OM wil Nieuwsuur -bronnen bij Justitie achterhalen

Strafzaak Justitie wil weten wie aan Nieuwsuur heeft gelekt over misstanden. Volgens het ministerie zou het lek „ondermijnend” zijn.

Het Openbaar Ministerie heeft een strafzaak geopend om te achterhalen welke bronnen binnen het Wetenschappelijk Onderzoek- en Documentatiecentrum (WODC) en het ministerie van Justitie en Veiligheid contact hebben gehad met Nieuwsuur. Dat meldt het actualiteitenprogramma donderdagavond. Het ministerie heeft aangifte gedaan omdat WODC-medewerkers hun ambtsgeheim zouden hebben geschonden.

De zaak draait om een onthulling van het programma in 2017 over de druk die ambtenaren hebben uitgeoefend op WODC-medewerkers vanwege hun onderzoeksresultaten.

De aangifte van het ministerie is opvallend, omdat minister Ferdinand Grapperhaus (J&V, CDA) eerder stelde „op geen enkele manier” te onderzoeken wie de bronnen van Nieuwsuur waren. Dat zou „niet de cultuur zijn die ik voorsta”. Nieuwsuur benadrukt dat minister Grapperhaus de klokkenluider, die in 2013 aan de bel trok, zelfs nog openlijk heeft bedankt dat zij het als individu voor het grote goed heeft opgenomen. Dat grote goed slaat op de onafhankelijke positie van het WODC binnen Justitie

Nu zegt het ministerie juist dat het delen van de informatie met Nieuwsuur „op gespannen voet staat met de integriteit die de overheid dient te waarborgen als goed werkgever”. Ook zou het lek „ondermijnend zijn voor het onderlinge vertrouwen” en de privacy van medewerkers van het ministerie schaden. Het ministerie legitimeert de strafzaak met de notie dat er meer lekken zijn geweest binnen het WODC. Het is onduidelijk wie wat zou hebben gelekt. Er is alleen aangifte gedaan voor het lek dat heeft geleid tot de onthullingen in 2017.

De WODC-affaire begon toen de klokkenluider, onderzoekster Marianne van Ooyen, zich in 2013 bij het ministerie meldde na diverse pogingen van ambtenaren om wetenschappelijke onderzoek te beïnvloeden. Met deze signalen werd binnen het ministerie niets gedaan en de klacht kwam via bronnen, bij Nieuwsuur terecht.

In 2017 onthulde het programma dat topambtenaren twee onderzoeken over coffeeshops en de legalisering van wietteelt hadden beïnvloed omdat de resultaten te „politiek gevoelig” waren. De ambtenaren schrapten onderzoeksvragen, maakten aantekeningen in de kantlijnen en verwijderden zelfs een volledig hoofdstuk met conclusies en aanbevelingen. De manipulatie zorgde ervoor dat het leek alsof het WODC-onderzoek het repressieve wietbeleid van toenmalig minister van Justitie Ivo Opstelten (VVD) onderschreef.

Inmiddels heeft het ministerie openlijk erkend dat ambtenaren druk probeerden uit te oefenen op WODC-medewerkers en zijn er maatregelen getroffen om de onafhankelijkheid van het instituut te waarborgen.

De onthulling kreeg vorig jaar een staartje na een onderzoek over de manier waarop de ministerietop intern was omgegaan met de klachten over de ambtelijke beïnvloeding. De directeur van het WODC, Frans Leeuw, maakte hierop bekend op te stappen.