Toen de politieke druk toenam was de ambtelijke baas van Justitie op safari

Deze week: Wilders, WODC, Harbers: het ministerie van Justitie en Politieke Onveiligheid.

Ofwel: wanneer doorziet de politiek de cyclus die JenV telkens verder in de modder duwt?

Illustratie Ruben L. Oppenheimer

Nog steeds trilt de zaak onder ambtenaren van Justitie en Veiligheid na: het plotselinge vertrek, eind mei, van Mark Harbers (VVD) als staatssecretaris van Vreemdelingenzaken.

Een van de eigenaardige aspecten: de hoogste ambtenaar van het ministerie, de secretaris-generaal, was de hele week afwezig.

In een Haagse periode die geldt als de drukste van het jaar, bleek hij enkele weken op safari in Botswana. Later zei minister Ferd Grapperhaus (CDA) in kleine kring dat hij de topambtenaar goedkeuring had verleend.

Maar je hebt ambtenaren die er een maand later nog steeds niet over zijn uitgepraat. Justitie en Veiligheid is het grootste, gevoeligste en moeilijkste ministerie van Den Haag.

Bekijk alle tussentijds vertrokken bewindslieden en overgeplaatste topambtenaren, en je weet: wie een einde aan zijn loopbaan ambieert, moet op JenV zijn.

Maar niet alleen was de secretaris-generaal afwezig toen Harbers dinsdagmorgen 21 mei zijn conclusies trok, en ’s middags in de Kamer zijn ontslag bekendmaakte.

Want wat in ambtelijke én politieke kringen helemaal verwondering wekte, was dat de hoogste ambtenaar ook later die week, nadat hij was verwittigd van Harbers’ vertrek, geen kans zag een berichtje van medeleven aan de gesneefde staatssecretaris te sturen.

Na zijn terugkeer bleek dat een haperende satelliettelefoon in Botswana de oorzaak was – maar dat kon de toorn maar beperkt wegnemen.

Het ministerie van Justitie en Veiligheid is al decennia het departement van de incidenten – en van onvermogen de structuur erachter te doorzien.

Een zwaarbeladen ministerie dat sinds 2010, op nadrukkelijk verzoek van de VVD, ook het beheer van de politie – de grootste werkgever met 60.000 man personeel – onder zich heeft.

Deze week was het weer raak: ophef over vervolging van lekkende medewerkers in de recente WODC-affaire, nieuwe controverse over gebrekkige informatievoorziening inzake de vervolging van Wilders.

En dat terwijl ook Harbers’ vertrek samenhing met onjuiste informatie aan de Kamer.

De kern: voor ambtenaren blijkt de politieke top vaak te ver weg om contact te maken; voor de politieke top blijkt het ministerie vaak te groot om te besturen.

Neem de laatste ontwikkelingen in de zaak-Wilders. RTL Nieuws liet zien dat de Kamer zeer waarschijnlijk onvolledig is geïnformeerd over contacten in 2014 tussen het Openbaar Ministerie en het departement over de vervolging van de PVV-voorman.

Gebleken is bijvoorbeeld dat er 25 september 2014 overleg was van het OM met toenmalig minister Opstelten, hoewel het departement en het OM dit eerder onvermeld lieten.

Gezien de gevoeligheid van deze vervolging onvoorstelbaar. Maar niet verrassend als je de gevolgen van alle incidenten kent – de constante vervanging van politici en ambtenaren, zodat kennis voortdurend verdwijnt.

Dat Wilders destijds vervolgd zou worden was geen surprise. Zelf schetste ik 28 juni 2014 op deze pagina, gebaseerd op negen anonieme PVV-getuigen, de context van de ‘minder Marokkanen’-uitspraken van 19 maart dat jaar. Het bleek dat Wilders al een week tevoren, toen hij hetzelfde zei, al wist dat ‘minder minder’ op het randje was („Had ik dit wel moeten doen?”) en dat de ophitsende reacties op 19 maart door de PVV waren geënsceneerd. (In het strafproces bleek later dat het artikel de basis voor het OM-onderzoek was.)

