Thuiskok. Tussenstop

De eerste keer dat ik voet zette in Azië was onderweg naar Australië. De tussenstop was in Kuala Lumpur en mijn reisgenoten en ik besloten in een paar dagen de stad te zien. Dat idee was niet alleen ingegeven door de goede verhalen die we hadden gehoord over de hoofdstad van Maleisië, maar ook omdat we niet in het vliegtuig wilden zitten tijdens de halve finale van het WK voetbal. Ergens in een lokaal Holland Huis zagen we midden in de nacht Nederland met 3-2 winnen van Uruguay.

Wat ik me naast het feest dat daarna losbarstte goed kan herinneren was de lunch eerder die dag. Nadat we enkele uren door de stad hadden gestruind langs allerlei marktkraampjes, belandden we bij een simpel eetstalletje. Zo eentje waar alles met plastic gaat: plastic stoelen, plastic bestek en het eten op een plastic bord. Wat we bestelden, wisten we niet, maar het leek op niets wat ik tot dan toe kende en het was ongelooflijk lekker.

Zulke eetstalletjes zag je overal in Kuala Lumpur, en dat maakt, begrijp ik nu ik Magisch Maleisisch van Norman Musa heb gelezen, onderdeel uit van de streetfoodcultuur die typerend is voor heel Maleisië. Musa heeft er zelfs een hoofdstuk aan gewijd in zijn nieuwste kookboek.

Maar de Maleisische keuken is meer dan alleen streetfood. Ertoe behoren ook feestelijke banketten voor duizenden mensen, of een grote tafel gevuld met eten voor de hele familie; het resultaat van dagen koken. Die afwisseling is te verklaren door de grote diversiteit van de inwoners van het land: je hebt er inheemse Maleiers, Chinezen, Indiërs en invloeden van de voormalige kolonisators Portugal, Nederland en Engeland en buurlanden als Thailand, Sri Lanka en India.

Al die invloeden zorgen voor een waanzinnig gevarieerde keuken, met rijst, groenten, fruit, vis, vlees en allerlei soorten sambal en andere smaakmakers. Musa heeft geprobeerd alles te vatten in een kookboek van 250 pagina’s – in soms lange, maar meestal korte en zelden lastige recepten. Houd er wel rekening mee dat niet alle ingrediënten even makkelijk te krijgen zijn. Voor kenners gaat het vast wat snel; pakweg vijftien recepten per hoofdstuk en dan weer door. Voor mensen die niet thuis zijn in de Maleisische keuken – zoals ikzelf – is dit kookboek een fijne introductie.