voor iedere euro premie méér pensioenopbouw dan ouderen, omdat de euro van een jongere langer kan renderen. De tweede verandering is dat pensioenfondsen geen grote financiële reserves meer hoeven aan te leggen. Dat betekent dat beleggingswinsten meteen uitgedeeld mogen worden en dat er na verliezen sneller gekort moet worden.

Maar hoe streng worden die kortingsregels precies? En moeten startende werknemers, die toetreden tot een pensioenfonds, óók meedelen in de winsten en verliezen van de voorgaande jaren, of juist niet? Dat moet allemaal nog besloten worden.

Al die beslissingen hebben invloed op de verdeling van de pensioenpotten. Pas als alles duidelijk is, kunnen pensioenfondsen berekenen wat de nieuwe regels betekenen voor de werknemers en gepensioneerden die bij hen zijn aangesloten.

Lees ook: SP verloor de slag van PvdA binnen de FNV

Compensatie voor 40’ers en 50’ers

Het moeilijkste vraagstuk is de compensatie van veertigers en vijftigers. Zij worden benadeeld doordat de subsidie van jong naar oud verdwijnt. Zij hebben de subsidie wél betaald als jongere, maar kunnen er door de nieuwe regels niet meer van profiteren in de tweede helft van hun loopbaan.

In het pensioenakkoord staat expliciet dat deze gedupeerden „adequate” compensatie moeten krijgen. Die moet betaald worden door de andere mensen in het pensioenfonds. In theorie zijn er meerdere manieren om die compensatie te regelen.

Een fonds kan bijvoorbeeld geld uit zijn financiële reserves gebruiken. Een andere optie is financiering vanuit de pensioenpremies. Je zou bijvoorbeeld tien jaar lang 1 procentpunt van alle pensioenpremies opzij kunnen zetten voor deze compensatie.

Welke methode het effectiefst is, verschilt per pensioenfonds. Een ‘vergrijsd’ fonds, met veel ouderen, heeft al veel vermogen opgebouwd. Als je dan de reserves een beetje afroomt, heb je al snel veel geld verzameld. Voor hele jonge fondsen is er juist bij de premies meer geld te halen, omdat er veel premiebetalers zijn. Sommige fondsen zullen beide methodes combineren.

Maar gaat die compensatie in de praktijk ook werken? Zónder bepaalde leeftijdsgroepen onevenredig te benadelen? Dat is nog steeds onduidelijk. Er zijn al talloze doorrekeningen gemaakt door het Centraal Planbureau en de pensioenfondsen. Maar die zijn nog onzeker, omdat nog niet alle pensioenregels bekend zijn en er dus met aannames gewerkt moet worden.

Minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) is optimistisch dat alle fondsen de compensatie kunnen regelen. Vakbonden hadden daar de afgelopen maanden sterke twijfels over. Daarom hebben zij in de uitwerkingsfase een ‘noodrem’ gekregen. Als de doorrekeningen tegenvallen, kunnen de bonden álle afspraken uit het pensioenakkoord opnieuw ter discussie stellen in de stuurgroep. Pas als de stuurgroep akkoord is, stuurt minister Koolmees de wetswijziging met nieuwe pensioenregels naar de Tweede Kamer. Zoals FNV-bestuurder Tuur Elzinga onlangs zei in NRC: „We houden de handrem erop totdat alles duidelijk en goed is.”

Tegen fictief hogere rekenrente

Intussen hebben de vakbonden de lat hoog gelegd voor het nieuwe stelsel. Niet alleen moet dat een beter systeem zijn op de lange termijn. Het moet óók op de korte termijn grootschalige pensioenverhogingen dichterbij brengen, omdat de meeste pensioenen nu al jarenlang niet meestijgen met de prijzen in de winkel.

Als de doorrekeningen tegenvallen, zou het zomaar kunnen dat de vakbonden oude afspraken opnieuw ter discussie stellen. Zo is het de bonden niet gelukt om in het pensioenakkoord een hogere ‘rekenrente’ af te spreken. Daarmee berekenen pensioenfondsen hoeveel geld ze nú in kas moeten hebben om alle toekomstige pensioenen uit te keren. Zodra de rekenrente omhoog gaat, zoals de bonden willen, wordt de financiële situatie van de fondsen direct beter – op papier althans. En dan mogen de fondsen meer geld uitdelen aan hun deelnemers.

De kans is klein dat Koolmees die eis inwilligt. De minister is fel tegen zo’n fictief hogere rente, omdat pensioenfondsen zich daarmee rijk kunnen rekenen, met als risico dat er te weinig geld overblijft voor jongere generaties.

Al deze discussies zullen op zijn minst nog maanden duren, waarna Koolmees de afspraken moet verwerken in wetgeving, die in 2022 moet ingaan. In de tussentijd is er nog een belangrijke factor waar de stuurgroep geen enkele grip op heeft: de stand van de economie. Die is essentieel voor de overgang op een nieuw stelsel.

Als de financiële gezondheid van pensioenfondsen de komende anderhalf jaar verbetert, zal dat de kans op een soepele overgang vergroten. Maar bij tegenvallende economische omstandigheden zijn kortingen onvermijdelijk, ook in het nieuwe stelsel. En daar komen de compensatiekosten voor veertigers en vijftigers nog bovenop.

De vakbonden staan dan opnieuw voor een keuze: geven ze Koolmees toestemming om alle aanpassingen door te zetten? Of houden ze de handrem erop?