In de volkswijk Noailles, vlak bij het toeristische havenkwartier vanMarseille, zijn huizen ingestort en bewoners uit hun huis gehaald wegens instortingsgevaar.

Foto’s Théo Giacometti/ Hans Lucas

Kroniek van een aangekondigde ramp

Frankrijk Acht mensen kwamen om toen in Marseille twee panden instortten. ‘In een normale gemeente zou zo’n ramp politieke gevolgen hebben gehad.’

Zelf durfde Simona thuis geen gasten meer te ontvangen. Haar appartement in het centrum van Marseille verkeerde in te slechte staat. Er zaten scheuren in de muren, het was extreem vochtig en deuren sloten niet meer. Maar toen ze elders in de stad een keer bij haar vriendin Anissa op bezoek was, zag ze daar dezelfde problemen. Ze vond dat ze moest waarschuwen.

„Dit soort barsten heb ik ook”, constateerde ze bezorgd.

„Ze zei,” vertelt Anissa Harbaoui (30), „dat ze bang was dat onze huizen zouden instorten, maar ik hield vol dat zoiets in Frankrijk niet kon gebeuren.”

Nu is Simona dood. En Anissa woont al maanden in een tijdelijk flatje. „Ik moet nog vaak aan dat gesprek terugdenken”, zegt ze.

Simona Carpignano, een Italiaanse studente, was een van de acht mensen die om het leven kwamen toen op de ochtend van 5 november een leegstaand pand aan 63 Rue d’Aubagne inzakte en het belendende gebouw op nummer 65 met zich meesleepte. Het bleek het begin van een aangekondigde ramp. Al jaren klaagden maatschappelijke organisaties, wetenschappers en journalisten over de beroerde conditie van het huizenpark in het hart van de stad. Een deel van Marseille staat op instorten.

Ik hield vol dat zoiets in Frankrijk niet kon gebeuren

Anissa Harbaoui, geëvacueerde bewoner van Marseille

De gemeente, eigenaar van nummer 63, en de sinds 1995 zittende 79-jarige burgemeester Jean-Claude Gaudin liggen zwaar onder vuur. Wethouders nemen geen enkel risico meer: liefst 311 panden, overal in de stad, zijn vanwege acuut instortingsgevaar ontruimd. Een half jaar na het incident wonen nog altijd meer dan zeshonderd mensen in hotels. Zo’n drieduizend bewoners moesten elders worden ondergebracht, onder wie dus Simona’s vriendin Anissa.

„Het had in de zomer veel geregend waardoor de muren waren gaan opzwellen”, vertelt ze in een café in Les Noailles, de multiculturele wijk waarin ook de Rue d’Aubagne ligt. „Toen ik op een dag in oktober mijn deur dichttrok, kwam een deel van het plafond in het trappenhuis naar beneden.” Ze belde de huisbaas. Eerst bleef hij stil, maar na de acht doden even verderop kwam hij in actie. „Samen gingen we naar de bovenste etage. Daar bleek een groot deel van het dak ingestort. De brandweer is gekomen en heeft me twintig minuten de tijd gegeven om wat spullen bij elkaar te pakken en te vertrekken.”

Anissa Harbaoui Foto Théo Giacometti

Dat was op 18 november. Vier maanden verbleef ze in een hotelkamer – zonder koelkast, zonder wasmachine. Nu bewoont ze via de gemeente een studio van vijftien vierkante meter. „Maar ik wil het liefst naar mijn eigen huis terug”, zegt ze. „Als dat veilig is.”

Huisjesmelkers

Marseille is in stedenbouwkundig opzicht in Frankrijk een uitzondering. Terwijl in de meeste grote plaatsen de volkse wijken door gentrificatie of sociale woningbouw naar de voorsteden zijn gedreven, is het centrum van de tweede stad van Frankrijk nog altijd zeer gemengd – en arm. „Het is een stad van contrasten, schrijven reisgidsen”, zegt de gepensioneerde urbaan geograaf Jean-François Ceruti van lobbygroep Un Centre-ville pour tous (een binnenstad voor iedereen). „Dat is het minste wat je kunt zeggen.”

Van de honderd armste wijken van Frankrijk liggen er 25 in Marseille. Ruim een kwart van de bevolking leeft onder de armoedegrens van 855 euro per maand, meldt het Franse statistiekbureau Insee. Volgens een door de regering in Parijs in 2015 besteld rapport vormen 40 duizend woningen een gezondheids- of veiligheidsrisico voor zo’n 100 duizend van de 860 duizend inwoners van de stad. Het merendeel van de panden is particulier eigendom, vooral van marchands de sommeil: huisjesmelkers of, letterlijk, ‘slaapverkopers’. Zij verhuren de opgesplitste woningen aan wat Ceruti „de meest kwetsbaren” noemt: net gearriveerde immigranten, studenten of mensen zonder verblijfspapieren.

