Opinie

Martelaar

Hugo Camps

In wielrennen kan de uitschakeling van één renner het karakter van de wedstrijd op zijn kop zetten. De doodssmak van Chris Froome is een onthoofding van de Tour de France. Er zal anders gekoerst worden met andere renners in de voorwacht. Bij malheur wordt de kopman weer enkelvoudig.

In het voetbal is dat anders. Bayern München is nog steeds Bayern zonder Arjen Robben. Met minder glans, dat wel, maar de titelambities blijven overeind. De aanwezigheid van Froome en Tom Dumoulin is wezenlijker. Het team is gebouwd naar hun uitzonderlijke kwaliteiten. Worden zij geveld of gehinderd door fysiek onheil valt de hele strategie van het team in duigen. Hun afwezigheid of beperktheid verandert het karakter van koersen. Team Ineos zal zonder Froome een andere Tour de France rijden dan eerst werd bedacht. Nog zullen Geraint Thomas en Egan Bernal de knechten opjagen om de wedstrijd te controleren, maar de mystiek van de echte leider ontbreekt. Wout Poels zal zelfs gedesoriënteerd aan de start komen. De meesterknecht is zijn kopman kwijt.

We krijgen een open Tour de France met meer kansen voor Dumoulin en Steven Kruijswijk. Althans in theorie. In de praktijk zou kunnen blijken dat juist de afwezigheid van Froome de Nederlanders het lef ontneemt om aan te vallen. De vijand heeft geen gezicht meer, wat leidt tot massificatie van de concurrentie. Onbedoeld rijden de knechten van Ineos minder hard dan ze zouden doen als Froome in koers was. De alertheid is niet meer dezelfde.

Overigens wordt Dumoulin nog steeds gehinderd door een zwabberende knie na zijn val in de eerste week van de Giro. Het statuut van gehandicapte is hem niet toegekend, maar in zijn hoofd is die knie een permanente prikkel tot voorzichtigheid. En voorzichtige renners winnen de Tour niet.

Froome heeft geen klagen. De vijfde Tourwinst komt er even niet, maar hij heeft met vier eindzeges evengoed geschiedenis geschreven. Vergelijkingen met Eddy Merckx en Bernard Hinault gaan niet op omdat de fysionomie van hun tijdperk apart is. Aan Miguel Indurain kan Froome beter afgetoetst worden.

Het voorgeborchte van de Tour is de Dauphiné. Daar schittert ene Wout Van Aert met winst in de tijdrit en in een massasprint. Jumbo Visma heeft aan Van Aert een golden boy. Top in het veld en top op de weg. Jong en charismatisch, geen dikke nek. Hij doet me verlangen naar Mathieu van der Poel, die zijn kunstjes nu vertoont op rotsen aan bergriviertjes waar een aerodynamische zit van geen tel is. Van der Poel hoorde in de Dauphiné de strijd aan te gaan met Van Aert. Mountainbiken is voor jongens.

Valpartijen zijn desem voor wielerheroïek. De doodssmak van Froome en eerdere valpartijen van Dumoulin en Kruijswijk zijn normale arbeidsongevallen. Het blessureleed van Robert Gesink is dat niet, jaar na jaar loopt deze lieve klimmer tegen fysiek ongemak aan. Alsof het een repetitio van de duivel is. Fietsen is voor hem toeval geworden op een berg van ellende. Zijn hele carrière is geamputeerd door tegenslag en medisch ongemak. Het koersen is Gesink ontstolen. Ja, dat raakt me. Uitgerekend hij die zo sereen blijft in zijn ambities wordt door blessures van de fiets gehouden. Het teistert hem en hij had al zo’n geteisterd hoofd.

Robert Gesink is een martelaar.

Hugo Camps is journalist, columnist en schrijver.