Opinie

Laat herijking van de ‘Canon van Nederland’ het begin zijn van inspirerende zoektocht

Geschiedenis

Commentaar

Geschiedschrijving in tijden van identiteitspolitiek is een hachelijke zaak. Dat is te zien aan het debat dat zich ontspint sinds minister Ingrid van Engelshoven (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, D66) begin deze maand bekendmaakte dat de zogeheten ‘Canon van Nederland’ toe is aan een onderhoudsbeurt. Vooral het verzoek van de minister om „aandacht te besteden aan de verhalen en perspectieven van verschillende groepen in de samenleving, en de schaduwkanten van de Nederlandse geschiedenis voldoende aan bod te laten komen”, veroorzaakt heisa.

Die schaduwkanten betreffen bijvoorbeeld oorlogsmisdaden van Nederlandse militairen in de Indonesiëoorlog (1945-1950). Ogenblikkelijk eiste een pressiegroep dat niet vergeten mag worden dat ook die Indonesiërs geen lieverdjes waren. En uit boreale hoek kwam de oproep tijdens een bijeenkomst van de jongerenclub van Forum voor Democratie om ten strijde te trekken tegen de gevestigde orde die zegt „dat de Nederlander niet bestaat, en dat onze geschiedenis slecht is”. Maar ook de voorzitter van de vereniging voor leraren geschiedenis en staatsinrichting, Ton van der Schans, betoonde zich er in NRC „huiverig voor dat politieke trends, ideologie en modegrillen de herziening van de canon gaan bepalen”.

De opschudding bewijst alleen dat geschiedschrijving niet moet worden overgelaten aan politici. Minister Van Engelshoven had beter geen tips kunnen geven over de inhoudelijke kant van de herijking. Die dient geheel voor rekening te komen van een commissie, die zij benoemde, onder leiding van de Utrechtse historicus James Kennedy, en die aan de slag gaat met deze klus. Dat valt wél toe te juichen. Want het is alweer dertien jaar geleden dat de commissie-Van Oostrom een canon presenteerde bestaande uit vijftig vensters van de ‘hunebedden’ tot de ‘Suriname en de Nederlandse Antillen’.

Zo’n poging tot het formuleren van de belangrijkste ijkpunten uit de geschiedenis reflecteert ook altijd het eigen tijdsgewricht. Daarom moet een canon meebewegen met de tijd.

En in tegenstelling tot wat sommigen mogelijk denken, en anderen misschien wel zouden willen, kan een geschiedeniscanon geen dictaat zijn. Het is een hulpmiddel voor het geschiedenisonderwijs en voor iedereen die in geschiedenis is geïnteresseerd. Alleen dan kan een canon effectief zijn. In het onderwijs bepalen de leraren vervolgens wat volgens hen belangrijk is. Leerlingen kunnen zelf op de website entoen.nu zien dat de vijftig thema’s van de commissie-Van Oostrom alleen maar het begin zijn van een muisklikkende zoektocht door de geschiedenis. De ‘oude’ canon is overigens nog niet helemaal versleten. Hij is interactief: iedereen kan ‘in een handomdraai’ zijn persoonlijke canon samenstellen. Er is een webwinkel met een Engelse versie en een kinderversie, met liedjes bij de canonvensters, voorbeeldlessen en, heel ouderwets, een geschiedenisboek.

Bovendien kan er worden doorgelinkt naar de enorme reeks ‘streekcanons’ die Nederland rijk is. Geschiedenis lijkt populairder dan ooit, zeker als het om eigen huis en haard gaat.

Hierbij past een waarschuwing aan de commissie-Kennedy. Er dient te worden gewaakt voor nationalistische ‘canonvernauwing’ die schuilt achter de ‘vaderlandse geschiedenis’. Een kenmerk van Nederland door de eeuwen heen is juist misschien wel de blik over de horizon, voorbij heemkunde en folklore.

Voor wie geïnteresseerd is in de Nederlandse geschiedenis kan het ook waardevol zijn kennis te nemen van de veranderingen die optreden in oordelen en mentaliteit en dus in de canon door de tijd heen. Leraren, zoals voorzitter Van der Schans van de geschiedenislerarenvereniging, die uitgaan van het vaststaand feit dat „Willem van Oranje bepalend was voor het ontstaan van Nederland en niet zijn echtgenote Charlotte van Bourbon”, mogen wat meer twijfel toelaten. Juist ook in het onderwijs kan een zoekende instelling, die uitgaat van vragen, meer opleveren dan een uitgangspunt gebaseerd op vooronderstellingen.

Een historische canon is geen in marmer gebeitelde waarheid maar een dynamisch referentiekader van een gedeelde cultuur. En die gedeelde cultuur moet het eindpunt zijn van de zoektocht van James Kennedy en zijn commissie. Want ondanks alle tegenstellingen is er, zoals dat heet, meer dat de samenleving verbindt dan wat haar verdeelt.