Opinie

    • Sjoerd de Jong

Plagiaat in Amsterdam, turbulentie in Rotterdam: twee relevante verhalen

De ombudsman

Schrijven over overschrijven, het roept altijd gemengde reacties op. Publieke verontwaardiging, maar ook sympathie met de beklaagde, afkeer van scherpslijperij – je kunt erop rekenen.

Die zijn aan de orde, na het artikel van Frank van Kolfschooten over toespraken en het proefschrift van een oud-rector van de Universiteit van Amsterdam, Dymph van den Boom. Van Kolfschooten liet zien dat zij daarin tal van passages had ontleend aan anderen zonder (afdoende) bronvermelding. Opmerkelijk en pikant, want als rector trof zij juist maatregelen om plagiaat onder studenten tegen te gaan.

Socioloog en jurist Kees Schuyt brandde het stuk volledig af in de bijlage Opinie & Debat. Hij verwijt de journalist het toepassen van huidige regels op het verleden („Men kon in 1988 geen regels overtreden die er niet waren”), een onzorgvuldige aanpak (er is „n=1 onderzoek gedaan”, dus maar in één geval) en suggereert een persoonlijke agenda bij de auteur of bij diens bron. Suggestie: dit is een afrekening. In het Magazine van de Erasmus Universiteit spreekt econoom Arjo Klamer, die bij de NRC-hoofdredactie al vóór publicatie bezwaar aantekende tegen het artikel, van „karaktermoord”.

Van den Boom was tot kort voor publicatie van het stuk verbonden aan die universiteit, als interim-decaan aan de faculteit geschiedenis, cultuur en communicatie. Die is verwikkeld in een turbulent fusieproces (waar de krant nog niet over schreef). Zij was aangetrokken om een fusieplan op te stellen, dat in april door het college van bestuur werd aangenomen. Haar opdracht was daarmee „afgerond”, aldus de universiteit, al noemde het Erasmus Magazine haar vertrek „plotseling”.

Veel lezers nemen het op voor Van Kolfschooten, daarnaast is er lof en steun voor Schuyt. Eén lezer, emeritus hoogleraar geneeskunde, is blij met Schuyts „ondubbelzinnige weerlegging” van de „schandelijke plagiaatbeschuldiging”. Hij ergert zich „aan onzorgvuldige onderzoeksjournalistiek en factchecking in NRC. Aan n=1 experimenten en niet herhaald onderzoek wordt meerdere malen ten onrechte een algemene geldigheid toegekend”.

Om met dat verwijt van onzorgvuldigheid te beginnen. Je kunt bedenkingen hebben bij Van Kolfschootens soms bijna politiële aanpak, maar onzorgvuldig is hij niet, eerder het tegendeel: een pietje precies. Als freelance wetenschapsjournalist schrijft hij al ruim een kwart eeuw over academische praktijken en integriteit.

Ook hier ging hij niet over een nacht ijs. Hij stuurde me een overzicht van zijn contacten met Van den Boom én Schuyt. Het contact met Van den Boom legde hij anderhalve maand eerder, in april. Een eerste gesprek met haar vond plaats eind van die maand, een tweede gesprek een maand later. Eind mei stuurde hij haar en de Universiteit van Amsterdam het concept van zijn artikel. Met Schuyt, die door Van den Boom om advies was gevraagd, had hij telefonisch contact, een gesprek van bijna drie kwartier.

Dat is zorgvuldig genoeg, althans in journalistieke zin. De lezer die ik aanhaalde en Schuyt verwijten Van Kolfschooten in feite niet te hebben gehandeld als een wetenschapper, door zijn „experiment” niet te „herhalen”.

Dat lijkt me een verwarring van categorieën. Journalisten bedrijven geen wetenschap. Natuurlijk, een journalist die wil onderzoeken hoe het in het algemeen gesteld is met het naleven van gedragscodes, moet meer gevallen onderzoeken; hoe meer, hoe beter. Maar ook zulk onderzoek begint in de journalistiek vaak met één concreet uitgezocht geval.

Een tweede kluwen is die van morele en juridische oordelen, een verwarring die deels wordt opgeroepen door het stuk zelf. Schuyt hekelt het beoordelen van toespraken met de criteria voor publicaties, en van het proefschrift (uit 1988) met de maatstaven van nu. Maar zoals lezers – in mijn ogen terecht – opmerken: dat is een te formele en juridiserende benadering van de zaak.

Plagiaat is geen strikt juridisch begrip (zoals schending van auteursrecht), maar een bredere, morele categorie. Ook in de jaren zeventig of tachtig was het onfatsoenlijk om je teksten van anderen toe te eigenen, met of zonder codes, zeker voor leidinggevenden met een voorbeeldfunctie. Daarbij doet het er evenmin toe dat het gaat om toespraken.

Van Kolfschooten maakte het zichzelf en de lezer wel nodeloos ingewikkeld, door ook dat proefschrift in het stuk te betrekken. Hij deed dat om te laten zien dat er sprake is van een „patroon”. Maar daarmee zette hij de deur open voor de kritiek dat hij appels met peren vergelijkt. Terwijl het proefschrift voor zijn stuk niet essentieel is. De toespraken die hij vond zijn al genoeg voor wat hij wilde laten zien: de rector praktiseerde niet wat ze preekte.

Dan de beschuldiging van karaktermoord. Die betreft de timing, motieven en bronvermelding van Van Kolfschooten. Schuyt verwijt hem niet transparant te zijn over het „waarom” van zijn onderzoek. Een begrijpelijke vraag, want het stuk kwam in de krant zonder actuele nieuwsaanleiding.

Hoe ging dit? Van Kolfschooten kreeg in april een tip over de oud-rector, die hij besprak met de redactie. Hij kan daar niet veel meer over zeggen – journalisten moeten hun bronnen beschermen – maar die tip ging juist niet over haar toespraken of proefschrift en leidde niet tot publicatie. Van Kolfschooten ging daarna op eigen initiatief Van den Booms teksten lezen, wat tot dit stuk leidde.

Dat kan zo gaan, al vind ik het vreemd dat de krant daarnaast de turbulentie aan de Erasmus Universiteit niet heeft opgepikt. Dat is óók een verhaal, waar de krant nu niet meer omheen kan. En dat niets afdoet aan de bevindingen van Van Kolfschooten.

Reacties: ombudsman@nr c.nl

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.