Boogschieten is geen kroegspelletje, maar een kwestie van spanning

WK handboogschieten Twee weken lang was Den Bosch het middelpunt van het WK handboogschieten. Topsport in eigen land en ook een kans om de bekendheid van deze sport in Nederland te vergroten.

De WK handboogschieten in de binnenstad van Den Bosch.
De WK handboogschieten in de binnenstad van Den Bosch. Foto Merlin Daleman

De straten in het centrum van Den Bosch zijn op deze slaperige zondagochtend verlaten, maar op de Parade dreunt harde dancemuziek uit de speakers, die weerkaatst op de zijkant van de Sint Janskathedraal. Even later is het weer muisstil. Een van de jonge Chinese schutters strekt zijn recurveboog voor zich uit, trekt de pijl langs zijn gezicht, één oog dicht, lippen samengeknepen, drie, vier seconden richten, en dan is de pijl zeventig meter onderweg. Zijn boog bungelt uit zijn slappe hand als de slinger van een oude klok. Een dof geluid op het doelwit. De 1.500 mensen op de tribune kijken naar een van de twee grote schermen. „9”, klinkt het. „8”. „10!” Na elke set verdwijnt de concentratie even, wordt er weer gekletst en gaat de muziek weer aan.

Het is de slotdag van de WK boogschieten, het einde van twee weken midden in het centrum van Den Bosch. In de arena op de Parade gaat het nog ergens om, terwijl de rest van het WK-terrein vandaag oogt als een discotheek waar de lichten aan het einde van een lange nacht doorhalen aan zijn gegaan.

De route langs het water bij het Zuiderpark, iets verderop gelegen, trekt alleen nog plukjes mensen. Bij een van de tenten leert nog wel een groepje mensen zelf schieten, van bescheiden afstand. Maar de vitrines die als mini-musea dienen, met informatie over de geschiedenis van de sport, en eerbetuigingen aan alle Nederlandse toppers van weleer en nu, trekken weinig bezoekers. In een gebouwtje dat al twee weken om de twintig minuten een filmpje toont aan bezoekers blijven de vijftig witte stoeltjes leeg. Een nieuwe voorstelling start over 112 seconden, 111, 110, telt het scherm af. Niemand meer.

Ook het rugbyveld van The Dukes is nu bijna verlaten. Daar stonden alle wereldtoppers eerder nog hun kwalificaties af te werken, zestig borden op een rij. Vandaag zitten er wat fans te kijken naar een paar schutters die een paar pijlen inschieten, of ze blijven zitten voor het grote scherm, met beelden van de finales verderop.

De Amerikaan Brady Ellison in actie.

Foto Merlin Daleman

De slotdag is het toetje. De finales recurve, de olympische boog. Uitverkocht. Alweer. Arnoud Strijbis, sinds twee jaar algemeen directeur van de Nederlandse Handboogbond, kan na twee weken bijna weer ontspannen. Tweeënhalve week zelfs, als je het congres van World Archery, de internationale bond, meetelt. Eerst dat, toen het WK voor paraschutters, daarna voor de valide schutters. „Het vraagt veel, maar het was om de mensen te kunnen laten zien hoe mooi de sport is”, zegt hij tijdens de middagpauze op de Parade.

Hij is net van Schiphol naar Den Bosch komen rijden, miste daardoor de verloren wedstrijd om het brons van de Nederlandse mannen in de teamwedstrijd. Maar met goede reden. Hij was met Ugur Erdener, voorzitter van de wereldhandboogbond, mee naar Schiphol om Thomas Bach op te halen, voorzitter van het Internationaal Olympisch Comité (IOC). „Dit is pas de tweede keer dat hij in Nederland is. In 2014 was hij bij het WK hockey. De agenda van die man is natuurlijk heel vol.”

Nederland handboogland

Het geeft aanzien. Dat is voor Strijbis heel belangrijk, net als voor de sporters zelf. Nederland heeft handboogschutters die al jaren wereldtop zijn – denk aan de vierde plekken op de Olympische Spelen voor Rick van der Ven (2012) en Sjef van den Berg (2016) of drievoudig wereldkampioen compound Mike Schloesser.

