Brieven

Brieven 15/6/2019

Zwijgrecht

Druk is geen dwang

O.L.E. Jongmans stelt in zijn brief Zwijgen mag toch? (8/6) dat de (zwijg)rechten van Jos B. door de rechter met voeten worden getreden. Indien waar zou dat ernstig zijn. In artikel 29 Wetboek van Strafvordering is het zeer belangrijke recht om te zwijgen geregeld. Daarbij is bepaald dat verhoorders, dus ook de rechter, de (inhoud van de) verklaring niet mogen ‘afdwingen’.

Niet mogen afdwingen is iets anders dan geen druk mogen zetten. De verdachte die wordt verhoord, zeker op een openbare terechtzitting, staat meestal door dat enkele feit al onder druk. Politieverhoorders mogen de verdachte zelfs onder zware druk zetten en die druk mag groter worden naarmate het belang om een verklaring te krijgen groter is. Zo mag tegen een verdachte gezegd worden dat hij aan zijn kinderen moet denken die thuis zitten te huilen. Aan de verdachte mag worden voorgehouden dat zwijgen nare consequenties kan hebben, zoals een zwaardere straf. Er mag met de vuist op tafel worden geslagen en er mag – soms – worden geschreeuwd.

Bij straftoemeting is doorgaans de proceshouding van belang. Een zwijgende verdachte kan wel eens in het vonnis lezen dat „de rechtbank bij het bepalen van de straf in het nadeel van de verdachte meeweegt dat hij er ter zitting geen blijk van heeft gegeven het laakbare van zijn handelen in te zien”.

Wanneer op de plaats delict DNA van de verdachte wordt aangetroffen met de kwalificatie ‘waarschijnlijk daderspoor’ en de verdachte zwijgt, dan kan de rechter bij de beoordeling van het bewijs of bij het krijgen van zijn overtuiging meewegen dat de verdachte geen plausibele verklaring heeft gegeven voor de aanwezigheid van zijn DNA (zie de zaak Jos B.).

Van belang is ook het moment van verklaren, want hoe later die verklaring wordt afgelegd, hoe beter de verdachte zijn verklaring heeft kunnen afstemmen op de resultaten van het onderzoek. Ook is een latere verklaring vaak niet meer goed op betrouwbaarheid te onderzoeken. Voor de verdachte is van groot belang dat hij hierover adequaat geïnformeerd is. Daar zal een goede advocaat voor zorgen, maar het is niet overbodig dat de rechter dit nog eens krachtig voorhoudt aan de verdachte. Dat kan zeker worden beschouwd als het onder druk zetten van de verdachte door de rechter. Die druk is echter legitiem en soms noodzakelijk zolang het geen dwang wordt.


Strafpleiter te Amsterdam

Ouderschap

Gelijke rollen

Hoe herkenbaar, het interview met Willem Bisseling over de neiging van allerlei zorgverleners en jeugdinstanties om baby’s en jonge kinderen tot exclusief domein van moeders te verklaren, en daarbij de vaders over het hoofd te zien (‘Als m’n kind ziek is, belt de crèche mijn vriendin’, 8/6). Elders in de krant illustreert NRC op schrijnende wijze dat het eenzijdig leunen op moeders kennelijk niet vermindert na de crèche-tijd. In de reportage ‘Als kinderen langer vakantie hebben dan hun ouders’ (8/6) komen van welgeteld één geportretteerde familie met schoolgaande kinderen moeder én vader evenveel aan het woord. De andere vier interviews worden gegeven door de moeder die spreekt voor zichzelf „en haar man”. In tegenstelling tot de carrière van de moeders komt van die betreffende vaders niet eens ter sprake waar en hoeveel uur ze werken en of zij ook vrij nemen in de schoolvakanties. Net als Bisseling denk ik dat de wereld beter wordt als de opvoeding van kinderen iets van partners samen is – maar de verhouding die de krant weergeeft, voorspelt helaas nog maar weinig vooruitgang.


moeder van een zoon (1 jaar)

Stedelijk Museum

Allemaal kleurloos?

Ik heb er alle vertrouwen in dat Rein Wolfs van het Stedelijk Museum in Amsterdam weer een spannend en toegankelijk museum gaat maken (‘Het Stedelijk Museum laat niemand onberoerd’, 12/6). Wat me wel opviel is dat ook hij, net als het gros van zijn collega’s en net als bijna alle architecten, in het zwart gekleed gaat, en daarbij dan een pregnant al even zwart kijkijzer op zijn neus heeft staan. Het lijkt wel een uniform. Zijn al die mensen echt zo kleurloos, of proberen ze de kunst en de gebouwen niet in de weg te lopen?

Instituut Rome

Nee Groningen, nee

Het voornemen van de Groningse universiteit om zich de helft van het Nederlands Instituut in Rome toe te eigenen en er een (interim) directeur aan te stellen die het Italiaans niet beheerst, is absurd (Rel over Groningse ‘coup’ in Rome, 12/6). Mijn vader was van 1950-1965 directeur van het instituut en ik heb er tot mijn veertiende gewoond. Wij hadden als goede buren de Academia Belgica en Svenska Institutet i Rom. Alle drie lid van de Unione Internazionale degli Istituti di Archeologia, Storia e Storia dell'Arte in Roma, welke 26 leden uit 18 landen telt. Allemaal nationale instellingen, niet toebehorend aan een deelbelang. Regelmatig met elkaar communicerend, en met de tien Italiaanse nationale instellingen die ook lid van de Unione zijn. De meeste van de 18 landen behoorden ooit tot het Romeinse Rijk. Maar ja, dat gold natuurlijk weer niet voor Groningen.

NPO Radio

Wat een aftakeling

NPO neemt middagprogrammering Radio 1 opnieuw op de schop (14/6) past in de trend op de radiozenders van de NPO om onder het mom van „luchtiger” steeds oppervakkiger en kinderlijker programma’s te maken. Wat beweegt de NPO in ’s hemelsnaam?