Jaarlijkse Keti Koti-lezing afgezegd wegens ‘onrust’ over spreker

Tegenstanders van Sandew Hira vinden dat de publicist geen podium verdient omdat hij de omstreden president van Suriname steunt.

De nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Amsterdam in 2017.
De nationale herdenking van de afschaffing van de slavernij in het Amsterdam in 2017. Foto Remko de Waal/ANP

De jaarlijkse lezing ter nagedachtenis van de slavernij gaat niet door. Over publicist Sandew Hira, die dit jaar de lezing ging geven, is „onrust” ontstaan, schrijft organisator het Nationaal Instituut Nederlands slavernijverleden en erfenis (NiNsee) in een verklaring. Vermoedelijk gaat het om Hira’s steun aan de omstreden president van Suriname Desi Bouterse. Hira zelf stelt dat hij het slachtoffer is geworden van een „demoniseringscampagne”.

Hira zou op 29 juni de Keti Koti-lezing houden in het Amsterdamse Scheepvaartmuseum, twee dagen voor de herdenking van de afschaffing van de slavernij. NiNsee geeft in een korte verklaring geen verdere uitleg over de reden voor de afzegging. Het instituut stelt alleen dat er „binnen de gemeenschap onrust is ontstaan” en dat er sprake is van „een escalatie tussen voor- en tegenstanders van het spreken van Sandew Hira”.

Lees ook: ‘Alternatieve feiten’ over Bouterse’s aanwezigheid

Demonisering

Hira schrijft dat hij gedemoniseerd wordt door de Surinaamse publicist Theo Para en Hugo Essed, een Surinaamse advocaat. Volgens Hira hebben zij onder meer op de Surinaamse radio opgeroepen om zijn lezing te verstoren. Hira stelt dat zijn tegenstanders willen verhinderen dat „dekoloniale theorieën een podium krijgen”. Zijn lezing zou gaan over een „dekoloniale visie op de geschiedschrijving van slavernij”.

In een ingezonden brief op de Surinaamse website Waterkant schreef Para eerder deze maand inderdaad dat Hira de Keti Koti-lezing niet zou mogen geven. Para is tegen omdat Hira heeft gepleit voor de stopzetting van het strafproces tegen president Bouterse over de Decembermoorden. Volgens Para is Hira „de felste pleitbezorger van onvoorwaardelijke amnestie voor de mensenrechtenschendingen en misdrijven tegen de menselijkheid die onder de militaire dictatuur van Desi Bouterse zijn gepleegd”.

Para benadrukt in zijn brief dat hij Hira niet „monddood” wil maken, maar dat de lezing zijns inziens „strijdig is met de vitale belangen en de morele statuur van NiNsee”. Hira stelt dat zijn vrijheid van meningsuiting en „het principe van diversiteit van opvattingen” wordt aangevallen.