Opinie

Europa heeft de Balkan nodig

In Europa

Veertien EU-landen ondertekenden deze week een brief om snel onderhandelingen te beginnen met Albanië en Noord-Macedonië over toetreding tot de Europese Unie. Die veertien liggen allemaal in of vlakbij Midden- en Oost-Europa. Hun brief is vooral gericht aan Nederland en Frankrijk, die zeggen dat Skopje en Tirana niet klaar zijn en dat er in hun land geen „draagvlak” voor uitbreiding is.

Hier zien we de klassieke dynamiek van een zogeheten ‘interstitial power’ aan het werk – oftewel een grootmacht die is ingeklemd tussen andere grootmachten, en van alle kanten wordt uitgedaagd. De EU is zo’n ingeklemde macht. Oostelijke EU-landen zien dat Rusland en Turkije, net als vroeger, Balkanlanden in hun invloedssfeer trekken. Als de EU de Balkan geen perspectief biedt, redeneren zij, wordt de regio instabiel. Dan komen er conflicten. Dat is gevaarlijk voor de EU. Westelijke EU-landen vinden dat overdreven. Zij zien wel ergere bedreigingen: een handelsoorlog met Amerika; Brexit; cyberaanvallen; migratiedruk uit het zuiden; Russische en Chinese militaire activiteiten in het arctische gebied. Om een paar voorbeelden te noemen.

In zijn recente boek The Grand Strategy of the Habsburg Empire, schrijft de Amerikaan A. Wess Mitchell dat de meeste ‘ingeklemde machten’ in de geschiedenis maar een kort en turbulent bestaan leidden: ze waren omringd door vijanden, maar hadden de middelen niet om ze tegelijk te verslaan of te pacificeren. Dat is precies waar de EU steeds meer last van heeft, nu de veilige cocon van het westelijke bondgenootschap desintegreert. Alleen het Habsburgse Rijk slaagde erin om, ‘ingeklemd’ en wel, eeuwenlang te overleven. In de gloriedagen strekte het rijk zich uit tot Spanje en Nederland, en tot Oekraïne en Kroatië. Keizer Joseph I klaagde eens: „[Mijn bondgenoten] weten hoe verdeeld mijn militaire macht is, versnipperd tot in alle hoeken van Europa… [Ze weten] hoe ik ervoor sta in Hongarije en Transsylvanië en hoe moeilijk het voor mij is om een leger te vormen als er ineens een bedreiging uit Zweden komt, waar we rekening mee moeten houden, [ze weten] hoe zwak ik ben.”

De parallellen met Europa liggen voor het oprapen. Hoe kon een complexe veelvolkerenstaat met Duitsers, Hongaren, Italianen, Slaven en anderen, zo groot en intern zo verdeeld, zich ondanks permanente financiële problemen zo lang staande houden in een omgeving vol assertieve concurrenten? Mitchell constateert dat de Habsburgers, juist omdát ze zwak waren, altijd tijd probeerden te winnen. Dat was hun strategie: conflicten uitstellen en liefst helemaal vermijden. „Doormodderen” was het Habsburgse devies – sounds familiar? De Habsburgers hadden een klein leger, dat vooral defensief was. Omdat buren als Pruisen, Rusland, Turkije en Frankrijk altijd probeerden Habsburgse volkeren uit elkaar te spelen, vormde de keizer allianties met volkeren aan de rand van zijn rijk. Zo legde hij een buffer om de buitengrens en kon hij conflicten vaak buiten zijn grondgebied uitvechten. Ook hield hij altijd enige grootmachten te vriend. Als er ergens stennis was, kon hij op hun hulp rekenen. Zij hadden grotere, sterkere legers dan hij. Habsburg verloor vaak veldslagen, maar zelden oorlogen.

Volgens Mitchell liep het mis met Habsburg toen keizer Frans Jozef deze strategie vanaf het midden van de negentiende eeuw liet varen. Het leger werd groter, aanvallender. Hij maakte ruzie met de buren. Hij gaf zijn ‘buffers’ te weinig aandacht, waardoor zij hem begonnen te belazeren.

Habsburgse logica, toegepast op nu: pas op dat buffers langs onze buitengrenzen geen rafelranden worden. Noord-Macedonië en Albanië hebben volgens president Tusk „alles gedaan wat we ze vroegen”. Ze hebben Europees perspectief nodig, anders palmen Rusland en Turkije hen in. Als de Habsburgers één ding noodlottig is geworden, was het wel achteloosheid op de Balkan.

Caroline de Gruyter schrijft wekelijks over politiek en Europa.