‘De man’ bestaat niet

Gender Jammer genoeg wordt er maar zelden over de verschillen in mannelijkheid gesproken, schrijft .

Levensechte mannelijke poppencollectie
Levensechte mannelijke poppencollectie Illustratie cyano66

„Door God dood te verklaren, is het Westen het vertrouwen in mannelijkheid kwijtgeraakt.” Het is een uitspraak van Jordan Peterson, de Canadese psycholoog die faam maakte op internet met uitspraken tegen politieke correctheid en transgenderrechten. In een YouTube-filmpje stelt hij dat „het goddelijke symbool van mannelijkheid is vernietigd”, en dat daarmee het ideaal waarnaar mannen konden streven is zwart gemaakt.

The New York Times noemde hem „de hoeder van het patriarchaat.” Zijn volgelingen noemen hem adembenemend wijs. Peterson meent dat mannelijkheid in crisis is.

Hij is niet de enige. Overal duiken pogingen op om mannelijkheid te duiden, al lijkt niemand daarin te slagen. Vorige week schreef Maarten Huygen in deze krant over ‘het temmen van de man’, maar hij haalde zoveel dingen door elkaar dat hij geen grip kreeg op het onderwerp. In De Karakterman (2016) wilden Stephan van Duin en Jop de Vrieze een nieuw mannelijk ideaal neerzetten, maar uiteindelijk is het niets meer dan een lifestyleboek met tips als ‘ga vaker sporten’. Sunny Bergmans recente documentaire Man Made bleef hangen bij het aankaarten van het vage ‘toxic masculinity’.

Mannelijkheid is zo moeilijk te vatten omdat het een relationele term is: hij bestaat alleen bij de gratie van vrouwelijkheid. Wat de man man maakt, is dat hij geen vrouw is. Dat is niet bevredigend en dus gaan duiders op zoek naar een mannelijke essentie die al dan niet ergens in het emancipatieproces van de vrouw verloren is gegaan.

Lees ook over de Zweedse gender-ombudsman en gender sensitief sneeuwruimen

Die vrouwenemancipatie heeft ertoe geleid dat er onderzoek kwam naar vrouwelijkheid: wat betekent het om vrouw te zijn? Daarin werd al snel een onderscheid gemaakt tussen sekse (synoniem aan geslacht) als biologische realiteit en gender als de sociale constructie van wat we zien als vrouwelijk. Dit onderzoek werd gestuwd door de progressieve politiek van de tweede feministische golf. Het doel was te theoretiseren welke mechanismen zorgden voor de achterstelling van vrouwen en meisjes.

Inmiddels weten we dat er geen vrouwelijke essentie bestaat en dat vrouwelijkheid meervoudig is. Actueel onderzoek richt zich bijvoorbeeld op postkoloniale verhoudingen, op Europese verschillen of op digitaal activisme van verschillende leeftijden. Het denken over sekse en gender is vergevorderd. Het gaat allang niet meer om de simplistische vraag of gedragingen en eigenschappen het resultaat zijn van nature of nurture. Of bepaalde verschillen biologisch of cultureel zijn, is bovendien tot op zekere hoogte onkenbaar: we kunnen hier niet mee experimenteren en niemand is opgegroeid in een samenleving die niet ‘gegendered’ is.

Wat we wel kunnen doen, is analyseren hoe machtsrelaties rond sekse en gender werken. Dat gaat dus niet alleen over vrouwen. We kunnen zoeken naar verschillen en overeenkomsten in ervaringen, van Marokkaanse mannen die naar Nederland kwamen als gastarbeider, van mannen die in een rolstoel zitten en nooit konden schitteren op het voetbalveld, van Friese jongens die zich realiseerden dat ze niet op meisjes vielen.

Er is inmiddels dan ook redelijk wat onderzoek naar mannelijkheid (een van mijn favorieten gaat over wat schelden met ‘homo’ op middelbare scholen teweegbrengt), maar gek genoeg zijn de duiders in de media daarin niet geïnteresseerd. Zij spreken zelden over verschillen, maar houden vast aan één type mannelijkheid. De grootste gemene deler wordt niet eens gezocht, hij blijft onbenoemd verondersteld. Het primaat wordt gelegd bij de gemiddelde man, en die is wit en hetero. ‘De man’ bestaat echter niet. Er is dus ook niets dat ‘de man’ dwarszit: er zijn verschillende dingen die verschillende mannen dwarszitten.

Het is lastig om daar vanuit conservatief standpunt antwoord op te bieden. Zulke mannen gebruikten argumenten over ‘de natuur’ om de ondergeschikte positie van vrouwen – het zwakke geslacht – te legitimeren. Wat maak je dan van opgelegde codes van mannelijkheid die overduidelijk schadelijk zijn, zoals niet mogen huilen? Als je zoals Peterson de schuld van de crisis van mannelijkheid bij feministen legt, met hun onderscheid tussen sekse en gender, kan je moeilijk hun begrippenapparaat overnemen.

Lees ook: Er is niets mis met de man

Dat is wel nodig, want het gaat daadwerkelijk slecht met de man. Mannen drinken bijvoorbeeld meer, zijn ongezonder en gaan dus eerder dood. Dat komt door een combinatie van biologische eigenschappen en culturele codes: mannen hebben zwaardere psychische klachten dan vrouwen, maar stellen bezoek aan de psycholoog meer uit. Wil je dit oplossen, dan kan je niet zonder een genderstudies-benadering om zulke mechanismen mee te analyseren.

Mannelijkheid is niet in crisis, gender is in beweging. Mannelijkheid is namelijk geen eigen structuur, maar een plek in het systeem van genderrelaties. Mannelijkheid is ook niet zwak geworden, zoals Peterson stelt. Maar het is wel zo dat bepaalde beelden van mannelijkheid niet langer gezien worden als ideaal. Dat is maar goed ook, want van de witte heteroman die zich god waande, is de wereld niet beter geworden.

Reageren

Reageren op dit artikel kan alleen met een abonnement. Heeft u al een abonnement, log dan hieronder in.