Deed de Inspectie meer dan de wet toestaat?

Haga Lyceum Het conflict tussen de Haga-leiding en de Inspectie komt donderdag voor de rechter. „Het debat rond deze school is zo verhard dat het goed is dat een rechter de feiten boven tafel haalt.”

Een klaslokaal in het Haga LyceumFoto David van Dam
Een klaslokaal in het Haga LyceumFoto David van Dam

„Kijk, zo.” Beleidsmedewerker Son Tekin Atasoy imiteert de Inspectie van het Onderwijs. Hij gluurt achter een archiefkast in de directiekamer van het Cornelius Haga Lyceum. „Ze keken achter boekenkasten, posters…” Verbaasd draait hij zich om. „Wat denken ze dat we verstopt hebben achter tekeningen van leerlingen?”

Wekenlang onderzocht de Inspectie de omstreden islamitische middelbare school in Amsterdam. Aanleiding waren signalen van de AIVD over salafistische invloeden, waarover NRC uitgebreid berichtte. Inspecteurs spraken met leerlingen en docenten, bezochten nagenoeg alle lessen en vroegen van elke uitgave bonnetjes op. „We hebben aan alles meegewerkt”, neemt beleidsmedewerker Son Tekin het met een knipoog op voor zijn broer, directeur Soner Atasoy, die de Inspectie vanwege haar werkwijze met de Gestapo vergeleek. „Maar achter boekenkasten kijken, dat ligt gevoelig in Amsterdam.”

Lees ook: Inspectie: financieel wanbeheer bij Haga, maar geen salafisme

De Inspectie deed aangifte van de vergelijking van de schooldirecteur en verwerkte het in haar vooralsnog ongepubliceerde conceptoordeel over het Haga. In dat zeer kritische rapport – ingezien door NRC – neemt de Inspectie de school op alle fronten onder vuur, met uitzondering van de kwaliteit van de lessen en de zorg voor de leerlingen.

Niet alleen is directeur Atasoy volgens de Inspectie een slecht voorbeeld voor zijn leerlingen vanwege zijn provocerende houding, ook maakt hij zich schuldig aan wanbeheer en zelfverrijking, neemt hij zonder geëigende sollicitatieprocedures familieleden en bekenden in dienst en onderhoudt hij contact met „omstreden personen”. Het toezichthoudend bestuur is onervaren en ondeskundig en biedt Atasoy „niet of nauwelijks” tegenspraak. De school vervult volgens de Inspectie bovendien zijn burgerschapstaak onvoldoende, moet ruim 170.000 euro aan onrechtmatig besteedde rijksfinanciering terugbetalen en komt zodoende mogelijk al binnen twee jaar in de financiële problemen.

Eerder al rapporten aangevochten

Het zijn heftige bevindingen, maar volgens de Atasoys klopt er niets van. En dus zal hun advocaat Wouter Pors donderdag in de Haagse rechtbank proberen definitieve vaststelling van het rapport tegen te gaan. Maar heeft dat zin? Mogelijk wel, bewees Pors eind 2018. Hij vocht toen conceptrapporten van drie andere scholen met succes aan. En, zegt hij, de kans is groot dat hem dat nu weer lukt.

Het rapport trekt volgens Pors „morele of zelfs politieke” conclusies en gaat voorbij aan de beperkte taak die de Inspectie wettelijk heeft: controleren of scholen aan regelgeving voldoen. De Inspectie vermengt in het rapport haar adviserende rol met haar wettelijke toezichtstaak, zegt de advocaat, en „presenteert eigen meningen als invulling van de wet”.

Zo behoort de scheiding tussen toezichthoudend bestuur en schooldirecteur weliswaar geborgd te worden, maar schrijft geen wet voor „dat beide het voortdurend met elkaar oneens moeten zijn”, zegt Pors. Evenmin is wettelijk iets vastgesteld over het mediagedrag van een directeur of over de deskundigheid van een bestuur.

Volgens de Inspectie berokkent Atasoy de school schade omdat hij „niet ondubbelzinnig afstand neemt van omstreden personen”, zoals vrijwilliger Arnoud van Doorn en de door de AIVD als salafistische aanjager omschreven geschiedenisdocent Kasim Tekin.

