AIVD-actie tegen het Cornelius Haga Lyceum wekt weerstand

Verstoringsactie AIVD Was de AIVD-actie tegen het Haga geslaagd? Zo zou AIVD-chef Schoof het niet noemen. Hij vond reacties van moslims „pijnlijk”.

Leerlingen in het Haga Lyceum in Amsterdam
Leerlingen in het Haga Lyceum in Amsterdam Foto David van Dam

Is er sprake van een geslaagde of mislukte ‘verstoringsactie’ van de AIVD tegen het islamitische Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam?

Deze vraag houdt zowel de geheime dienst als inlichtingenexperts bezig. Sinds de AIVD begin dit jaar in een ambtsbericht waarschuwde tegen „anti-democratische invloeden” op de school, wist het Haga een – deels geslaagd – tegenoffensief tegen AIVD en Amsterdams stadsbestuur op touw te zetten. Nieuwe leerlingen stroomden toe. Moslimorganisaties klaagden over „stigmatisering” van hun gemeenschap door de dienst. Een „pijnlijke ontwikkeling”, vindt AIVD-chef Dick Schoof die tegelijkertijd beklemtoont dat „waarschuwingen tegen aanjagers van salafisme gegeven moeten worden”.

Eerst de voorgeschiedenis. Begin dit jaar maakte de AIVD een vertrouwelijk ambtsbericht over het Haga Lyceum. Op 7 maart publiceerde terrorismebestrijder NCTV delen van de inhoud op verzoek van burgemeester Femke Halsema. Daarin waarschuwde de dienst dat de school een deel van het lesprogramma wilde wijden aan de salafistische geloofsleer. Mede daardoor zou de school het ontstaan van een „parallelle samenleving bevorderen”. Ook zou de schoolleiding tussen 2009 en 2012 banden hebben gehad met een Kaukasische terreurgroep.

Lees ook: Inspectie: financieel wanbeheer bij Haga, maar geen salafisme

In maart en april volgden nog berichten in NRC over het hoge salaris van de bestuurders, en een bezoek van een omstreden Britse sharia-geleerde aan de school. De publicaties hadden de nodige gevolgen.

Diverse islamitische organisaties distantieerden zich van het Haga, en wilden dat het bestuur opstapte. Het Amsterdamse stadsbestuur zei de mogelijkheden van sluiting van de school te onderzoeken. Premier Mark Rutte riep ouders op hun kinderen niet naar die school te sturen.

Om te laten zien dat er niets aan de hand was, stelden de bestuurders van het Cornelius Haga hun school ruimhartig open voor journalisten. Veel ouders negeerden de oproep van Rutte, steunden de school tegen de „hetze van buiten” en meldden hun kinderen juist aan. In april waren er 135 nieuwe aanmeldingen.

Diverse moskee-organisaties klaagden in Trouw over „stigmatisering van islamitisch onderwijs” door de AIVD: ook in het AIVD-jaarverslag, waarin werd gewaarschuwd voor salafistische invloeden. Volgens een nieuw Onderwijsinspectierapport, dat NRC heeft ingezien, wordt geconcludeerd dat er wel van alles mis is op het Haga, maar niet dat er sprake is van zorgwekkende salafistische invloeden.

Tijdens een discussie van de top van de inlichtingendiensten met studenten van de Universiteit Leiden, op 2 mei, bleek dat ook binnen de inlichtingenwereld verschillend tegen de AIVD-actie wordt aangekeken. Het meest tevreden betoonde zich Paul Abels, als bijzonder hoogleraar Inlichtingenstudies gastheer van de bijeenkomst en tevens hoge ambtenaar bij de NCTV. Abels sprak van een „geslaagde verstoringsactie” tegen het Haga Lyceum. Bij dit type acties brengt de dienst informatie naar buiten, waarmee deze de samenleving direct beïnvloedt en de weerbaarheid tegen bepaalde dreigingen vergroot. Precies dat was gebeurd, aldus Abels. Islamitische organisaties en stadsbestuur waren in het geweer gekomen. Het omstreden schoolbestuur van het Haga had zich uit de tent laten lokken met felle commentaren („Laat de AIVD met tyfusbewijzen komen”).

Abels: „Bij verstoringsacties als deze wordt met inlichtingen een steen in de vijver gegooid. De dienst opereert daarbij manipulatief; dat wil zeggen dat de dienst met zijn informatie het gedrag van anderen probeert te beïnvloeden. Dat gebeurt altijd ten bate van de nationale veiligheid en de bescherming van de democratische rechtsorde.”

AIVD-baas Dick Schoof evalueerde de actie tegen Haga tijdens de bijeenkomst als minder positief. Hij noemde het „pijnlijk”, dat – ook vanuit de collegezaal – het verwijt kwam dat zijn dienst moslims stigmatiseert. „Het laatste wat de AIVD wil, is discriminatie en polarisatie in de hand werken. We willen juist democratische grondrechten beschermen”, zei Schoof. Ook nam hij afstand van de term ‘manipulatief´ die Abels gebruikte. „Dat is een negatieve term die onnodig alarmbellen laat rinkelen” , zei hij. Wel was hij het met Abels eens dat de dienst niet alleen observeert en analyseert, maar ook actor is. Schoof: „Wij zijn ons ervan bewust dat onze informatie anderen ertoe brengt te handelen. Daar dienen onze ambtsberichten ook voor.” Nu was het stadsbestuur in actie gekomen.

Lees ok: Deed de Inspectie meer dan de wet toestaat?

De term „geslaagde actie” tegen het Haga, wilde Schoof niet voor zijn rekening nemen, zo blijkt uit een toelichting aan NRC. „Het is nog te vroeg om definitief de balans op te maken. We kunnen nu nog niet zeggen of ons doel bereikt is.”

Een belangrijke factor zullen volgens hem de vervolgacties van de minister van Onderwijs en het stadsbestuur zijn. „Als daardoor sleutelfiguren opstappen als aanjager van salafistisch gedachtengoed, wordt ons werk uit handen genomen. Ons onderzoek gaat door.” Zou hij de casus-Haga op dezelfde manier aanpakken, als hij de keuze had? Schoof: „Ja, we zouden het weer zo doen. Het is onze taak om te waarschuwen tegen anti-integratieve tendenzen die de democratische rechtsorde ondergraven, en daarmee samen met onze partners te kijken hoe we kunnen handelen. Maar achteraf gezien hadden we rond de publicatie van het ambtsbericht wel meer uitleg kunnen geven binnen de moslimgemeenschap, wat we met onze informatie over het Haga Lyceum beoogden. Op die manier hadden we onrust kunnen voorkomen en aan damage-control kunnen doen.”