Accountants winnen rechtszaak van toezichthouder

Toezicht EY en PwC kregen boetes van toezichthouder AFM wegens tekortkomingen in hun controles. Nu zegt de rechter dat de accountantskantoren hun zorgplicht niet hebben verzaakt.

De AFM kan accountantskantoren niet langer boetes opleggen op basis van slechte jaarrekeningcontroles.
De AFM kan accountantskantoren niet langer boetes opleggen op basis van slechte jaarrekeningcontroles. Foto Evert Elzinga/ANP

Het is een pijnlijke uitspraak voor de Autoriteit Financiële Markten (AFM): de toezichthouder heeft het hoger beroep tegen accountantskantoren EY en PwC verloren. Dat heeft het College van Beroep voor het bedrijfsleven dinsdagochtend bekendgemaakt. De uitspraak is definitief, hoger beroep is niet mogelijk.

De zaak draait om boetes die de AFM in 2016 aan EY en PwC heeft opgelegd, van respectievelijk 2,2 miljoen en 845.000 euro. Aanleiding waren tekortkomingen in jaarrekeningcontroles die de AFM in 2014 had vastgesteld. EY en PwC vochten de boete aan bij de rechter, en kregen eind 2017 gelijk van de bestuursrechter in Rotterdam. De andere twee grote kantoren, KPMG en Deloitte, kregen ook boetes opgelegd, maar hebben die niet aangevochten.

De AFM ging in hoger beroep en heeft dat nu verloren. Het is een principiële uitspraak met grote gevolgen voor het toezicht op accountants. Het betekent dat de AFM niet langer boetes kan opleggen aan kantoren op basis van slechte jaarrekeningcontroles – de essentie van het werk van accountants.

De AFM legde de verantwoordelijkheid voor de fouten van de accountants bij het kantoor. Bij PwC kregen vier van de tien controles een „onvoldoende”, bij EY drie van de tien. De boetes werden uitgedeeld met het argument dat de accountantskantoren hun ‘zorgplicht’ hebben verzaakt. De kantoren moeten er van de wet namelijk voor zorgen dat hun accountants goed functioneren. Als er zó veel fouten worden gemaakt, redeneerde de AFM, valt dat de kantoren aan te rekenen.

Mankerende bedrijfsvoering

De rechter oordeelt nu echter opnieuw dat falende accountants „niet zonder meer tot de conclusie leiden dat de accountantsorganisatie nalatig is ten aanzien van de op haar rustende zorgplicht”. Daar is meer voor nodig, vindt de rechter. Zo moet duidelijk zijn dat „de oorzaak van de geconstateerde tekortkomingen op eigen handelen of nalaten van de accountantsorganisatie is terug te voeren”. De AFM zou dan moeten bewijzen dat de fouten bijvoorbeeld een gevolg zijn van „mankerende bedrijfsvoering”. Het slechte werk van individuele accountants alleen zegt „onvoldoende” over het kantoor als geheel om een boete op te baseren.

Lees ook: dit interview met AFM-bestuurder Gerben Everts na de eerste uitspraak

De AFM laat weten dat de uitspraak gevolgen heeft voor de „effectiviteit van het toezicht” en in gesprek te zijn met het ministerie van Financiën over de consequenties. Na de eerdere uitspraak zei AFM-bestuurder Gerben Everts tegen NRC verrast te zijn door de uitspraak. „Wat ons betreft moet de verantwoordelijkheid voor de kwaliteit liggen bij het kantoor en de bestuurders. Klanten gaan niet in zee met Jan of Piet of Klaas, maar met PwC of EY. Zij moeten instaan voor de kwaliteit, zij zijn verantwoordelijk als Jan of Piet of Klaas een schuiver maakt.”