Minister Slob: ‘Het mooist zou zijn: helemaal geen tv-reclame’

Arie Slob, minister van Media De nieuwe plannen moeten de publieke omroep flexibeler maken, aldus minister Arie Slob. „Het mag ook alleen online.”

Minister Arie Slob (Media).
Minister Arie Slob (Media).

Minder tv-reclame, daardoor minder inkomsten, maar toch een krachtigere publieke omroep. En jongerenzender NPO3 moet worden verbouwd tot NPO Regio, een tv-zender gevuld door de regionale omroepen. Dat schrijft minister Slob (Media, ChristenUnie) vrijdag in de brief aan de Tweede Kamer met zijn visie op de toekomst van de publieke omroep. Deze twee belangrijkste wijzigingen waren al eerder uitgelekt. Nu wil de minister er voor het eerst op reageren.

U wil een krachtiger publieke omroep, schrijft u, maar door het reclameverbod voor acht uur ’s avonds legt u de omroep een enorme bezuiniging op. Hoe kunt u dat met elkaar rijmen?

„Het is een lang gekoesterde wens om de publieke omroep minder afhankelijk te maken van reclame. Het allermooiste zou zijn om er helemaal vanaf te zijn, maar dat zat er niet in. Omdat we het zo graag willen, trekken we de portemonnee om het grootste deel van de inkomsten die ze mislopen te compenseren. Dit gaat veel geld kosten, maar dat we ook iets van de publieke omroep vragen vind ik niet onredelijk. Die zal de misgelopen inkomsten zelf ook structureel moeten gaan dekken. Dat vinden ze vervelend, dat snap ik.”

Het kabinet gaat uit van een verlies van 60 miljoen wegens minder reclame, wat u met 40 miljoen deels compenseert. Maar Frank Volmer van de Ster voorspelt dat de maatregel veel meer gaat kosten: 80 tot 90 miljoen. Gaat u een groter verlies ook compenseren?

Slob schampert: „Toen we in het verleden afgingen op Volmers ramingen, zijn we behoorlijk in de problemen gekomen.” De minister verwijst hier naar de eerdere ineens tegenvallende reclame-inkomsten, waardoor hij veertig miljoen moest bijspringen, en de omroep twintig miljoen moest bezuinigen.

Maar blijft u eventueel sterker verminderende reclame-inkomsten compenseren?

„Zeker niet. Dit is al behoorlijk fors wat het kabinet nu doet. U kent de samenstelling van het kabinet: meer zit er niet in.”

Is het effect niet dat de publieke omroep juist commerciëler gaat programmeren na acht uur? Dat Studio Sport en DWDD bijvoorbeeld pas om acht uur beginnen?

„Dat er hierdoor meer druk op de reclame na achten zou komen is een kwestie van zorgvuldige criteria opstellen van wat wel en niet mag. We weten wat de kansen zijn, en ook wat de risico’s zijn. We zeggen dus niet: zoek het maar uit, veel succes ermee. We gaan trouwens ook online stoppen met reclame, ik denk dat daar heel veel mensen blij mee zijn, want die moeten zich eerst door de reclames heen worstelen voordat ze de nieuwsvoorziening krijgen. En we gaan de kinderen meer beschermen tegen reclame, wat voor veel ouders plezierig zal zijn.”

De publieke omroep moet toekomstbestendig gemaakt, zegt u. Maar tegelijk gaat de jongerenprogrammering op NPO 3 eraan.

„Men lijdt het meest onder het lijden dat men vreest. Voor jongeren blijft er genoeg ruimte over op de andere netten. Jongeren zitten niet meer zo strak gebonden aan lineaire tv. Ze zitten niet meer klaar voor het achtuurjournaal. Daarom krijgt de omroep meer flexibiliteit om kijkers te bedienen waar ze zitten. Het mag ook online. Als een programma daar het beste tot zijn recht komt, mag dat ook alleen online. Dat is ook nodig want anders ben je ze gewoon kwijt.” Slob doelt hier onder meer op zijn plan om de eis dat programma’s primair voor televisie zijn, en dat daar de budgetten aan verbonden zijn, los te laten. Ook krijgen losse omroepen van hem meer vrijheid om zelf hun programma’s te verspreiden op andere online platforms.

Enerzijds krijgen de omroepen meer vrijheid in wat ze met hun programma’s doen. Anderzijds schrijft u voor wat er op NPO 3 moet komen.

„Dat klopt. Hier ben ik dan weer redelijk precies in. De beweging naar meer samenwerking tussen regionale omroepen en de landelijke omroep was al ingezet. Dan is het derde net een mooie plek om daar onderdak aan te geven.”

NPO-voorzitter Shula Rijxman zegt: dat is een inhoudelijke ingreep van de politiek in de programmering. Dat mag niet van de wet.

„Dat laat ik graag voor haar rekening. Wij mogen best zeggen dat we de regionale omroepen willen versterken. Ik vind het echt heel belangrijk dat ze meer samenwerken met de NPO.”