Ook dat het OM de minister 10 september 2014 over de vervolging informeerde, was niets bijzonders: standaard procedure. Ik blikte deze week terug met ambtenaren die er destijds bij waren, en zij vertelden dat Opstelten altijd buiten vervolgingsbeslissingen bleef. „Ook als ze contributie aan de VVD betaalden.”

Belangrijker: de man had destijds andere zorgen. Die zomer demonstreerden moslims met IS-vlaggen in de Schilderswijk, en in paniek presenteerde de minister een ‘speciaal jihadteam’ dat bij verificatie nog niet bleek te bestaan.

De Kamer droogde hem af.

Ambtenaren zagen dat hij de baan niet meer aankon. Op het departement wisten ze dat de minister weken oefende voor het volgende grote debat – hij mocht niet opnieuw afgaan.

Dus de vervolging van Wilders was destijds voor Opstelten een bijzaakje.

Daarom is het wel bijzonder dat het ministerie december vorig jaar in antwoorden op Wilders onvermeld liet dat het OM na de vervolgingsbeslissing van 10 september overleg voerde met Opstelten – op 25 september.

Zoals een betrokken ambtenaar vertelde: „Dan zit je in de Kamer natuurlijk fout.”

Alleen: de verklaring hiervoor moet je niet zoeken in politieke motieven, zei hij, maar in de gevolgen van alle incidenten: nadat Opstelten in 2015 ten val kwam, zaten er twee andere ministers voordat Grapperhaus in 2017 aantrad. In de ambtelijke top een vergelijkbaar beeld: de ijzersterke SG Joris Demmink vertrok in 2012 en is alweer aan zijn tweede opvolger toe.

En zo, zei een toenmalige topambtenaar, verloor Justitie haar institutionele geheugen.

Het is de vraag of het hoger beroep van Wilders door de reuring geholpen wordt, zeiden de oud-ambtenaren, maar „als de Kamer doorbijt wordt het voor Grapperhaus peentjes zweten”.

Het kan ook gevolgen hebben voor zijn positie in de WODC-zaak, waarbij Grapperhaus tot aangifte besloot toen de rijksrecherche aanwijzingen voor interne lekken vond. Eerder wees hij jacht op bronnen af. „Dat is niet de cultuur die ik voorsta.”

En hoewel ook de zaak-Harbers om informatievoorziening en een net aangetreden nieuwe DG draaide, liet ik me uitleggen dat de kern in die zaak prozaïscher was: een ambtenaar die het goede van plan was maar er door een vakantie niet aan toekwam.

In coalitiekringen hoorde ik deze week daarentegen al wel eerste zorgen over Harbers’ opvolger Broekers-Knol. Harbers had een politiek adviseur, Ruben Brekelmans, die door zijn dossierkennis uitstekend lag bij oppositie en coalitie in de Kamer.

Maar Broekers heeft besloten een eigen politiek adviseur mee te nemen, zonder dossierkennis op dit terrein. „Kunnen we weer opnieuw beginnen”, verzuchtte een coalitie-Kamerlid.

Het is een publiek geheim dat ook Grapperhaus, die uitstekend ligt in kabinet en coalitie, het in zijn eerste jaar lastig vond overzicht te krijgen over het immense JenV-apparaat.

Bovendien overwoog ook hij volgens politieke bronnen in te grijpen in de ambtelijke top, maar zag daarvan af om nieuwe conflictstof te ontlopen.

Maar het patroon in alle incidenten is niet meer te missen. Opstelten kwam in 2014 in de problemen omdat hij de Kamer onjuiste informatie gaf over de Teevendeal van ver voor zijn tijd, 2002.

Van der Steur kwam in de problemen door oude kennis.

Grapperhaus kan in de problemen komen over een vervolging die ook ver voor zijn tijd, in 2014, is ingesteld.

Zo doorloopt het ministerie nu al jaren de cyclus van overbelaste bewindslieden die in een affaire belanden, waarna onderzoek leidt tot vertrek van hoge politici en ambtenaren.

Het gevolg is een kolossaal departement zonder geheugen, waardoor elke nieuwe affaire moeilijker te managen is en tot potentieel grotere schade leidt.

Je zou er als SG inderdaad voor naar Botswana vluchten.

Correctie (15 juni 2019): Bij deze column is de verkeerde illustratie afgedrukt. Online is de illustratie vervangen door de juiste.