Opinie

Schrik voor reacties is een slechte reden om cartoons te schrappen

Politieke tekenaars

Commentaar

Deze week maakte The New York Times (NYT) bekend dat de krant stopt met de dagelijkse politieke spotprent. Vandaar dat de contracten met de twee vaste cartoonisten worden beëindigd. De reden is de gelijkschakeling van de nationale, Amerikaanse, editie, die traditioneel geen politieke prenten bevat, met de internationale editie plus de website, die wel politieke tekeningen publiceren.

Dat kan de waarheid zijn, al maakt het plotseling beëindigen van die twee contracten achterdochtig. Maar zelfs als het besluit al enige tijd geleden genomen is, had de NYT er wijs aan gedaan de ingreep even uit te stellen. Nu volgt het opdoeken van het genre van de politieke tekening direct op een rel over een spotprent waar in de sociale media fel op los is gegaan.

De NYT bood de lezers haar excuus aan voor de prent. Toen dat de gemoederen niet tot bedaren bracht, maakte de krant bekend dat de voor plaatsing verantwoordelijke redacteur officieel berispt was. En nu houden ze helemaal op met spotprenten – en lijken de slappe knieën nog slapper.

De gewraakte cartoon presenteerde de Amerikaanse president Trump als een blinde man met de Israëlische premier Netanyahu als zijn geleidehond. De woede geldt de „antisemitische clichés” in de prent. Nu is het cliché de ruggengraat van de cartoon. Steno voor een grap. En de goede politieke tekenaar is controversieel. Hij trapt op tenen, hij verrast, hij verwart, hij verbijstert. En ondanks dat wordt er om hem gelachen.

Over de kwaliteit van een politieke prent valt al snel te ruziën. De eindverantwoordelijkheid ligt bij het medium dat hem publiceert. Kan een eindredacteur de tekening niet verdedigen, dan is het tijd om plaatsing te heroverwegen. Maar nooit mag het schrappen ingegeven zijn door schrik voor reacties, hoe agressief ze ook zijn.

De politieke prent is een journalistieke uiting. En een bijzondere, want hij onderscheidt zich door de taalbarrières te tarten. De goede tekenaar draagt bij aan het karakter van ‘zijn’ krant en daar steekt hij zijn nek voor uit. Een artikel kan worden overgeslagen, een cartoon niet. De politieke tekening wordt gezien, ook door iemand die er niet van gediend is. Mede daardoor dreigt er gevaar. De Deense tekenaar Kurt Westergaard werd wereldberoemd met zijn prent van de mullah met de bom-tulband, maar hij wordt nog altijd bedreigd door de extremistische moslims die zijn humor niet pikken. De tekenaars van Charlie Hebdo moesten hun grappen met hun leven bekopen.

Maakt een medium de indruk gevoelig te zijn voor lichtgeraaktheid en hetze dan geeft het de criticasters een machtig wapen in handen. En wat moeten journalisten, commentatoren, columnisten, tekenaars ermee? Geef geen aanstoot, wees braaf, maak de hordes niet wakker, anders lig je eruit. Wat overblijft is preken voor eigen parochie.

De codes zijn helder. Kan een cartoon niet door de beugel, om welke reden dan ook, dan trekt de krant hem terug. Zou dat vaker gebeuren dan is het tijd om met de bewuste cartoonist te praten en wellicht naar de uitgang te begeleiden. Maar het schrappen van een genre geeft blijk van het onderschatten van het belang van de politieke prent.

Spotprenten trappen tegen heilige huisjes en definiëren periodes. Doet een medium daar afstand van, omdat ze de trollen op de sociale media wakker schudden, dan wordt het onbetekenend.

Humor is een machtig instrument. Snerpende kolder – zonder gaat het niet.