Maar om nou te zeggen dat Nederland een handboogland is? Nee, het blijft een sport in de marge. 10.500 leden, 220 verenigingen. De schutters delen hun algemeen directeur met de curlingbond, waar Strijbis nu enkele maanden actief is.

Deze WK moesten de sport in Nederland op de kaart zetten. Presteren, natuurlijk, dat staat altijd centraal, maar deze WK moesten het handboogschieten aan het land laten zien en het land dan weer aan de handboogwereld. „Ik heb de mensen gesproken die zeiden: toch wel heel gaaf, hè, die sport? Mensen uit het wereldje die zeggen dat ze nooit hebben meegemaakt dat er een rij staat om te komen kijken. Een beetje bewustwording: we hebben hier wel een heel gave sport te pakken.”

Achter de tribune op de Parade staat Mary Steenbakkers (43) tussen de wedstrijden door een sigaretje te roken. Ze is deze WK met haar man een paar dagen komen kijken. Ze schieten zelf. Achttien meter, drie pijlen. 25 meter, één pijl. Ook veldwedstrijden met routes door het bos. „Het leuke is dat je iedere keer hetzelfde moet doen, voor mij is dat ontspannend”, zegt ze. Ze komt in competities Sjef van den Berg weleens tegen, nu kon ze vlak bij huis – ze woont in Schijndel – eens topwedstrijden zien. „Het is goed hoe dit gepromoot is. Het wordt vaak in het verdomhokje gestopt.”

Vluchtig vermaak

Verderop heeft Jessica Bogers (35) met haar jonge dochter net wat drinken gehaald. Ze had de sport nog nooit gezien, maar woont in Den Bosch en wilde toch eens komen kijken. „Ik vind het indrukwekkend, de concentratie, de spanning. En heel lastig om te volgen is het niet. Het is ook vrij vluchtig. Voor een voetbalwedstrijd moet je toch anderhalf uur zitten.”

De finale bij de vrouwen tussen Lei Chien-Ying uit Taiwan en en Kang Chae Young uit Zuid-Korea.

Foto Merlin Daleman

De mix van fans, jong en oud, man en vrouw, is wat de organisatie wilde. Van directe aanhang van de sporters en teamgenoten tot hobbyschutters en de mensen die met hun kledingtassen vorige week plaatsnamen tijdens de para-onderdelen omdat het toch gratis was.

Nieuw bloed vinden. Gepassioneerden, zoals de huidige schutters dat ook zijn. „Het gaat ook om de relevantie van de sport”, zegt Strijbis. „Dit kampioenschap is geweldig, maar de relevantie gaat ook om andere dingen. Dit is niet een sport waarbij je zo in beweging bent dat de kilo’s ervan afvliegen, maar je wordt er wel rustiger van. In een maatschappij met al die telefoons en prikkels is het boogschieten een buitengewoon interessante sport.” Hij vertelt dat ze rond de WK training gaven aan middelbare scholieren die examens gingen doen. Wat beter voor je focus dan boogschieten?

Voor de Nederlandse schutters zelf was dit ook meer dan een WK. Twee medailles, olympische tickets, dat is mooi. Maar zij zagen het kampioenschap ook nadrukkelijk als kans om de sport verder te laten groeien. „Ik zie dit ook zeker als een verantwoordelijkheid”, zegt Van den Berg. „Te laten zien dat dit een heel professionele sport is, en dat dit soort evenementen de standaard beginnen te worden. Dit is geen kroegspelletje.”

Compoundschutter Schloesser denkt dat de WK de Nederlandse handboogsport een boost gaat geven. „Het is mijn passie, het zou mooi zijn als anderen die passie ook krijgen. Ik schiet veel in de VS, daar herkennen mensen me ook op straat. Hier kan ik in een oranje shirt lopen en zeggen mensen: ‘o ja, de Nederlandse vrouwen zijn aan het voetballen.’”

Ergens zit er ook een persoonlijke erkenning in bij hem. „Ik ben al drie keer wereldkampioen geweest, maar ik stond gisteren voor het eerst op Nu.nl. Met een derde plek. Dat is toch sjiek om te zien.”