Inspectie: financieel wanbeheer bij Haga, maar geen belemmering integratie

Cornelius Haga Lyceum De leiding van de omstreden islamitische school verrijkte zichzelf, maar belemmert integratie leerlingen in samenleving niet.

Leerlingen in het Haga Lyceum in Amsterdam
Leerlingen in het Haga Lyceum in Amsterdam Foto David van Dam

De schoolleiding van het Cornelius Haga Lyceum in Amsterdam maakt zich schuldig aan wanbeheer, belangenverstrengeling en zelfverrijking. De aantijging van salafisme kan echter niet worden hardgemaakt. Dat blijkt uit een ongepubliceerd concept-rapport van de Inspectie van het Onderwijs dat NRC heeft ingezien.

De school moet onrechtmatige uitgaven ter waarde van ruim 170.000 euro terugbetalen. De Inspectie denkt dat het Haga mogelijk al binnen twee jaar in de financiële problemen komt en heeft dertien herstelopdrachten opgelegd waaraan de omstreden islamitische middelbare school moet voldoen om verder te mogen.

De Inspectie heeft geen aanwijzingen gevonden dat een „deel van de lessen een salafistisch karakter heeft”. Het Haga streeft er niet naar leerlingen afzijdig te houden van de samenleving, aldus de Inspectie. Evenmin zet de middelbare school aan tot onverdraagzaamheid of belemmert het integratie in de samenleving.

De bevindingen zijn opvallend, niet alleen vanwege het harde oordeel over het financieel beleid, maar ook vanwege het uitblijven van antidemocratische tendenzen. Door terrorismebestrijder NCTV naar buiten gebrachte AIVD-signalen dat de schoolleiding zich in een radicaal netwerk zou begeven en de helft van het curriculum salafistisch wil inrichten, waren de reden dat de Inspectie na onderzoek eind 2018 afgelopen maanden opnieuw het Haga bezocht.

Nu pleit de Inspectie de school dus vrij van salafisme en wordt het onderwijs in grote lijnen positief beoordeeld, maar komen er andere verwijten voor in de plaats. Zo beschikt het bestuur volgens de Inspectie over „weinig deskundigheid en ervaring” en biedt het schooldirecteur Soner Atasoy nauwelijks tegenspraak. Terwijl die juist telkens de fout ingaat door zijn „confronterende en isolationistische houding, misplaatste grappen” en geflirt met „personen met een omstreden reputatie”. Hij gedraagt zich provocerend en is daarom een slecht voorbeeld voor de leerlingen, aldus de Inspectie, die – zo blijkt uit het rapport – aangifte deed omdat Atasoy inspecteurs tot tweemaal toe vergeleek met de Gestapo.

Lees ook: Deed de Inspectie meer dan de wet toestaat?

Bovendien zou er sprake zijn van onrechtmatige verrijking. Atasoy zou zichzelf en zijn broer, Son Tekin die beleidsmedewerker is, onterecht overwerk uitbetalen.

De administratie van het Haga besteedde hij uit „aan een jaren uitstaande relatie”, die tussen 2011 en 2012 fungeerde als voorzitter van de stichting achter de school en nu volgens de Inspectie een „buitensporig hoog” tarief en „extreem hoog” aantal uren rekent. Na voordracht van die administrateur nam de school in mei diens echtgenote in dienst, volgens de Inspectie zonder bewijs dat er een open sollicitatieprocedure was, evenals bij broer Son Tekin. De Inspectie schrijft geen vertrouwen te hebben dat het bestuur „in de huidige samenstelling” de school op het juiste pad kan krijgen.

In reactie op het uiterst kritische conceptrapport heeft Atasoy de Inspectie gedaagd. Hij eist dat het rapport zoals het er nu ligt wordt ingetrokken en passages worden aangepast. Donderdag dient het kort geding. Volgens de advocaat van de school, Wouter Pors, vermengt de Inspectie in het rapport haar adviserende rol met haar wettelijke toezichtstaak en presenteert ze „eigen meningen als invulling van de wet”. Zo zet de Inspectie haar visie op de omstreden contacten van Atasoy en diens uitgesproken gedrag volgens Pors oneigenlijk in om te beargumenteren dat de school haar wettelijke burgerschapstaak niet goed vervult.

Experts kritisch over rol Inspectie

Pors wijst op de grote verschillen met het nooit gepubliceerde conceptrapport van eind 2018 over het Haga, ook ingezien door NRC. Het nieuwe rapport spreekt dat positieve rapport herhaaldelijk tegen. De Inspectie omschreef het financieel beheer toen als „deugdelijk” en het bestuur als „transparant en integer”, gekenmerkt door „een professionele kwaliteitscultuur”.

Lees ook: ‘Manipulatieve’ AIVD wekt weerstand

Twee onderwijsexperts aan wie NRC de hoofdpunten uit het nieuwe conceptrapport voorlegde, plaatsen net als Pors kanttekeningen bij het oordeel van de Inspectie over zaken die niet onder haar wettelijke toezichtstaak behoren, zoals de deskundigheid van het toezichthoudende bestuur, Atasoys aanstelling van familieleden en de invulling van burgerschapsonderwijs op het Haga. Hoogleraar onderwijsrecht Paul Zoontjens (Tilburg University) noemt de conclusies „heel zwak” en stelt dat het rapport vooral bedoeld lijkt om de „minister te helpen om in de politiek meer voor elkaar te krijgen”.

Andere steun komt van de registeraccountant van de school, Charles Rabe van Horlings Nexia. Naar aanleiding van het nieuwe conceptrapport van de Inspectie nam hij de uitgaven van de school nogmaals onder de loep, maar zag geen reden om zijn eerdere goedkeuring voor de jaarrekening van 2017 in te trekken.

Gevraagd om een reactie zegt de Inspectie niet in te gaan op ongepubliceerde rapporten maar „met vertrouwen” het oordeel van de rechter af te wachten.