‘Iedereen weet alles van je, en helpt je daarom’

Spitsuur Margriet Bijl (29) en Marten Ponne (35) wonen met hun twee kinderen in Hooghalen. Marten zit sinds acht jaar in een rolstoel. „Er moet altijd rekening met mij gehouden worden. Ik zeg geen sorry, maar het voelt wel alsof dat moet.”

Margriet: We hebben een abonnement op de dierentuin en soms doen we vakanties: laatst naar Zeewolde en daarvoor in Zwolle.” Marten: „Voor mij hoeft het niet zo ver. In mijn jeugd heb ik vrij veel gedaan. Lloret de Mar, Salou, Griekenland.”
Margriet: We hebben een abonnement op de dierentuin en soms doen we vakanties: laatst naar Zeewolde en daarvoor in Zwolle.” Marten: „Voor mij hoeft het niet zo ver. In mijn jeugd heb ik vrij veel gedaan. Lloret de Mar, Salou, Griekenland.”

Marten: „Achter in onze tuin, in de schuur, zijn we bezig met een stellingkast. Ik weet precies hoe ik het wil hebben, maar ik kan niet eens een plank optillen. Ik zit nu al een jaar of acht in een rolstoel – een spierziekte.”

Margriet: „Marten zegt dan hoe het ongeveer moet en dan voer ik het uit. Maar dan gebeurt het wel op mijn manier.”

Marten: „Ik ben een precieze jongen. Margriet is meer van: als het maar functioneert. Soms is dat lastig. Maar als het er eenmaal staat, ben ik erg trots.”

Margriet: „De schuur, het huis – we wonen hier nu alweer vijf jaar.”

Marten: „Hooghalen ligt zo centraal, precies tussen Groningen en Hoogeveen in. Ik ben hier in het dorp geboren en getogen.”

Margriet: „Tien kilometer verderop ben ik op een boerderij opgegroeid. Dus ik ben import.”

Marten: „Ik werk nu drieënhalf jaar bij een uitzendbureau in de bouw en techniek, als intercedent. Ik koppel mensen aan bedrijven. Oorspronkelijk kom ik uit de interieurbouw. Vanaf mijn zestiende maakte ik als leerling meubels, later ging ik ze ook spuiten.”

Margriet: „Ik ben gewoon juf, groep vier doe ik, in Hoogeveen. Al een paar jaar. Het lesgeven zelf vind ik superleuk: letters, tafels, klokkijken, al die dingen.”

Marten: „We hebben elkaar ontmoet in Skopje, zo’n grote discotheek in Beilen met meerdere zalen. Het ging via een gemeenschappelijk vriendin.”

Margriet: „Van het een kwam het ander.”

Abonnement op dierentuin

Marten: „Na school haal ik de kinderen op en bereid ik vast het eten voor. En ik kijk op de telefoon of Margriet al onderweg is.”

Margriet: „We hebben een app waarop hij precies ziet waar ik ben.”

Marten: „Als Margriet ’s avonds sporten is en de kinderen worden wakker, duurt het even voordat ik boven ben. Als ik zie dat Margriet bijna terug is, wacht ik even. De traplift is tijdrovend en geeft lawaai. Gelukkig ben ik verder mobiel, ik heb een aangepaste auto waar ik met de rolstoel in kan.”

Margriet: „Dan kunnen we op pad. We hebben een abonnement op de dierentuin en soms doen we vakanties: laatst naar Zeewolde en daarvoor in Zwolle.”

Marten: „Voor mij hoeft het niet zo ver. In mijn jeugd heb ik vrij veel gedaan. Lloret de Mar, Salou, Griekenland. Ik ben op Aruba geweest. Op mijn achttiende werd ik gediagnostiseerd en dacht ik: nu moet ik het doen, anders gebeurt het niet meer. Ik ga elk jaar nog een weekendje weg met vrienden. Er moet altijd rekening met mij gehouden worden. Ik zeg geen sorry, maar het voelt wel alsof dat moet. Als er in de discotheek een trapje is, tillen ze mij gewoon op. Twee jaar geleden dacht ik: moet ik het nog wel doen? Toen heb ik een goed gesprek gehad, zeiden ze: ‘Je moet niet zo moeilijk doen, ga gewoon mee en het komt goed.’”

Kinderen leuker dan volwassenen

Marten: „Vroeger had ik een apart loopje. Na twee jaar onderzoek kwamen ze bij Miyoshi myopathie uit, een zeldzame spierziekte. Op het einde van mijn lichaamsdelen maak ik minder witte bloedlichaampjes aan waardoor mijn onderarmen, kuiten en handen zwakker worden. Ik kan nu gewoon zelfstandig naar boven, of naar de wc, maar wat als dat op een gegeven moment niet meer kan? In hoeverre word ik afhankelijk?”

Margriet: „Marten doet het allemaal wel: de kinderen op schoot nemen en al rollend het dorp door. In een stad zou dat lastiger zijn, met al die stoepjes.”

Marten: „Het zou ook onpersoonlijker zijn. Als Margriet de container vergeet buiten te zetten, dan vraag ik de buurman. Iedereen weet alles van je, maar daardoor helpen ze je wel.”

Margriet: „Het sociale is sterker.”

Marten: „Op school hebben ze zo’n plaat voor mij gemaakt, waardoor ik de school kan binnenrijden. Kinderen zien mij dan. ‘Waarom zit je in een rolstoel’, vragen ze. Dan zeg ik: ‘Ik kan moeilijk lopen, dus dat is erg handig.’ Ze knikken en zoef, ze zijn weer weg.”

Margriet: „Je vindt kinderen leuker dan volwassenen als ze je nog nooit hebben gezien.”

Marten: „Ze doen er minder moeilijk over. Als ik met Jalien naar school rol, houdt ze netjes met een hand de rolstoel vast, en met de andere de rugzak.”

Margriet: „Ze begrijpt het allemaal.”

Marten: „Maar ook als ze iets flikt. Dan verstopt ze zich achter de bank.”

Margriet: „Larije ook, die gaat dan plat op de grond liggen zodat Marten er niet bij kan.”

Marten: „Eerst ga ik de confrontatie aan. Hup, dan schuif ik de bank opzij. Soms willen mensen helpen, maar dan denk ik: nee, dit zijn mijn kinderen, dit moet ik zelf doen – verbaal.”

Margriet: „Toen ik Marten ontmoette, kon hij nog lopen. De eerste keer in de rolstoel was heel vervelend. Nu ben ik blij, want we gaan overal naar toe. Toen hij liep, wilde hij er eigenlijk niet meer op uit.”

Marten: „Voor mij was de dierentuin al te veel moeite. Ik kon dat niet.”

Margriet: „Die zomer, acht jaar geleden, zouden we naar het dolfinarium gaan. Ik zei dat het me niet uitmaakte hoe we gingen, als we maar gingen.”

Marten: „Toen hebben we met een leenrolstoel proefgedraaid, en dat ging goed. Dus dat was het probleem niet, wel dat ik van de een op de andere dag in een rolstoel ging. Nu ben ik positiever geworden, heb meer zelfvertrouwen en houd ik energie over.”

Margriet: „Ieder huisje heeft z’n kruisje, maar bij ons is het zichtbaar.”