In Amsterdam is vegan al bijna mainstream geworden

Vega(n) De tijd dat veganisten blij mochten zijn met tomatensoep met patatjes is voorbij. In Amsterdam groeit het aantal goede vegan restaurants in hoog tempo.

Mr. & Mrs. Watson, een veganistisch restaurant aan de Linnaeuskade in Amsterdam-Oost.
Mr. & Mrs. Watson, een veganistisch restaurant aan de Linnaeuskade in Amsterdam-Oost. Foto Niels Blekemolen

Het is zaterdagmiddag en bijna alle tafeltjes van Deer Mama aan de Ceintuurbaan zijn bezet. Het roze en mintgroen gekleurde interieur doet denken aan een moderne versie van de Amerikaanse diner. Dat geldt ook voor het menu: veel milkshakes (met of zonder alcohol) en veel burgers. De mannelijke helft van een stel dat net een blik op de kaart werpt, kan het bijna niet geloven: „Is echt álles hier vegan?” Zijn tafelgenote is duidelijk opgetogen. „Ja!”

„Toen ik zo’n acht jaar geleden veganistisch ging eten, was er nog helemaal niks in Amsterdam”, vertelt de 37-jarige eigenaar Laura Estevez. „Je moest van de ene natuurwinkel naar de andere speciaalzaak, je kon nergens een taartje eten en je had geluk als ze ergens sojamelk hadden voor de koffie. Toen ben ik zelf maar gaan ondernemen.” Estevez opende Deer Mama eind 2018 en heeft inmiddels dertien personeelsleden.

Gerecht bij Mr. & Mrs. Watson. Op het bord Toast ’n Egg; broodje met scrambled tofu, gebakken ui, champignons, gravad carrot (plantaardige variant van grav lax zoals dat normaal gesproken van zalm wordt gemaakt) en de gerookte amandelkaas. Op het kaasplankje Vier kazen, allemaal op notenbasis: een smeerbare pepperjack, roquefort, cashewkaas met Italiaanse kruiden en een gerookte amandelkaas met aardbeiensaus.

Foto Niels Blekemolen

De tijd dat veganisten blij mochten zijn als ze een tomatensoep met patatjes geserveerd kregen, is voorbij. Waren er vijf jaar geleden nog slechts 45.000 vegans in Nederland, volgens de Nederlandse Vereniging voor Veganisme (NVV) zijn er nu al zo’n 121.000 mensen die geen dierlijke producten als vlees, zuivel, eieren en leer gebruiken. En daar speelt de horeca op in: in Amsterdam zijn er nu zo’n 35 restaurants die uitsluitend vegan gerechten serveren. Nog zo’n tweehonderd horecagelegenheden bieden ‘veganistische opties’.

Voor de minder ingewijden is het vaak nog niet helemaal duidelijk: wat is er volgens die vegans nou mis met het gebruiken van producten als eieren en zuivel? Estevez legt uit: „In de eierindustrie worden alle haantjes, die onbruikbaar zijn omdat ze geen eieren leggen, direct na hun geboorte vergast of versnipperd. Koeien worden continu zwanger gemaakt en vervolgens worden hun kalfjes weggehaald, zodat wij de melk kunnen drinken. Zodra ze niet meer genoeg melk geven, gaan ze naar de slacht. Dat is een idiote, productmatige behandeling van dieren. Zogenaamd ‘biologisch’ vlees en zuivel is nauwelijks een verbetering, helaas.”

In eerste instantie dacht ik: je bent gek. Wat doe je jezelf aan?

Erik Prins flexinist, over zijn broer (vegan)

Armain Schoonbroodt, kok bij het deels vegetarische, deels veganistische restaurant Spirit in stadsdeel Oost, begon in 2014 met het promoten van vegan horeca, producten en events in de stad. Dit doet hij via de social media-accounts Vegan Amsterdam – op Facebook, Instagram, Twitter en YouTube. „Achteraf gezien was dat jaar het breekpunt. Met de komst van Vegabond in het Centrum, Dophert in de Spaarndammerbuurt en Koffie ende Koeck in Westerpark groeide het vegan aanbod in Amsterdam snel.”

Lees ook Wat als we stoppen met vlees eten?

De 35-jarige Schoonbroodt merkt dat veganisme langzamerhand mainstream aan het worden is in Amsterdam. „Buiten de grote steden is dat anders, er zijn genoeg kringen waar je nog vreemd wordt aangekeken als je vegetariër bent, maar aan jonge mensen in Amsterdam hoef je het niet meer uit te leggen.” Het Facebook-account van Vegan Amsterdam is Engelstalig, en dus ook toegankelijk voor toeristen en expats, en telt bijna tienduizend volgers. De echte early adopters, de voorlopers op het gebied van veganistisch eten, waren volgens Schoonbroodt overigens niet de hipsters die de Amsterdamse vegan scene nu lijken te domineren, maar de activistische volkskeukens in kraakpanden, zoals eetcafé MKZ in Zuid.

