Hoge Raad: fiscus ging uit van te hoog rendement spaarders

De Hoge Raad deinst echter terug voor een oordeel waarbij de Belastingdienst wordt gedwongen tot een collectieve oplossing voor gedupeerden.

Het gebouw van de Hoge Raad in Den Haag.
Het gebouw van de Hoge Raad in Den Haag. Foto Niels Wenstedt/ANP

De manier waarop de Belastingdienst in 2013 en 2014 belasting hief op het rendement op spaargeld en beleggingen was niet eerlijk. Dat heeft de Hoge Raad vrijdag geoordeeld in een zogeheten massaal bezwaarprocedure. De Hoge Raad deinst echter terug voor een oordeel waarbij de Belastingdienst wordt gedwongen tot een collectieve oplossing voor gedupeerden.

De collectieve zaak werd aangespannen door de Bond van Belastingbetalers, een stichting die op zegt te komen voor de belangen van belastingbetalers. Zij wilden dat de Hoge Raad een uitspraak zou doen over de heffing in het algemeen, maar de Hoge Raad geeft aan dat niet te kunnen doen. Alleen individuele bezwaarprocedures van mensen die in 2013 en 2014 een „buitensporig zware last” ondervonden van de regel, kunnen door de uitspraak mogelijk leiden tot het terugdraaien van te veel betaalde belasting.

Met het oordeel is de weg vrij om deze klachten in behandeling te nemen, schrijft de Hoge Raad. De Hoge Raad heeft een kader gesteld waarbinnen kan worden bepaald of er sprake was een buitensporig zware last.

De Belastingdienst ging in die jaren onterecht uit van een gemiddeld rendement van 4 procent op het vermogen (in belastingbox 3), volgens de Hoge Raad. Volgens de Hoge Raad was het niet mogelijk dat rendement te behalen, zonder daar veel financieel risico bij te lopen.

Lees ook: de beloofde nieuwe manier om rendement te belasten blijft voorlopig uit

De belasting op vermogensrendement - de zogenoemde forfaitaire vermogensrendementsheffing - wordt met name door spaarders als onrechtvaardig gezien. Terwijl bij de vermogensbelasting wordt uitgegaan van een gemiddeld vermogensrendement van 4 procent, bieden de banken, onder druk van de Europese Centrale Bank, al jaren veel lagere spaarrentes. Lag de spaarrente in 2013 en 2014 rond de 2 procent, momenteel is die bijna 0 procent.

In het regeerakkoord had het kabinet al beloofd met concrete voorstellen te komen om vermogens (spaargeld, beleggingen) te gaan belasten op basis van reëel rendement, in plaats van op basis van een wettelijk vastgesteld fictief rendement. Staatssecretaris Menno Snel (Belastingen, D66) kondigde in april echter aan dat een wijziging in het belastingstelsel dusdanig complex is, dat het kabinet daar voorlopig niet aan toekomt.