Opinie

Het drama van de vallende bomen

Column Amsterdam

Auke Kok

Anderhalve week na de storm liggen overal in de stad nog takken en stronken als restanten van, ja, een mysterie. Want bijzonder is het natuurlijk wel: dat zelfs de deskundigen geen idee hebben hoe het zo ver heeft kunnen komen. Dat we dus wel apetrots zijn op de meer dan een miljoen bomen in Amsterdam, maar dat al dat groen pardoes op onze bezittingen kan vallen. Of op onszelf – het scheelde niet veel. Ik denk dat we hier van een diepliggend gevoel van onheil kunnen spreken. Neem nou die bomen op het Oudekerksplein: die stonden daar al tientallen jaren en ineens lágen ze allemaal. Ook in de relatieve luwte van de Wallen plotseling weerloos. Bomenconsulent Hans Kaljee staat voor hetzelfde raadsel als u en ik. Het kan een valwind zijn geweest, opperde hij. Of een tunneleffect als Kaljee aan al die ontwortelde bomen langs de grachten dacht. Of een domino-effect als hij die gevelde bomen bij De Kleine Komedie in ogenschouw nam. Of anders het oproleffect als hij…

Je vraagt je af wat hier aan de hand is.

Ik denk dat we hier van een diepliggend gevoel van onheil kunnen spreken

Als dit kan gebeuren, kan er nog veel meer gebeuren. Dat is geen rocket science. Je zag het aan de bewoners op het Java-eiland in een reportage van AT5: blikken die het midden hielden tussen geamuseerd en bevreesd. Dat groepje bomen in hun plantsoen, allemaal óm na een „niet normaal harde knal”: een natuurwonder? Een stadse variant op graancirkels? Of dat bosje bij de Oudekerkerplas in Zuidoost: na de storm ineens gevloerd. „Het bos is weg”, hapte een voorbijganger naar adem. „Het ligt nu plat. Het lijkt wel of er een bom ontploft is.”

Lees ook: Één zomerstorm en daar gingen die mooie bomen, als luciferhoutjes

In de grachtengordel had Oscar Hammerstein een „drukgolf” waargenomen. De advocaat noemde het een „beangstigend natuurverschijnsel, eng om te zien”. Heel goed dus van Femke Halsema om ’s nachts op onderzoek uit te gaan. Onze burgermoeder die bij het schijnsel van haar mobiel kijkt of zich mensen onder de liggende boom bij haar aan de Herengracht bevinden: heel geruststellend. Bijna zoiets als Juliana in haar kaplaarzen door de Zeeuwse wateren van 1953. Er waren geen slachtoffers te betreuren voor de burgemeesterswoning, maar het had gekund. Vallende takken hadden haar gezinsauto beschadigd, dus ik bedoel maar.

De grote oude bomen met hun vele bladeren moeten ons tegen de broeikas-apocalyps beschermen. Maar juist die joekels van een iepen en linden kunnen ook alles vernielen. Het groen geeft, het groen neemt.

Tot slot die ene boom bij de Da Costakade: dwars op – en door – een woonark. Toevallig was de bewoonster op vakantie. Naast de doorkliefde woonark lag een bootje en de eigenaar daarvan ontsnapte maar net aan Het Erge. Een reuzetak was door de vallende boom meegetrokken en had hem bijna geraakt. „Ik ben blij dat ik nog leef”, zei de man, die zich „kapot” was geschrokken. Hij voegde er bijbels aan toe: „De natuur heeft ingegrepen. Ze heeft schoon genoeg van de mensheid.”

Auke Kok is schrijver en journalist.
Lees ook: Nachtelijk noodweer zorgt voor schade en overlast