Taalkwestie? ‘De Wil’ wist raad

In deze rubriek elk weekeinde een necrologie van iemand die recent is overleden. Leraar Nederlands Wil Sterenborg (1923-2019) had een hekel aan letterkunde.

Privécollectie

‘Wil was eigenzinnig”, zegt zijn broer Ad Sterenborg. „We waren thuis met z’n elven, vader was kapper. Een middenstandsgezin in de Achterhoek – arm als de mieren, maar dat was iedereen toen. Wil was het op één na oudste kind, veertien jaar ouder dan ik, en hij leefde apart van de rest. Hij verscheen netjes op tijd aan tafel, maar ’s avonds zat hij altijd op zijn kamer.” In deze besloten, veilige omgeving legde Sterenborg door middel van zelfstudie de basis voor zijn fenomenale kennis van de Nederlandse taal.

Na een afgebroken opleiding tot priester op het seminarie, waar hij volgens zijn broer „te eigenwijs” gevonden werd, voltooide Wil Sterenborg de mulo en vond hij werk bij het Gasbedrijf in Tilburg, waar het gezin in 1940 naartoe was verhuisd. Zijn niet geringe intelligentie kon hij pas te gelde maken nadat hij in 1961 als conciërge was aangenomen op het Tilburgse Sint-Odulphuslyceum. Spijbelen werd een stuk moeilijker nu ‘pietje secuur’ Sterenborg de presentielijsten controleerde middels een nieuw, intern belsysteem; bovendien bleek hij een briljant roostermaker, die erin slaagde om 250 lesuren op één enkel, tot de randen volgetypt A4-tje te krijgen. Invallen als leraar ging hem ook goed af; de rector stimuleerde hem om zijn mo-akte te halen.

Bij zijn terugkeer op het St.-Odulphus in 1970 als tweedegraadsdocent Nederlands gaf Sterenborg een hoogst eigen invulling aan zijn baan – voor hem niet minder dan een roeping. Hij gaf zijn onderbouwklassen les in een net pak met stropdas, altijd in hetzelfde lokaal, waar hij stipjes op de grond verfde voor een optimale opstelling van de tafels. De lessen waren ordelijk en effectief. Alles draaide om spelling en grammatica. Aan letterkunde had Sterenborg een broertje dood: hij hield niet van verzinsels en weigerde om met de leerlingen verhalen te lezen. Oud-collega Joannes Maas: „In de hogere klassen gebeurde dat natuurlijk wel, maar Wil was een eigenwijs mannetje. Wij waren ‘van de letteren’, hij was ‘van de letters’.”

„De taalvoorbeelden die hij in de les gebruikte kwamen van hemzelf”, zegt oud-collega Janine Roeffen. „Hij luisterde scherp, en beschikte thuis in zijn appartement over een enorme collectie woordenboeken en naslagwerken. Als er op school iets te corrigeren viel of er speelde een lastige taalkwestie, dan wist men ‘de Wil’ te vinden. De volgende dag kreeg je een keurig uitgetypt velletje met de antwoorden.”

In zijn privéleven bleef Sterenborg een solist. Hij leefde sober, met alleen een opgezette kanarie als huisdier. Hij kookte op één pit, dronk niet, rookte niet. „Wil toonde niet veel emotie”, zegt zijn broer Ad. „Als je op bezoek kwam ontving hij je keurig met iets lekkers, maar als je dan weer vertrok vond hij het ook niet erg. Hij zat net zo lief met zijn hoofd in de boeken.”

Privécollectie

Na zijn pensionering in 1983 kwam Sterenborg nog jaren elke donderdag met koekjes op de koffie bij de leraren van het St.-Odulphus. Janine Roeffen: „De school was zijn sociale bedding, al waren er natuurlijk steeds minder mensen die nog met hem gewerkt hadden. Hij wilde niet eens zozeer over vroeger praten, maar over taal. Hij bleef een aanspreekpunt voor taalkwesties.”

Zijn nieuw gewonnen vrije tijd benutte Sterenborg voor het completeren van zijn collectie van tienduizend fiches met Tilburgs dialect, die de basis vormden voor een heuse standaardspelling – een unicum in Nederland. Bovendien maakte hij, officieus en onbezoldigd, carrière bij het snel professionaliserende Genootschap Onze Taal.

„De redactie ontving al jaren waardevolle correcties en korte artikelen van ene heer Sterenborg”, vertelt toenmalig directeur Peter Smulders. „Ik vond dat we hem dan beter als corrector van onze drukproeven konden inschakelen. Wil accepteerde, maar hij wilde er niet voor betaald worden. Geld dat hij overhield ging naar liefdadigheid.”

„Toen onze Taaladviesdienst gestalte kreeg had ik Wil nog harder nodig. Tien keer zijn we samen naar het Torentje afgereisd om daar in een ochtend de troonrede door te vlooien op fouten en onduidelijkheden: vier keer voor Lubbers, zes keer voor Kok. Lubbers was het meest vatbaar voor onze suggesties, maar ook notoir onhelder in zijn taalgebruik. Wil bleef ook daar zichzelf, rechtlijnig en onverstoorbaar.”

Zijn laatste jaren bracht Sterenborg door in een verzorgingshuis. Zijn boekencollectie had hij al eerder zorgvuldig onder zijn kennissen verdeeld. Hij overleed op 95-jarige leeftijd. Behalve zijn lintje uit 2004 ontvangt Sterenborg op 29 juni postuum een tweede eerbetoon: in het Tilburgse gedenkbos De Spinder wordt zijn as begraven onder een voor hem geplante boom, met een plaquette in dialect. „Hij was mijn Nestor”, zegt Peter Smulders. Broer Ad: „’t Is wel een aparte geweest.”