Wie vanaf het aangeharkte toeristische centrum bij de oude haven van Marseille de Rue d’Aubagne omhoog neemt, passeert klassieke brasserieën, winkels met snuisterijen als op een Noord-Afrikaanse soek, oriëntaalse bakkers en een veelheid aan informele restaurantjes met ‘spécialités africaines’. De zoetige geur van zeep vermengt zich met die van exotische kruiden en uitlaatgassen van scootertjes. Dealers staan op elke hoek.

Op het pleintje voor de bar-tabac op nummer 59 hangt een plakkaat met foto’s van wat „de acht martelaars” zijn gaan heten: de slachtoffers van 5 november. Cherif was 36 jaar oud, Marie-Emmanuelle 55, Fabien 57. Ook Simona hangt ertussen: een bleek gezicht met een bos dreadlocks. Verder omhoog is de straat voor gemotoriseerd verkeer afgezet. Waar de huisnummers 63, 65 en het preventief gesloopte 67 lagen, is een gapend gat. Een metershoge berg gestort beton moet nummer 69 overeind houden. Bijna alle panden aan beide kanten van de straat zijn met hangsloten vergrendeld.

„Eigenlijk zijn al deze panden onbewoonbaar”, zegt Ceruti. Hij wijst op openstaande ramen, afgebroken stukken gevel en blootliggende elektriciteitsdraden. De buurt dateert van eind achttiende eeuw, vertelt hij. Omdat de straat omhoog loopt, leunen alle panden op elkaar. „Al tien jaar weten we dat veertig percelen op dit blok ernstige gebreken vertonen. Elf daarvan zijn van de gemeente. En er waren in november slechts twee waaraan gewerkt werd.” De auteur van het alarmerende rapport uit 2015, topambtenaar Christian Nicol, zei tegen de lokale krant La Marseillaise dat sinds de publicatie „niets gebeurd” is. Hij spreekt van „gebrek aan politieke wil om een eind te maken aan onwaardige huisvesting”.

Ceruti vreest, net als Nicol, dat het rechts-liberale gemeentebestuur de ramp aangrijpt om de sociologische samenstelling van de oude stadswijken te veranderen. Dat de burgemeester al jaren spreekt van „herovering” van die wijken, vindt hij omineus. „We willen dat de oorspronkelijke bewoners kunnen terugkeren, ook als het pand waar ze woonden gesloopt moet worden en er iets nieuws voor in de plaats komt”, zegt Ceruti. De gemeente heeft volgens hem jarenlang te weinig in sociale woningbouw geïnvesteerd.

Oorlogsgebied

Je kunt met Google Streetview door de Rue d’Aubagne lopen zoals die was. De beelden dateren van juli vorig jaar, een paar maanden voordat de panden instortten. Je ziet dat de begane grond van nummer 63 potdicht zit, dat de eerste etage is dichtgetimmerd en bij de drie etages daarboven de ramen wijd open staan. De afbladderende gevel had in een oorlogsgebied niet misstaan. Hier wel. Nummer 65, duidelijk nog wel bewoond toen de Google-auto langsreed, ziet er niet veel beter uit. Op de eerste etage hangt wat wasgoed uit het raam, de luiken zijn verrot. Graffiti op het luik voor een winkeltje op de benedenetage.

Dat de panden zijn ingestort, was kortom voor niemand in deze straat onverwacht. Meermalen zijn de bewoners van nummer 65 kort geëvacueerd na meldingen over nieuwe scheuren in de muren, vertelt de 46-jarige Hacene Menidjah, die op nummer 87 boven zijn telefoonwinkeltje woont. „Dan stuurde de gemeente controleurs die concludeerden dat er niets aan de hand was en dat de bewoners terug mochten.” Zelf werd hij in november ook van zijn bed gelicht. Met vrouw en dochter zat hij twee maanden in een hotel, de winkel moest dicht. Pas toen „experts uit Parijs” het pand veilig hadden verklaard kon hij terug. Zijn zaak, nu hoegenaamd onbereikbaar aan het eind van een spookstraat, is volgens hem ten dode opgeschreven.

De gemeente, zegt journalist Benoît Gilles van de linkse webkrant Marsactu, heeft sinds 1995 privé-eigenaren met belastingvoordeel gestimuleerd om hun panden op te knappen. Maar het toezicht ontbrak. „Het was voor hen enorm lucratief: dit is geen sociale woningbouw, maar doordat bewoners arm zijn, wordt een deel uit huursubsidie betaald. Het zijn privé-eigenaren die zo in feite de rol van sociale verhuurders op zich hebben genomen, maar niet dezelfde kwaliteit leveren.”

