Opinie

Pleegde Iran de tankeraanslagen? Twijfel genoeg

Perzische Golf De Amerikaanse regering presenteert het als een voldongen feit dat Iran achter de aanval op tankers in de Golf zit. Wie alles op een rij zet, ziet geen eenduidig beeld, schrijft .

Bemanningsleden van de aangevallen Japanse tanker Kokua Courageous worden opgevangen aan boord van het Amerikaanse marineschip USS Bainbridge
Bemanningsleden van de aangevallen Japanse tanker Kokua Courageous worden opgevangen aan boord van het Amerikaanse marineschip USS Bainbridge Foto Jason Waite/US Navy/AP

Iran is een suspect land, maar dat is geen reden om nu op gezag van Donald Trump en een korrelige zwartwitvideo aan te nemen dat het de olietankers in de Golf heeft aangevallen. Geen misverstand: het valt niet uit te sluiten, maar een zaak tegen Iran vergt niet alleen een motief maar ook bewijs.

Op 27 april verklaarde Iran „niet als enige de dupe van een olieboycot” te zullen zijn; waarin een aanwijzing is gezien dat het de scheepvaart in Straat van Hormuz zou willen verlammen. Maar is dat voldoende? Tien punten van twijfel:

1: Uitgelokte incidenten en valse informatie; precedenten genoeg. Denk aan het Tonkin-incident (1964), de vermeende beschieting door Noord-Vietnam van een Amerikaans oorlogsschip, die Washington als excuus gebruikte om zich volledig in de Vietnam-oorlog te storten. Of de presentatie van minister Colin Powell in de VN-Veiligheidsraad (2003), die moest bewijzen dat Saddam Hoessein inzetbare massavernietigingswapens bezat en die als excuus diende voor de invasie in Irak.

2: Wettelijke machtiging: op grond van een zogeheten Authorization to Use Military Force (AUMF) uit 2001, na de aanslagen van 11 september, kan een Amerikaanse president nog steeds oorlog beginnen tegen terroristen waar ook ter wereld, zonder eerst uitdrukkelijke toestemming aan het Congres te vragen. Amerikaanse presidenten hebben hiervan sindsdien moeiteloos gebruik gemaakt, ook tegen groeperingen die in 2001 niet bekend waren of niets met Al Qaida van doen hadden. Zelfs nog vóór Trumps aantreden maakte de VS al 37 keer in veertien landen gebruik van deze vrijbrief. Sinds het aanwijzen van de Revolutionaire Garde als ‘terreurgroep’ in april zou Iran makkelijk een volgende kandidaat kunnen zijn.

3: Het wapen: volgens Yutaka Katada, de Japanse eigenaar van één van de beschadigde olietankers, spreekt de Amerikaanse uitleg tegen dat er sprake was van een kleefmijn. „Onze bemanning zegt dat het schip werd aangevallen met een vliegend object; ik geloof niet dat er sprake was van een tijdbom of ander object dat aan de romp [van de Kokuka Courageous] was bevestigd, aldus Katada.

4: De theorie dat de eigengereide Revolutionaire Garde, niet de Iraanse marine, de aanval hebben uitgevoerd; denkbaar, omdat gardisten mogelijk Amerikaanse troepen bedreigen in Irak, Syrië en op de terreurlijst zijn geplaatst. Tegelijkertijd ook onlogisch omdat de aanval plaatsvond op het moment van het bezoek van de Japanse premier Abe aan Iran.

5: Het bewijs; tijdens de persconferentie, donderdag, waar Iran de schuld kreeg van de aanval, vermeed minister Mike Pompeo (Buitenlandse Zaken) het woord „bewijs”, maar sprak over een „government assessment. Het is gebruikelijk van een ‘intelligence assessment’ te gewagen als de inlichtingendiensten ferm van een aanslag overtuigd zijn. Een maand geleden, toen de Revolutionaire Garde raketten op speedbootjes plaatste, noemde Amerikaanse regering dat een „dreiging”, maar de inichtingendiensten vonden het slechts een „defensieve” manoeuvre in het licht van de Amerikaanse marineopbouw in het Golfgebied.

Lees ook: Niemand zegt oorlog te willen, maar verdere escalatie dreigt

6: Een bredere Iraanse dreiging; de VS spreken daar al langer over, en stuurden begin mei een vlootverband en bommenwerpers naar het gebied. De Britse generaal Ghika, plaatsvervangend bevelhebber van de anti-ISIS-missie, reageerde daarop toen verbaasd. „Er is geen verhoogde dreiging van door Iran gesteunde machten in Irak of Syrië”, zei hij.

Dat weerhield Nederland er overigens niet van zijn trainingsoperatie in Irak en de Koerdische Autonome Regio op 16 mei tijdelijk stil te leggen. „De Amerikaanse commandant van de internationale coalitie besloot afgelopen zondag uit voorzorg tot het tijdelijk opschorten van alle trainingen vanwege een verhoogd dreigingsniveau. Dit betekent dat ook de Nederlandse trainingen werden stilgelegd”, aldus een intern Defensie-memo. Geen ongebruikelijke gang van zaken in een internationale coalitie, maar in de publiciteit is de indruk gewekt dat het om een Nederlands besluit ging.

7: Bewijs in de Veiligheidsraad; John Bolton, Trumps Nationaal Veiligheidsadviseur, zou het bewijs van de Iraanse dreiding in de VN-Veiligheidsraad presenteren, maar dat is tot op heden niet gebeurd.

8: De video; er is verwarring over het tijdstip van de video-opname, waarop te zien zou zijn hoe Iraniërs met een bootje een niet ontplofte kleefmijn van de Japanse tanker verwijderen. Volgens de Amerikaanse regering is de video tien uur na de aanslagen gemaakt, maar dat is op de video zelf nergens aan te zien; onafhankelijk bewijs ontbreekt.

9: Iran móet wel de dader zijn, want heeft als enige in de regio dit soort mijnen; Pompeo gebruikte dit argument, maar het is aanvechtbaar. Niet alleen gaat het om simpele technologie, die al in de Tweede Wereldoorlog beschikbaar was, maar ook wordt aangenomen dat Jemenitische Houthi’s in december al tientallen van die mijnen in de Rode Zee aan schepen van Saoedi-Arabië en de VAE hebben bevestigd. Dat is geen bewijs, wel een aanwijzing dat Iran niet de enige is.

10: Iran wil en kan de internationale oliemarkt verlammen; Amrita Sen, hoofd oliemarkt-analyse van Energy Aspects, is er sceptisch over. De verzekeringspremie zal de olie iets duurder maken, maar van een serieuze dreiging zoals in de jaren ’80 van de vorige eeuw (zoals tijdens de oorlog tussen Irak en Iran) is geen sprake. Een prijsverhoging zou de VS niet eens slecht uitkomen, want het Kushner-vredesplan voor Israël en Palestina (dat steeds maar uitblijft) is afhankelijk van Saoedische en VAE-oliedollars die in de Palestijnse economie zouden moeten worden gestoken.

Correctie (18 juni 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond dat Mike Pompeo minister van Defensie is. Dat klopt niet: hij is minister van Buitenlandse Zaken. Dat is aangepast.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.