Volgens Estevez zijn lang niet al haar klanten overtuigd veganist. „Ik vermoed dat het merendeel van mijn klanten wel vlees eet, maar wil minderen. Uit overtuiging, of gewoon omdat vegetarisch of vegan eten ook lekker is.” Dat is geen gekke gedachte. Volgens het Voedingscentrum slaat 55 procent van de Nederlanders minstens drie maal in de week vlees over.

Vegan kaasfondue

Buurtbewoner Erik Prins (37) komt met regelmaat bij Deer Mama eten. Hij is een zogenoemde ‘flexinist’: hij eet niet alleen weinig vlees, maar ook andere dierlijke producten gebruikt hij met mate. Zijn lievelingsgerecht hier? „De bitterballen. En patat, want de vegan mayonaise is heel lekker.” Prins kwam al lang geleden in contact met de veganistische keuken: „Mijn broertje is al meer dan vijftien jaar vegan. In eerste instantie dacht ik: je bent gek. Wat doe je jezelf aan? Inmiddels denk ik daar wel anders over.” Niet alleen heeft Prins ‘meer inzicht’ gekregen in de bio-industrie, maar veganisme is volgens hem ook toegankelijker geworden. „Je hoeft niet meer een blok tofu drie dagen lang in de marinade te leggen. Het eten is hier echt waanzinnig goed.” Ook over Mr. & Mrs. Watson, een vegan restaurant in Oost, is hij erg enthousiast. „Het kaasplankje en de kaasfondue zijn fantastisch. Dat is heel knap gedaan.”

Veganistisch restaurant Deer Mama aan de Ceintuurbaan in De Pijp.

Foto Niels Blekemolen

Kaas: het is een gevoelig onderwerp als het over veganisme gaat. Vegetariërs noemen het vaak als reden om de overstap naar veganisme niet te maken. Kaas is ‘te lekker’ en het opgeven is ‘te moeilijk’. En dat vinden veganisten dan weer slappe excuusjes. Het klinkt Kirsi Rautiainen, mede-eigenaar van plant-based food bar Mr. & Mrs. Watson, bekend in de oren. „Natuurlijk is kaas lekker, maar het is voor Nederlanders ook iets cultureels. Ze zijn eraan gehecht. Wij willen laten zien dat je kaas helemaal niet van dierlijke producten hoeft te maken. En dat lukt. Gasten komen hier speciaal voor het kaasplankje.” Dat roept niet zelden emoties op. „Veganisten zitten hier soms met tranen in hun ogen als ze onze brie of roquefort proeven. Ze hebben kaas opgegeven voor een hoger doel, maar missen het vaak wel.”

Toen vrienden voorstelden om eens bij Mr. & Mrs. Watson te gaan eten, biggelden bij omnivoor Rick de Jong (33) uit de Dapperbuurt de tranen nog niet direct over de wangen. „Ik dacht van tevoren: vegan, dat is heel veel planten en mensen met dreadlocks. En dan krijgen we ons drinken in een mok. Maar dat viel mee, het restaurant was mooi en het personeel zag er ook netjes en weldoorvoed uit.” De Jong probeerde de brie, die hij „wel lekker” vond. „Maar je maakt iets na wat je al kent en daardoor valt het toch tegen. Je vergelijkt het altijd met het origineel. Noem het dan geen kaas.”

De Nederlander en zijn „vastgeroeste broodje kaas”, zoals Babet Zevenbergen van de vegan lunchroom en specialistische supermarkt Vegabond het noemt. „Ik denk dat het een kwestie van wennen is. Mensen beseffen nog niet dat ze ook iets anders kunnen eten.” En wat betreft de smaak van plantaardige kaas: die wordt steeds realistischer, belooft de 32-jarige Zevenbergen. „Dat geldt vooral voor de verse, gefermenteerde notenkaasjes. We houden af en toe tastings in de winkel, dan laten we mensen proeven. Die zijn dan echt verbaasd dat het veganistisch is.”

Gerecht bij Deer Mama. Op het bord linksboven Beyond bbq burger; een plant based burger zonder soja en gluten, met huisgemaakte bbq saus,tomaat, sla, komkommer en augurk. Bord links Carrot Lox Clubsandwich; mayo, mierikswortel en kappertje, gerookte wortel met algenextract, avocado, komkommer en little gem (sla). Bord rechts Patat van zoete aardappel met vegan mayonaise.

