Recensie

Recensie Theater

Meeleven met de campinggasten op Oerol

Theaterfestival Op Oerol zijn weer veel voorstellingen te zien die het natuurschoon en de omgeving opnemen in het werk. Maar het festival biedt daarbij ook opvallend goed filosofisch en spannend teksttoneel.

De voorstelling Part-Time Paradise op Oerol, die zich afspeelt op camping De Kooi in Midsland, tussen echte campinggasten.
De voorstelling Part-Time Paradise op Oerol, die zich afspeelt op camping De Kooi in Midsland, tussen echte campinggasten. Foto Nichon Glerum
    • Ron Rijghard

Op Oerol, het theaterfestival op Terschelling, is de bezoeker net zo vaak deelnemer aan een voorstelling als toeschouwer. Mijn Oerol begon met minutenlang staren in de ogen van een vreemde. De stem in mijn koptelefoon, bij de voorstelling In order of disappearance van Bart van de Woestijne, droeg me op het gezicht, de armen en benen van de vrouw te bekijken en me af te vragen wat ik zag en wat ik dacht dat zij zag, nu ze naar mij keek. Hoogst ongemakkelijk, deze oefening in intimiteit.

Een wandeling tussen de bomen door leidde daarna naar acht hokjes voor de acht deelnemers. Elk hokje had één glazen wand, die uitzicht bood op de duinen. Daar begon de oefening in afzondering. Eerst in het pikkedonker, nadat er een rolluik was neergedaald. En in de weerspiegeling van het glas, toen er licht aanging.

Weer was er een stem. Deze vroeg me voor te stellen dat een ander die precies op mij leek mijn leven had overgenomen. Stel dat die man in de spiegel een ander is die naar jou kijkt: wat ziet hij? Een ontregelende vraag, maar het lukte me niet helemaal me over te geven aan deze poging tot zielsverhuizing.

Wandelingen door de natuur

Oerol biedt dit jaar opvallend veel voorstellingen met wandelingen, die het landschap en de natuur integreren in het werk. Een gunstige ontwikkeling, want het ontbrak de afgelopen jaren te vaak aan dat samenspel. Zonder dat versmelten van omgeving en theater verliest Oerol zijn meerwaarde.

Het valt dus op dat je bijvoorbeeld het audioverhaal One million people and me van Veerle van Overloop/ Shelfish Productions, dat je beluistert tijdens een wandeling door de duinen, net zo goed thuis in een stoel tot je kan nemen. Hoewel dit portret van een zelfmoordenaar misschien net iets te veel clichés bevat om het dan tot het einde toe vol te houden.

Part-Time Paradise van Skoft & Skiep en Tryater. Foto Nichon Glerum

Vanachter glas naar een camping kijken

De meest geslaagde symbiose vindt plaats bij Part-Time Paradise van Skoft & Skiep en Tryater. Die voorstelling over het leven op een camping speelt zich midden op Camping De Kooi in Midsland af. Het publiek zit achter glas in een gebouwtje van drie verdiepingen, dat vanuit de hoogte uitzicht biedt op een veldje met tentjes en caravans. Circa twintig acteurs en figuranten spelen er scènes van campinggasten, die allen met hun eigen redenen en besognes Oerol komen vieren. Via de zendmicrofoons zijn hun gesprekken goed te volgen. Ondertussen lopen de echte campinggasten ook gewoon met hun tandenborstel en wc-rol over het veldje. Tezamen levert dat een verrukkelijk amusant schouwspel op.

In de vlotte montage van regisseur Tatiana Pratley is te zien hoe onder meer de gescheiden vrouw, de babbelzieke jongen, de getraumatiseerde agent, de blowvrienden, de verveelde pubers en het naar zelfstandigheid snakkende meisje zoeken naar een manier om hun leven vorm te geven. Ze botsen op elkaar en helpen elkaar. Zaterdag speelde de voorstelling in de regen, wat de tragiek van deze verloren zielen extra uitvergrootte. Respect en bonuspunten voor de (veelal zomers geklede) acteurs die zich er dapper doorheen sloegen.

Part-Time Paradise van Skoft & Skiep en Tryater. Foto Nichon Glerum

Formidabele tekst, grootse acteur

Ondanks de meerwaarde van het natuurschoon springen er op Oerol twee voorstellingen tussenuit die genoeg hebben aan zichzelf, dankzij een formidabele tekst en een grootse acteur: Immens van Theater Utrecht, een solo van Vincent van der Valk en Bobby Baxter van Urland, een (Engelstalige) solo van Thomas Dudkiewicz. Geïnspireerd door leven en werk van filosoof Friedrich Nietzsche steekt Van der Valk, als Frits, een overweldigende, radicale preek af. „Ik ga jullie geen verhaaltje vertellen”, bijt hij het publiek toe. Frits is afgeknapt op die combinatie van oorzaak, gevolg en conflict, die volgens hem de valse belofte van een betere wereld herbergt. Zijn nihilisme richt zich ook op het economisch perspectief, de godsdienst, de humanistische kerk, de ‘narcotische kunst’, de wetenschap en de moraal.

In de regie van Casper Vandeputte, met wie Van der Valk de tekst schreef, houdt deze gevaarlijke gek knap de balans tussen zwartgalligheid en momenten van relativering en humor, die voorkomen dat je als luisteraar murw raakt van zijn stormvloed aan stellingnames en redeneringen. Zo speelt Frits aanvankelijk zelfs een funky liedje op zijn keytar, waarmee de misantroop zowaar het publiek laat dansen. Eigenaardig is wel de keuze om Frits het grootste deel van de tijd maniakaal rondjes te laten rennen in een duinpan, terwijl hij zijn tekst uitspuwt. Dat neemt niet weg dat Immens een zinderende voorstelling is, die nabrandt als de kopstoot van een hooligan.

Wrede, lugubere thriller

In Bobby Baxter staat Thomas Dudkiewicz daarentegen bijna de hele voorstelling stil, terwijl hij zijn verhaal doet, in een weiland omzoomd door bos. Wat begint als een vakantieverhaal van twee vrienden ontpopt zich als een wrede, lugubere thriller over een moordzuchtige man. Met het lage, sonore timbre van een Britse detective boort de geheel in het smetteloos wit gestoken Dudkiewicz steeds nieuwe, bloederige lagen en fantasierijke details aan, waarbij hij meerdere keren van perspectief verandert. Dat literaire procedé en zijn heldere voordracht volstaan voor een heerlijk uur griezelen.