Opinie

Doorgeefwijn

Marcel van Roosmalen

Bezoek hoeft tegen ons maar terloops ‘mooi huis’ te zeggen en we overdonderen ze met verhalen over ons dorp. En passant hemel ik dan ook altijd nog even Arnhem op, waar de mensen wel gevoel voor humor hebben. Pas als het bezoek is meegegaan in de frame dat iedereen die zich wel een huis in Amsterdam kan veroorloven niet mag klagen wordt het gezellig.

Met rode wijn, witte wijn.

En dit weekeinde aan het eind van de avond ook met blauwe wijn.

„Jaaa!”, riep ik liggend vanuit de koelkast toen ik de fles tussen wat stronken prei vandaan trok. „We hebben toch nog wat.”

„Wat is het?”, vroeg de vriendin.

Ja, wist ik veel, drinken, blauwe wijn.

Er hing een ansichtkaart aan, een lachende zebra met een tekstballonnetje: ‘Dat een paard kan lachen met zoveel tanden.’

Als je goed keek gaf de blauwe wijn licht in het donker.

Daarna ging het licht uit.

Dit was dus waarom ik bijna nooit meer te veel drink, dacht ik de volgende ochtend. Alsof we met een busje op en neer naar Tsjernobyl waren geweest. De vriendin lag ook ergens, kreunend. Tussen ons in sprong iets wits, schreeuwerig en angstaanjagend. Het waren onze dochtertjes, ze hadden zich in witte handdoeken gewikkeld.

„Even een ding”, zei de vriendin. „Ik moet dit echt zeggen: Je hoeft niet iedere fles die ze je geven mee te slepen naar je hol.”

„Ons hol”, verbeterde ik.

Ik had medelijden met het bezoek.

Hoeveel glazen blauwe wijn hadden die eigenlijk op?

Zou hij nog leven?

Blauwe wijn, wie geeft zoiets?

De kaart met de lachende zebra lag nog op het aanrecht.

Op de achterkant stond: ‘Na zuur nu zoet, hier lekkere uitgeperste smurfen voor in je schrijversbloed. Chantie & Erwin (Vitesse-supporters)’

Ik wist weer: O ja, de boekpresentatie van mijn boek over Theo Janssen. „Haha, heb je dat echt opgezopen?”, zei een Arnhemse vriendin, die ik gistermiddag sprak en die wil dat ik volgende week met haar naar een huwelijksfeest ga.

„Dat is een doorgeefwijntje, die had je mooi aan Ruud en Christel kunnen geven... Haha, die had echt op de grond gelegen dan.”

Humor, met de groetjes uit Arnhem.

Marcel van Roosmalen schrijft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.