Opinie

Echte test voor pensioenakkoord moet nog komen

Stemming FNV

Commentaar

Opluchting in de polder. Met een overweldigende meerderheid hebben de leden van de FNV zaterdag ingestemd met het zogenoemde pensioenakkoord. Maar liefst 75 procent van de 375.000 leden die hun stem uitbrachten, stemde voor. Eerder al gingen ook de stemmende leden van vakbond CNV in grote meerderheid (80 procent) akkoord.

De uitslag kwam toch nog als een verrassing. De dagen voorafgaand aan de stemming, had het als activistisch bekendstaande 105 leden tellende ledenparlement van de FNV zich niet onverdeeld positief uitgelaten over het akkoord. Het voorliggende principeakkoord dat kabinet en sociale partners na negen jaar onderhandelen hadden gesloten, was volgens sommige FNV’ers alsnog te weinig.

De leden van de FNV die de moeite namen te stemmen (zo’n 37 procent van het totaal deed dat) verdienen een pluim voor hun realistische opvattingen. Natuurlijk had een deel van hen graag terug gewild naar een pensioen op 65-jarige leeftijd, ruimhartiger beleid voor hen die eerder willen stoppen en garanties over hogere uitkeringen, maar de werkelijkheid is weerbarstiger dan deze dromen.

Leden FNV verdienen een pluim voor hun realistische beoordeling van het principe-akkoord

Met een veranderende arbeidsmarkt, onzekerheid over de economische toekomst en een hogere levensverwachting voor iedereen was aanpassing van het pensioenstelsel niet alleen gewenst, maar zelfs noodzakelijk. Doorgaan op de oude weg zou op korte termijn onhoudbaar geworden zijn.

Daarmee is de weg voor minister Wouter Koolmees (Sociale Zaken, D66) bijna vrij om de wetgeving in gang te zetten waarmee de AOW-leeftijd tijdelijk zal worden bevroren om daarna geleidelijker dan voorheen te worden verhoogd. Ook is er nu ruimte voor mensen met zware beroepen om toch eerder en (deels) boetevrij te kunnen stoppen met werken. En tenslotte is er ruimte gekomen voor pensioenfondsen, die nu niet meer per 1 januari 2020 hoeven te korten als zij hun dekkingsgraad op 100 procent of meer hebben. Dat is goed nieuws.

Het moeilijkste onderdeel van het pensioenakkoord moet echter nog komen. De komende maanden zal een zogenoemde stuurgroep van werkgevers, werknemers en experts de verdere uitwerking van de pensioenplannen ter hand nemen. Daar komen de echt ingewikkelde vragen op tafel: hoe wordt compensatie gevonden voor leeftijdscohorten die onevenredig hard geraakt worden door de verandering van de spaarsystematiek? Hoe zullen de fondsen niet alleen meer uitkeren in goede tijden, maar ook daadwerkelijk korten in slechte?

Hoe, kortom, krijgt verdeling van de financiële pijn van de noodzakelijke verbouwing van het pensioenstelsel op een eerlijke manier vorm?

FNV-voorzitter Han Busker zei bij de toelichting op de stemming van zijn leden dat ook de mensen die ‘nee’ hebben gezegd tegen dit akkoord gehoord worden. „Wij zullen door moeten gaan met het eerlijker maken van het pensioenstelsel”, aldus Busker. De rest van de polder mag hem daaraan houden, en hem eraan blijven herinneren dat ‘eerlijker’ niet per se betekent dat huidige rechten en plichten tot in lengte van jaren gegarandeerd blijven.

De polder heeft nu ‘ja’ gezegd tegen het zoet van het akkoord. Het welslagen van het hele akkoord kan uiteindelijk pas afgemeten worden aan de concrete uitwerking en verdeling van ook het zuur.