Opinie

Naturalisatieceremonie

Column Amsterdam Vorige week werd Peter Vandermeersch, de inmiddels oud-hoofdredacteur van NRC, genaturaliseerd tot Nederlander. Een afscheidscolumn over die bijeenkomst in de Stopera. „De bitterballen zijn gratis.”

Kersverse Nederlander Peter Vandermeersch poseert met zijn documenten voor een foto van het Paleis.
Kersverse Nederlander Peter Vandermeersch poseert met zijn documenten voor een foto van het Paleis. Eigen foto

We kwamen met zijn zestig van China en Marokko, Cuba en Syrië, Hongarije en Thailand, Somalië en Vietnam, Duitsland en België en nog enkele tientallen andere landen. En op 3 juni van dit jaar werden we, om half vier ’s middags, in de statige Boekmanzaal van de Stopera van Amsterdam met zijn allen Nederlanders. Rechterhand omhoog gestoken, verklaarden we één voor één dat we de ‘grondwettelijke orde van het Koninkrijk der Nederlanden, haar vrijheden en rechten’ zullen respecteren en beloofden we de ‘plichten die het staatsburgerschap met zich meebrengt getrouw te vervullen’. De enkele gelovigen onder ons, alles samen maar vier van de zestig, voegden daaraan toe ‘zo waarlijk helpe mij God almachtig’. En dan waren er bitterballen.

‘Dit is een stad die al eeuwenlang mensen van over de hele wereld verwelkomt”, zei ceremoniemeester Yeter Atar, een attente vrouw die de plechtigheid in goede banen moest leiden en vertelde hoe zij zelf 25 jaar geleden Nederlander was geworden. In enkele minuten vatte ze samen wat het betekent om Nederlander te zijn. Ze had het over kansen en diversiteit, over vrijheid en respect, over de geschreven wetten en de ongeschreven normen („In Nederland hoort de jarige te trakteren op zijn verjaardag”). Ze vertelde over „het recht om te geloven wat je wilt en te zeggen wat je wilt”, maar ook over het „in hun waarde laten van de andere, man of vrouw, gelovige of ongelovige, hetero of homo”. „Mijn land en mijn stad is voortaan ook die van u”, zei mevrouw Atar in een indrukwekkende speech waar veel politici lessen uit zouden kunnen trekken. „Zorg dat u erbij gaat horen, maar blijf vooral u zelf”, gaf ze haar publiek als goede raad mee.

In afwachting van het woordje van de ceremoniemeester, terwijl het zaaltje vol stroomde met de genodigden en hun supporters, waren op het scherm beelden geprojecteerd van wat Nederland en vooral Amsterdam is of blijkbaar moet zijn. Veel fietsen, het pontje, de grachten, het Paleis op de Dam, het Concertgebouw, het strand van IJburg, ironisch genoeg ook het I Amsterdam-kunstwerk dat intussen verwijderd werd, feestende mensen in het Vondelpark, het huwelijk van Willem-Alexander en Máxima, de koning op de metro met wijlen Eberhard van der Laan, de poortjes aan het Centraal Station, een ijsvogeltje, en jawel… Sinterklaas met een roetveegpiet. Na de toespraak volgde een filmpje dat dan weer bol stond van Amsterdamse zelfgenoegzaamheid (‘Wij zijn vastberaden maar barmhartig’, ‘hier ben je vrij’, ‘wij zijn dwars, tegen en trots’, ‘de wet is voor iedereen behalve voor ons’, ‘Amsterdam is een mentaliteit’, ‘Deze stad steunt op mensen’).

En toen kwam het moment waarop de ceremoniemeester iedereen één voor één naar voren riep om op het podium de belofte te laten afleggen. De veelheid aan kleuren en accenten ontroerde mij. Een dame in een rolstoel, een andere met een witte stok, een heel gezin uit Vietnam, enkele vrouwen met een kleurige hoofddoek, jonge mensen maar ook zestigers en zeventigers, witte mensen en zwarte, mensen die vervolgd werden in hun land en asiel hebben gevonden in Nederland, anderen die hier een partner vonden of hun professionele toekomst uitbouwen... We paradeerden allen over het podium terwijl ceremoniemeester Atar, bijgestaan door een doventolk, voor elk van ons apart een applausje vroeg en kreeg. Nadat we allen de belofte hadden afgelegd (en voor een foto van het Paleis op de Dam waren gefotografeerd met onze documenten in de hand) was het tijd voor het Wilhelmus, waarvan we (gelukkig maar) allen de tekst én uitleg hadden gekregen bij het binnenkomen. Aarzelend gezongen, alleen het eerste couplet, maar misschien wel echter dan dat zelfgenoegzame filmpje van daarnet.

„U zult intussen wel weten dat Nederlanders houden van alles wat gratis is”, besloot Yeter Atar de ceremonie. „De drankjes en de hapjes achterin de zaal zijn gratis.” En dus aten we met zijn allen bitterballen, haring en kaas. Met een glaasje jus of wijn. Zestig nieuwe Nederlanders. Met hun wortels over de hele wereld en hun toekomst hier.

Peter Vandermeersch