Het Haga laat zo volgens de Inspectie „de kans open dat leerlingen in contact gebracht worden met opvattingen die in strijd zijn met de basiswaarden van de democratische rechtsstaat” en vervult zodoende zijn burgerschapstaak niet goed. Maar, werpt Pors tegen, de Inspectie zegt in hetzelfde rapport geen antidemocratische of salafistische invloeden te hebben gevonden, ook niet in Tekins lessen. Door dan toch te eisen dat Atasoy afstand neemt van personeel, handelt de Inspectie in strijd met de vrijheid van onderwijs, zegt Pors.

Meerdere conclusies zijn ‘boterzacht’

Hoogleraren onderwijsrecht Miek Laemers (Vrije Universiteit) en Paul Zoontjens (Tilburg University), aan wie NRC de belangrijke punten uit het conceptrapport voorlegde, onderschrijven dat de Inspectie van de wet minder bewegingsruimte krijgt dan zij zich in het rapport toeëigent. Meerdere conclusies zijn volgens Zoontjens „boterzacht”. Zo stelt geen „wet, regel of norm” dat schooldirecteuren geen familie of bekenden mogen aannemen of dat de Inspectie kan oordelen over de deskundigheid van het toezichthoudende bestuur.

Ook de kritiek op het burgerschapsonderwijs van het Haga is volgens beide experts geen grond voor een negatief oordeel. De Inspectie schrijft dat het Haga zich extra moet inzetten om leerlingen de „basiswaarden van de democratische rechtsstaat” bij te brengen. Maar de Inspectie mag volgens Zoontjens en Laemers niet controleren op de inhoud van burgerschapsonderwijs. Enige criterium is of de school dat aanbiedt. En dat doet het Haga, concludeert de Inspectie zelf, onder meer door tripjes naar het Rijksmuseum en door „seksualiteit en seksuele diversiteit” te bespreken bij biologie.

Lees ook: ‘Manipulatieve’ AIVD wekt weerstand

Belangrijk is ook de kritiek van de Inspectie op het financiële beleid van het Haga. Atasoy verrijkt zichzelf volgens de Inspectie onrechtmatig door in twee jaar bijna 30.000 euro aan overuren te rekenen en doordat hij zijn functie tijdelijk uit heeft gebreid tot 1,2 fte, onder meer voor „crisismanagement” vanwege de controverse rondom de school. En een bevriende eigenaar van een administratiekantoor die hij in de arm nam, rekent volgens de Inspectie een „buitensporig hoog” tarief. Ook besteedde het Haga vóór opening ruim 70.000 euro die het volgens de Inspectie onrechtmatig achteraf verhaalde op rijksfinanciering.

Teveel aan salaris terugbetaald

Op verzoek van advocaat Pors heeft de registeraccountant van de school, Charles Rabe van Horlings Nexia, de jaarcijfers van 2017 opnieuw bekeken. Hij zag geen reden zijn eerdere goedkeuring in te trekken, zegt hij tegen NRC. De school had zelf al gezien dat Atasoy boven de Wet normering topinkomens verdient en stelde een terugbetalingsregeling in. De Inspectie schrijft dat Atasoy dit te veel uitgekeerde salaris niet terugbetaalt, maar salarisstrookjes ingezien door NRC tonen dat deze wel degelijk maandelijks wordt ingehouden op zijn salaris.

Of het Atasoy en Pors donderdag zal lukken het rapport tegen te houden, durft Laemers niet te voorspellen. „Maar de Inspectie vergist zich soms”, zegt de hoogleraar. „En het debat rondom deze school is zo verhard dat het sowieso heel goed is dat een rechter de feiten boven tafel haalt.”

Correctie (18 juni 2019): In een eerdere versie van dit artikel stond bij de door de Inspectie genoemde „omstreden personen” Arnoud van Doorn en Kasim Tekin dat beiden door de AIVD zijn genoemd. Dit moet alleen Tekin zijn.