Wat steekt, is dat de laatste jaren wel miljoenen zijn uitgegeven aan het aantrekkelijker maken van het havengebied. Cruiseschepen storten daar dagelijks duizenden toeristen over de stad uit. Er kwam, met steun van Parijs, een prachtig nieuw museum over de méditerranée, er werden luxe appartementen aan de waterkant gebouwd en in oude havendepots is nu een hip winkelcentrum. „De stad wil toeristen en start-ups, maar toonde zich totaal onverschillig voor de problemen van zijn bewoners”, zegt Gilles met gepijnigde blik in een barretje bij de haven.

Voor een serie verhalen over burgemeester Gaudins „herovering” van de binnenstad, liep hij in 2016 binnen bij Rue d’Aubagne nummer 63. „De staat was rampzalig. Het trappenhuis was dichtgemetseld om kraken te voorkomen. Op de begane grond werkte een kapper die klaagde over ernstige vochtproblemen.” Er hing een bord op de gevel met de tekst ‘Marseille Habitat [de gemeentelijke woningbouworganisatie] werkt voor u’, vertelt hij. „Maar er gebeurde helemaal niets. Toen ik het stadhuis belde, zeiden ze dat ze het pand wilden verkopen. Een dag later was het bord verdwenen.”

Soirée chocolat

In een eerste officiële verklaring na de ramp weet de gemeente het „drama” aan „zware regenval”, meesmuilt Valérie Manteau van het Collectif du 5 Novembre, een organisatie die zich inzet voor de délogés, de mensen die hun huis moesten verlaten. „Het regent niet veel in Marseille, maar maakt een regenbui stevige panden instabiel?” Het was voor de slachtoffers het begin van een reeks miskleunen die, volgens Manteau, blijk gaven van de „totale desinteresse” en het „cliëntelisme” in de stad. „In iedere normale gemeente zou zo’n ramp politieke gevolgen hebben gehad, maar niet in Marseille.”

Terwijl de brandweer onder het puin nog naar slachtoffers zocht, bleek het stadsdeelbestuur in het gemeentehuis chocola te proeven op een niet afgelaste Soirée Chocolat. Lokale journalisten onthulden dat een van de woningen op nummer 65 eigendom was van een prominent regioraadslid van de partij van burgemeester Gaudin. Hij moest opstappen. Een wethouder die een door de gemeente „onbewoonbaar” verklaarde garagebox als huis verhuurde, wist zijn positie wél te behouden.

Net als de burgemeester, die in april in een raadsvergadering verklaarde dat de stad nu wel „genereus genoeg” was geweest voor de slachtoffers. De crisis is voorbij, de hotelkamers van Marseille zijn nodig voor toeristen en congresgangers, zei hij. De kantines waar geëvacueerden gratis konden eten, zijn gesloten. „Ze zijn ondergebracht, ze worden ’s ochtends, ’s middags en ’s avonds gevoed”, reageerde vice-voorzitter Jean Montagnac van de stadsregio geïrriteerd op alle kritiek. „Ze krijgen nu misschien wel croissants terwijl ze die niet eens kenden!”

Van de honderd armste wijken in Frankrijk liggen er 25 in Marseille
Van de honderd armste wijken in Frankrijk liggen er 25 in Marseille

„We concurreren nu blijkbaar met toeristen”, zegt grafisch ontwerper Martin Lefebvre (25), die met Anissa Harbaoui in het collectif de geëvacueerden vertegenwoordigt. „Ik wil dolgraag uit mijn hotel. Maar er moet wel een alternatief zijn.” Sinds 16 november, toen de gemeente preventief zijn woning afsloot, is hij ondergebracht in een Ibis-hotelkamer van 15 vierkante meter.

„De eerste week was ik erkentelijk. Geweldig om in een land te wonen waar je niet op straat belandt als je je huis uit moet. Maar meer dan zes maanden is wel heel lang.” Hij ontbijt in het hotel –„ja, er zijn ook croisssants” –, slaat lunch meestal over en eet ’s avonds een broodje, salade of kebab. „Het kost allemaal kapitalen en ik ben 15 kilo aangekomen”, zegt hij, nerveus aan een sjekkie trekkend. „Maar als ik met de gemeente spreek, dan geven ze me de indruk dat ze me enorm verwend hebben en dat ik dankbaar moet zijn.”

Martin is nog een paar keer terug geweest naar zijn huis in Le Panier, een wijkje bij de haven. Het gemeentelijke hangslot bleek opengebroken door drugsdealers die vanuit het raam van zijn werkkamer aan de straatkant hun waar bleken te verkopen. Maar ze beloofden zijn spullen met rust te laten, vertelt hij lachend. „Met dealers kun je wel goede afspraken maken.”