Foto Niels Blekemolen

Een ander pijnpunt als het gaat over vegan kaas: de prijs. Zevenbergen: „Onze kazen zijn soms wat duurder dan bij de kaasboer. Die worden van gesubsidieerde zuivel gemaakt, onze kazen worden gemaakt van noten. Bovendien moet ik alles bij kleine leveranciers inkopen en komen er veel producten uit Duitsland, waardoor ik hoge verzendkosten heb.”

Volgens Estevez van Deer Mama denken mensen vaak dat het eten juist goedkoper moet zijn omdat het ‘vega’ is. Een misvatting, legt ze uit. „Neem sojaslagroom, dat wordt nog niet in zulke grote hoeveelheden geproduceerd dat het goedkoper kan. Bovendien wordt de zuivelindustrie door de overheid gesubsidieerd. Als ik ergens een hele gebraden kip voor twee euro zie, denk ik: ‘Daar is een kuiken voor grootgebracht, gevoerd, vervoerd, geslacht, gekruid én gebraden?’ Nee, die prijs klopt niet.”

Stoffige dierenrechtenactivistenclub

De 32-jarige Zevenbergen opende onlangs een tweede filiaal van Vegabond, gevestigd aan de De Clercqstraat. Ook verzorgt ze catering voor bedrijven. „Toen in 2014 onze vestiging aan de Leliegracht opende, was het een van mijn ambities om de zaak toegankelijk te maken voor een groot publiek. Ik wilde laten zien dat vegans niet per se in een stoffige dierenrechtenactivistenclub zitten. Iedereen moet zich welkom voelen. Als vleeseters meteen met flyers over dierenleed geconfronteerd worden, haken ze snel af.”

Het merendeel van onze klanten bestaat uit vrouwen. Vlees eten wordt gezien als ‘mannelijk’, dat is nu eenmaal cultureel bepaald

Babet Zevenbergen Vegabond

Dit is een groot verschil met The Dutch Weed Burger Joint in stadsdeel West, waar de leus We bring the fun back in fundamentalism op de muur prijkt. „We zijn dit restaurant vanuit een activistisch hart begonnen”, aldus medeoprichter Lisette Kreischer. „Ieder dier dat sterft, is er een te veel.” Dat betekent niet dat Kreischer vooral voor de eigen, overtuigd veganistische parochie preekt. „Wij willen met onze burgers juist de stoere, vleesetende man bereiken. Dat is een uitdaging, want mannen denken nu nog vaak dat ze hun voedingsstoffen alleen maar uit dierlijke producten kunnen halen en met vegan eten ‘iets tekortkomen’. Zeewier, waarmee onze burgers verrijkt zijn, bevat ontzettend veel eiwitten.” Ook het industrieel geïnspireerde interieur van The Dutch Weed Burger Joint straalt uit dat je hier als Stoere Man prima een burger kan eten. Geen roze stoelen en wandjes zoals bij Deer Mama, maar de drietand van Poseidon aan de muur.

Babet Zevenbergen van Vegabond erkent dat vrouwen meer interesse hebben in de veganistische keuken dan mannen. „Het merendeel van onze klanten bestaat uit vrouwen. Vlees eten wordt gezien als ‘mannelijk’, dat is nu eenmaal cultureel bepaald.” Hoewel er geen harde cijfers zijn over de man-vrouwverhouding onder veganisten, bevestigt de NVV het beeld dat de vrouwen flink in de meerderheid zijn: zij maken 72 procent van de leden van de vereniging uit. Of Zevenbergen, net als de eigenaren van The Dutch Weed Burger Joint, haar aanbod aan die vleesetende mannen gaat aanpassen? „Misschien in de toekomst. Ik merk al wel dat onze vegan saucijzenbroodjes, die een ‘vlezige’ smaak hebben, vaker door mannen worden besteld.”

Lees ook: Nieuw tijdperk, nieuwe term: we moeten plantificeren

Opvallend genoeg werkt de groeiende populariteit van de vegan lifestyle niet alléén maar in het voordeel van de onderneemster. „Veel producten die wij in onze zaak verkopen, zijn nu ook bij gewone supermarkten verkrijgbaar. Daar kunnen ze in grotere hoeveelheden ingekocht worden en is de prijs voor de klant lager. Wij moeten het in de toekomst toch vooral van de horeca hebben.”

En die vegan horeca mag van Kreischer nog wel wat gevarieerder worden. „Het aanbod bestaat nu vooral uit fastfood. Ik hoop dat er nog Italianen bijkomen met lekkere pasta’s, maar bijvoorbeeld ook stampotten. Vegan eten voor gewone mensen, dat mis ik nog.” Schoonbroodt van Vegan Amsterdam sluit zich daarbij aan. „Plekken die gewoon casual en gezellig zijn. Het hoeft niet altijd zo hip.”

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.