Opinie

Op Justitie en Veiligheid hangt weer een bonnetjeslucht

Bemoeide oud-minister Opstelten zich met de vervolging van PVV-leider Wilders door het OM? Rechter Matthieu Verhoeven ziet een „groezelige gang van zaken”, schrijft hij in deze Togacolumn.

Foto ANP / Phil Nijhuis

In Nederland heeft het Openbaar Ministerie (OM) het vervolgingsmonopolie in strafzaken. Dat betekent dat alleen het OM zaken bij de strafrechter mag aanbrengen. Burgers mogen dat niet en ook andere ambtsdragers niet.

Of het OM daadwerkelijk tot vervolging overgaat, bepaalt het zelfstandig. Het OM is niet verplicht te vervolgen: wij noemen dat het opportuniteitsbeginsel. Tegenover dat opportuniteitsbeginsel wordt wel het legaliteitsbeginsel geplaatst: als een overheid het belangrijk genoeg vindt om een bepaalde gedraging strafbaar te stellen dient zij die gedragingen dan ook steeds te vervolgen.

Kansloos

Dat systeem hebben wij in Nederland niet. Het OM kan afzien van vervolging „op gronden aan het algemeen belang ontleend”. Achtergrond is dat het strafrecht het openbaar belang dient en dat vervolging dus „zin” moet hebben. De officier van justitie kan dus ook afzien van vervolging, bijvoorbeeld als hij een vervolging kansloos acht wegens te weinig bewijs, hij van oordeel is dat bepaald gedrag geen strafbaar feit oplevert of dat er een rechtvaardigingsgrond is (bijvoorbeeld zelfverdediging).

Een uitzondering op het opportuniteitsbeginsel is de zogenaamde Artikel 12 Strafvorderingprocedure. Indien een belanghebbende meent dat het OM ten onrechte niet tot vervolging overgaat kan hij daarover klagen bij het gerechtshof. In dat geval toetst het gerechtshof of een vervolging haalbaar is en of vervolging opportuun is. Let wel: het hof toetst of de vervolging haalbaar is en doet geen uitspraak over de vraag of er ook een veroordeling zal volgen.

Marionetten

Deze beklagprocedure is, in Nederland, de uitzondering op het beginsel dat het OM bepaalt of er strafrechtelijk wordt vervolgd. In landen waar het met de rechtsstaat niet zo nauw wordt genomen, is dat anders. Daar kan de regering of een dictator beslissen dat er wordt vervolgd, om nog maar te zwijgen over gebieden waar zelfs die moeite niet wordt genomen en de uitvoerende macht de problemen zelf wel even buitengerechtelijk oplost. Als de rechterlijke macht daar dan ook nog uit marionetten bestaat, is de uitkomst van die vervolging en misschien zelfs ook al de straf wel duidelijk. In Nederland hebben wij een rechtsstaat, dus hier neemt het OM en niet de regering of een minister de vervolgingsbeslissing.

Schimmig

Recent is deining ontstaan over de vraag of toenmalig minister Opstelten zich heeft bemoeid met de beslissing over de vervolging van Geert Wilders in de minder-Marokkanenzaak. De verdediging stelt bewijzen te hebben van die bemoeienis.

Het is nu aan het gerechtshof dat de zaak in hoger beroep behandelt om te bepalen of die bemoeienis er is geweest en zo ja, of dat gevolgen heeft voor de vervolging. Ik heb daar wel een mening over, maar die houd ik voor me, de zaak is immers onder de rechter. Het hof zoekt het ook uit: er heeft een getuigenverhoor van de betrokkenen plaatsgevonden bij de raadsheer-commissaris. Uit diverse publicaties begreep ik dat dat verhoor niet zo heel veel duidelijkheid heeft opgeleverd.

Wat (wederom) opvalt is de schimmige manier van het geven (of weigeren) van informatie. Op de vragen van de verdediging naar mogelijke betrokkenheid van de minister of ambtenaren van het ministerie van Veiligheid en Justitie (zoals het toen heette), antwoordde het College van procureurs-generaal op 6 februari 2018 dat er geen overleg (over het aangiftetraject) is geweest met vertegenwoordigers van het ministerie van Veiligheid en Justitie en/of politieke ambtsdragers. Uit antwoorden op Kamervragen op 30 november 2018 blijkt echter dat er in april 2014 wel overleg is geweest tussen de voorzitter van het College van procureurs-generaal en de minister. En afgelopen vrijdag stuurde minister Grapperhaus antwoorden naar de Kamer waaruit bleek dat er over deze zaak ook in september 2014 overleg was geweest met de minister. Een woordvoerder van het ministerie noemde dat „nieuwe” informatie waar niet eerder naar was gevraagd.

Dat is, zacht gezegd, vreemd: zowel Wilders als diverse media zijn al heel lang op zoek naar de gang van zaken, onder andere via Kamervragen en Wob-verzoeken. En dan duikt er nu opeens nieuwe informatie (voor de Kamer en de pers) op. Er stijgt meteen ook een bonnetjeslucht op. Er zijn inmiddels alweer aanvullende Kamervragen gesteld.

 

Groezelig

Dit is een groezelige gang van zaken. Als je vindt dat de minister, onder wiens verantwoordelijkheid het OM valt, best over al dan niet te vervolgen zaken overleg mag voeren met het OM kun je dat gewoon zeggen. Nu wordt eerst dat overleg ontkend en verzwegen en vervolgens duikt er mondjesmaat wat op. Zoiets tast de rechtsmoraal van de gewone burger ook aan: als de instanties die ervoor zijn zich al niet aan de regels houden of wat sjoemelen met de waarheid, herstel, gedoseerd feitelijk verschillende lezingen geven over bepaalde feiten, waarom zou de burger zich dan wel netjes aan de regels moeten houden? Kijk naar oe eige, zeggen ze in Brabant geloof ik.

De Togacolumn wordt geschreven door een advocaat, officier of rechter. Matthieu Verhoeven is rechter in Almelo in de civiele sector, waar hij vooral insolventies (faillissementen en schuldsaneringen) en kort gedingen doet.

 

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.