Recensie

Recensie Boeken

Hoe de jonge Trina werd vertrappeld door de geschiedenis

Marco Balzano Deze roman gaat over Trina, een jonge onderwijzeres in een inmiddels in een stuwmeer verdwenen dorp. Nadat ze haar grote liefde Barbara kwijtraakt wordt ze ook nog eens betrapt tijdens een razzia. (●●●●●)

De oude klokkentoren van het Italiaanse dorp Curon rijst op uit het meer van Resia
De oude klokkentoren van het Italiaanse dorp Curon rijst op uit het meer van Resia Foto iStock

In een stuwmeer aan de noordoostgrens van Italië staat een middel- eeuwse kerktoren. Het lijkt of hij drijft. Als de hemel zich in het water spiegelt, zweeft hij tussen de wolken. Op de bodem van dat meer ligt het puin van een dorp waar de mensen een Duits dialect spraken, tot ze dat door Mussolini werd verboden. Ze werden sprakeloos, want het verplichte Italiaans beheersten ze niet.

Een uitgewiste taal en een verweesde torenspits – Marco Balzano verbond ze in Ik blijf hier, een kleine roman over eeltige bergmensen, die bij hun geboorte al vergroeid zijn met hun streek – en daar banjeren vreemden rond. Eerst gaat Mussolini over ze heen, dan Hitler en tot slot de naoorlogse Italiaanse regering. Ze hebben er niet van terug.

Balzano moet grondig onderzoek hebben gedaan en ooggetuigen gesproken hebben. Niet dat hij belerend wordt, dit is een literair verhaal gebaseerd op literaire stijlmiddelen, prachtig geserreerd geschreven en zorgvuldig onromantisch vertaald door Edwin Krijgsman. En toch wolkt het van de pagina’s op hoe hard het toeging, hoe het voelt om weerloos te zijn, hoe politieke verwarring voelt voor mensen die aan eeuwen stilstand gewend zijn.

Razzia

In Ik blijf hier loopt een persoonlijk drama gelijk op met de grote Europese geschiedenis van de 20ste eeuw. Het boek vertelt dat verhaal via Trina, die in de zon ligt te flikflooien met Barbara. Barbara raakt ze kwijt aan de eerste loer die de geschiedenis haar draait. Ze is verliefd op Erich maar vraagt zich af waarom je niet met iemand kunt leven ‘zonder dat je per se dat toneelstukje van trouwen en kinderen moet opvoeren’. Nee, dat gaat niet. Ze trouwt. En ‘terwijl hij de liefde met me bedreef , dacht ik aan Barbara.’

Ze wordt boerin, ook al is ze onderwijzeres. Dat ze geen Italiaans kent komt haar te staan op een beroepsverbod. Er is klein verzet met de clandestiene schooltjes in schuren en op zolders. Er zijn razzia’s, Trina wordt betrapt. Zonder enig pathos beschrijft Balzano hoe de carabinieri binnenvallen. Hoe de bankjes omvallen en de schriftjes aan snippers gaan. Hoe de kinderen als muizen de hoeken van de stal in schieten. Behalve die ene grote jongen. Hij komt voor juf Trina op en krijgt klappen. In de nasleep trekken de fascisten bij haar vader de snor van zijn bovenlip – een gebruikelijke vernedering, net als wonderolie laten drinken. En die jongen? Enkele jaren later zal hij voor de nazi’s gevangenen selecteren in het concentratiekamp bij Bolzano, Trina stelt het maar even vast.

Principes zijn een luxe die men zich in deze contreien niet kan permitteren. In de bergen is aanpassingsvermogen een eerste vereiste, anders ga je onderuit. Eeuwenlang voldeed die levenshouding. De 20ste eeuw maakt er korte metten mee.

Opgeblazen huizen

Trina is een kind van haar streek, ze buigt mee. Ze wordt moeder en ontdekt hoe verschrikkelijk kwetsbaar het moederschap je maakt. Ze vlucht achter haar man aan de bergen in, en dankzij Balzano’s pen blijkt daar hoe akelig intiem angst en geweld zijn.

De vierde roman van Paolo Giordano vertelt meeslepend over de tragisch verstrengelde levens van vier jongeren in Zuid-Italië. Lees ook: Een puberzomer vol jaloezie, erotiek en voyeurisme

Na de bevrijding van de nazi’s voltrekt zich de aangekondigde, doorslaggevende ramp: de stuwdam. Italië huldigde al in 1911 een lucratief plan voor waterkracht, toen industriëlen het oog lieten vallen op de overzichtelijke vallei aan de grens met Oostenrijk. In 1923 kregen die plannen vaste vormen door steun uit Rome, in de Tweede Wereldoorlog liepen ze zo’n vaart niet meer. Maar het verarmde Italië onteigende na de oorlog de boeren, evacueerde de bevolking, blies hun huizen op en katte in 1950 de vallei om tot een stuwmeer. De 14de-eeuwse kerktoren werd gespaard, die is nu een stopje voor toeristen op doorreis. De waterkrachtcentrale was al snel achterhaald.

In Ik blijf hier is de strijd tegen de stuwdam een onderstroom voor het verhaal van Trina. Telkens breit Balzano een passage in zijn boek over het verloop van verzet en berusting, inclusief een surrealistisch maar historisch protestbezoek aan de Paus. Hij gebruikt voor de inundatie het woord begraven: ‘Onze dorpjes zouden worden begraven onder het water.’ Want dit was moord. Op tradities en geschiedenis. Op de grond en op de eeuwen die er passeerden. Tot en met de laatste pagina geeft Balzano blijk van diepe genegenheid voor Trina, de enige die zichzelf nog is. Kauwend op haar verdriet, maar het is te doen.